terug naar overzicht

Nieuw bewijs voor systemische problemen met energieproductie

Meerdere studies suggereren dat er problemen zijn met energieproductie bij ME/cvs. De spieren en de hersenen moeten enorm veel energie leveren bij inspanning, dus als er ergens problemen met energieproductie opduiken, dan is het daar wel. Ook van immuun cellen wordt enorm veel energie gevraagd als ze in actie moeten komen om pathogenen te verslaan. Nu is er een nieuwe studie die suggereert dat problemen met energieproductie in een subgroep van B-cellen bij mensen met ME/cvs problemen kunnen veroorzaken met inflammatie en autoimmuniteit.

B-cellen en ME/cvs

De eerste paar succesvolle Rituximab studies wekten opnieuw interesse in B-cellen. Dit zijn de immuuncellen die het meest beïnvloed worden door dat medicijn. De laatste, grote Rituximabstudie was spijtig genoeg geen succes. Het medicijn werkt niet voor ME/cvs. Maar het Rituximabverhaal zorgde wel voor vooruitgang op een andere manier.

Ten eerste bracht het twee creatieve en toegewijde onderzoekers naar het veld, Oystein Fluge en Olav Mella. En het blies ME/cvs-onderzoek in Noorwegen nieuw leven in.

Ten tweede werden B-cellen, die een enorm belangrijke rol spelen in immuniteit (en autoimmuniteit), eindelijk bestudeerd in ME/cvs. Zoals dat al jarenlang de gewoonte is bij ME/cvs, blijkt de ziekte telkens opnieuw een buitenbeentje. Verschillende studies vonden geen aanwijzingen voor verhoogde niveaus van “klassieke B-celmarkers”.

Maar in een uitgebreide analyse kwam er wel iets eigenaardigs naar boven. Dit ging veel verder dan de klassieke markers die gewoonlijk worden onderzocht. In 2015 was er een studie die vond dat een molecuul die CD24 heet, een hoge mate van expressie vertoonde in een groep B-cellen.

CD-24 op B-cellen

CD24 is een adhesiemolecule die verschillende signaliseringsnetwerken inschakelt. In feite zegt het tegen cellen wat ze moeten doen. Ze wordt vooral tot expressie gebracht in B-cellen in een vroeg of overgangsstadium. Dit is wanneer ze vrijkomen uit het beenmerg.

Tijdens de normale overgang van onrijpe tot rijpe, metabolisch actieve B-cellen, worden vroege B-cellen telkens opnieuw getest om te kijken of ze niet het eigen lichaam zouden aanvallen. Hierdoor worden veel B-cellen weer afgebroken. Terwijl deze cellen zichzelf transformeren in rijpe B-cellen, verdwijnt de CD24 gaandeweg van hun oppervlakte. Hoge niveaus van deze moleculen bij mensen met ME/cvs wijzen erop dat er mogelijk een probleem is met B-celrijping.

Aangezien antistof producerende B-cellen een belangrijke rol spelen in het bestrijden van infecties, zou het voor problemen kunnen zorgen als er een hele hoop onrijpe B-cellen rondhangen in het immuunsysteem van ME/cvs-patiënten.

Een B-cel die antilichamen produceert om pathogenen te bestrijden

Bovendien is er bewijs dat de CD24-molecuul een rol speelt in verschillende ziektes. CD24- polymorfismen (genetische varianten van CD24) zijn in verband gebracht met een verhoogd risico op en een versnelde progressie van auto-immuunziektes zoals multiple sclerose, reumatoïde artritis en systemische lupus erythematosus. CD24 kan ook te veel tot expressie worden gebracht in veel soorten kankers waaronder B-cel-lymfomen.

Kortom: het is een molecuul dat wel wat aandacht verdient.

Problemen met energieproductie in het immuunsysteem

In een studie uit 2018 nam een Brits-Australische groep B-cellen af bij ME/cvs-patiënten en gezonde controles. Ze stimuleerden die B-cellen en monitorden vervolgens wat er gebeurde. Net als voorheen, vonden ze bij ME/cvs-patiënten een verhoogde frequentie van CD24 op B-cellen

Wat de verhoogde frequentie van deze B-cellen vol CD24 bij ME/cvs-patiënten echter zo interessant maakte, was de manier waarop ze energie produceerden. De groep onderzocht het metabolisme in de cellen van ME/cvs patiënten. Hierbij vonden ze een “sterk positieve” associatie tussen de mate van glycolyse en de hoeveelheid lactaat die geproduceerd werd , en de expressie van CD-24 moleculen op de B-cellen. Anders gezegd: hoe meer glycolyse gebruikt werd voor de energieproductie en hoe hoger de aanmaak van lactaat (een bijproduct van glycolyse), hoe meer CD-24 moleculen met aantrof op de B-cellen van ME/cvs patiënten.

Systemische problemen met energieproductie

Bevindingen wijzen steeds duidelijker in de richting van een systemisch probleem met de energieproductie van ME/cvs-patiënten.

Lagere aantallen mitochondriën in deze cellen wezen op een mogelijke reden waarom de B-cellen van ME/cvs-patiënten in deze modus blijven steken. Het is niet verwonderlijk dat de auteurs ontdekten dat deze prominentere B-celsubgroep in ME/cvs ook amper reageerde op stimulering.

Dat deed vermoeden dat de energieproblemen bij ME/cvs niet enkel de immuuncellen beïnvloeden, maar dat ze wellicht ook invloed uitoefenen op de, met de ziekte geassocieerde, immuunfunctie. Namelijk het in naïeve toestand houden van B-cellen van ME/cvs-patiënten.

Bevindingen stapelen zich op dat er door het hele lichaam problemen zijn met de energie productie bij ME/cvs

Bovendien is er een verband tussen verhoogde waarden van de CD24-molecuul en een toestand die “senescentie” wordt genoemd. In plaats van autofagie, een proces waarbij de inhoud van een cel veilig wordt gerecycleerd, door te maken, zorgen beschadigde mitochondriën er tijdens senescentie voor dat cellen langzaam aftakelen. Hierbij scheiden ze massa’s pro-inflammatoire factoren af.

Graham Salmun, een sportfysioloog, rapporteerde niet lang geleden dat de resultaten van zijn studie over lichaamsbeweging erop wijzen dat er bij ME/cvs inderdaad sprake is van senescentie. Hij gelooft dat problemen met aerobische energieproductie twee dingen doet. Enerzijds wordt het energieproducerend vermogen van ME/cvs-patiënten aangetast. Anderzijds brengt het een toestand van senescentie die chronische inflammatie veroorzaakt.

Conclusie

Deze studie toont ons een intrigerende metabolische momentopname van het immuunsysteem. Het feit dat verhoogde expressie van het CD24-molecuul in verband is gebracht met auto-immuunaandoeningen en kanker maakt de bevinding over CD24 in ME/cvs interessant. Maar de metabolische link die de onderzoekers vonden, is misschien nóg belangrijker.

Hun bevindingen suggereren dat het zou kunnen dat dezelfde problemen met energieproductie die elders gevonden worden bij ME/cvs, ook plaatsvinden in de immuun cellen. Bovendien wijzen de bevindingen op de mogelijke aanwezigheid van een toestand van senescentie, chronische inflammatie en een gebrek aan cellulaire reactiviteit. De mogelijke consequenties van een immuunsysteem met een defect aerobisch energieproductiesysteem gaan wellicht verder dan vermoeidheid en pijn. Ze kunnen een uitloop hebben in problemen als auto-immuniteit en misschien in zeldzame gevallen zelfs kanker.

Studies die een verhoogde afhankelijkheid van anaerobisch geproduceerde energie ontdekken in de spieren, de hersenen, in neutrofielen en nu ook in sommige van de B-cellen, wijzen wellicht allemaal in de richting van een systemische verstoring van de energieproductie bij ME/cvs.

Dit artikel is vertaald door Abby en geredigeerd door Zuiderzon, beiden van ME-Gids.

Het originele (Engelstalige) artikel van Cort Johnson vind je hier bij Simmaron Research

Het volledige onderzoek, gepubliceerd in Frontiers in Immunology, vind je hier

Anderen bekeken ook

2021: terugblik op een jaar ME/cvs-onderzoek  

Het is eind december, dus tijd om de meest interessante wetenschappelijke onderzoeksresultaten van het jaar over myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs) de revue te laten passeren.

Inspanningsintolerantie bij ME/cvs

Uit de studie bleek dat mensen met bindweefselziekten en onverklaarde inspanningsintolerantie een vergelijkbaar inspanningsprofiel vertoonden als mensen met ME/cvs en/of long COVID

Ziek door verminderde bloedstroom naar de hersenen?

Langdurige COVID, ME/cvs en POTS: ziek door verminderde bloedstroom naar de hersenen?