terug naar overzicht

Serum van LongCovid-patiënten met en zonder ME onderzocht

Serum van Long Covid-patienten met of zonder ME-kenmerken hebben in vitro verschillend effect op endotheelcelfunctie

Ondanks de ongrijpbaarheid van ziektes als ME en long Covid zijn een aantal minder ongrijpbare afwijkingen als immuun-, stofwisselings- en autonome stoornissen bij meerdere onderzoeken wel degelijk vastgesteld.

Afwijkingen die ook worden gelinkt aan endotheeldisfunctie (ED), een verschijnsel dat wordt gekenmerkt door verstoorde vasculaire endotheelcelreacties. Denk hierbij aan reacties als het reguleren van plaatselijke vaatverwijding, het voorkomen van ongepaste (bloed)stolling of het onderhoud van de integriteit van de endotheelbarrière.

ED zou dus weleens een sleutelrol kunnen spelen bij de doorbloedingsproblemen waar veel ME- en long Covidpatiënten mee te maken hebben.

Het is daarom niet de eerste keer dat we hier aandacht aan besteden.

Eerder onderzoek cohort

In een eerder onderzoek onder leiding van Milan Haffke werd ED al vastgesteld bij een groep LC-patiënten.  Van de onderzochte patiënten voldeed een aantal van hen bovendien aan de CCC-criteria voor ME.

Dat een deel van LC-patiënten na een aantal maanden voldoet aan die ME-criteria was in een ander recent onderzoek ook al vastgesteld.

Vanwege de symptomatische overeenkomsten tussen de twee groepen bood het onderzoek dus een unieke kans om ME met een andere aandoening te vergelijken, in dit geval long Covid.

Patiënten uit het cohort van het eerdere onderzoek van Haffke zijn gebruikt voor het vervolgonderzoek dat we vandaag bespreken.

In-vitro onderzoek

Om beter te begrijpen hoe endotheeldisfunctie zich ontwikkelt na een besmetting met het SARS-CoV-2 virus analyseerden de onderzoekers in-vitro het effect van de sera van LC-patiënten met en zonder ME-kenmerken op menselijke endotheelcellen. Hoewel deze manier van onderzoeken beperkingen kent kunnen er wel degelijk nieuwe inzichten opgedaan worden voor wat betreft cellulaire mechanismen die bij eerdere onderzoeken gezien zijn.

Wat werd onderzocht?

Er werd eerst getest op antistoffen die specifiek aangemaakt worden tegen endotheelcellen (AECA’s) en ontregelde cytokinen.

De endotheelcellen die waren blootgesteld aan het serum van de deelnemers werden vervolgens met behulp van flowcytometrie geanalyseerd op activatiemarkers en moleculen met een laagmoleculair gewicht.

Daarnaast werd het angiogene potentieel van het serum gemeten aan de hand van een zogenoemde tube formation assay. Dat betekent dat er gekeken werd of en in hoeverre de cellen in staat waren nieuwe bloedvaten aan te maken.

Uitkomsten

  • adhesiereceptoren gevonden. Waarvan één (ICAM-1) alleen bij de patiënten met ME-kenmerken.
  • endotheline-1 waarden (een biomarker voor endotheeldisfunctie, zoals ook al gezien was in eerder onderzoek).
  • IGFBP-4 en MPO door het serum van de patiënten met ME-kenmerken verhoogd werden afgegeven.

Die laatste bevinding is interessant, want deze moleculen zijn betrokken bij het remmen van NO, (stikstofoxide), dat door het endotheel geproduceerd wordt. NO houdt bloedvaten wijd en remt de aggregatie van trombocyten.

Bij recent onderzoek waarbij plasma van ME-patiënten aan endotheelcellen werd toegevoegd was ook al gezien dat er minder NO werd geproduceerd.

Van IGFBP-4 wordt bovendien gedacht dat het antiangiogene effecten heeft. Het zou, kort gezegd, de aanmaak van nieuwe bloedvaten tegengaan.

En wat blijkt: over het geheel genomen stimuleerde het serum van de long covidpatiënten zónder ME-kenmerken in vitro de endotheelcellen wél tot de aanmaak van nieuwe bloedvaten. Dit was niet het geval bij het serum van de patiënten mét ME-kenmerken en de gezonde controlegroep.  

De onderzoekers denken daarom dat er sprake is van een compenserende reactie op een verstoorde microcirculatie.

Concluderende hypothese

Een onvermogen om nieuwe bloedvaten aan te maken draagt bij aan het voortduren van het ziek-zijn. Ondanks het kleine aantal patiënten zouden de gevonden verschillen kunnen helpen om meer inzicht te krijgen in de mechanistische afwijkingen tussen ME en andere postvirale aandoeningen zoals long Covid.  

Financiering

Het onderzoek werd gefinancierd door het Charité Chronic Fatigue Center (CFC) van de Charité Universitätsmedizin Berlin.

Hoofdonderzoeker Lavinia Flaskamp ontving een beurs van de Duitse stichting the Lost Voices Foundation e. V.

N.B. Wij hanteren bij deze vertaling vanwege de voorkeur van patiënten de term long Covid (LC). De onderzoekers gebruiken bij dit onderzoek het tegenwoordig steeds vaker gebruikte post covid syndroom (PCS).

Bron: ME Centraal
Lees hier het volledige onderzoek: MDPI

Presentatie

Dr. Carmen Scheibenbogen heeft ook een interessante presentatie gegeven.
Deze presentatie: “COVID-19 as a Trigger for ME/CFS: Severity Biomarkers and Underlying Mechanisms” kun je hieronder bekijken.

Anderen bekeken ook

2022: terugblik op een jaar ME/cvs-onderzoek

Nu 2022 ten einde loopt, is het tijd voor onze jaarlijkse traditie waarbij we terugblikken op de meest interessante wetenschappelijke studies over myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs) van het afgelopen jaar.

Hersenontstekingen door aantasting bloedvaten

Het was een kleine studie, maar kleine studies die door de juiste mensen worden uitgevoerd, kunnen een groot verschil maken. Bovendien gaat er niets boven echt graven in de hersenen – en hier was echt graafwerk voor nodig – om te weten te komen wat het SARS-CoV-2-virus doet met dit meest obscure en moeilijk toegankelijke

Hoe Long COVID en ME/cvs het lichaam uitputten

Health Rising haakt in op een artikel in de New York Times om te zien hoe zowel Long COVID als ME/cvs het lichaam uit kunnen putten.