Belangrijke zitting bij de CRvB
Hoop voor ME-patiënten: Belangrijke zitting bij de Centrale Raad van Beroep
Samenvatting van verslag van Ynske Jansen van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid.
Vier ME-patiënten in hoger beroep tegen UWV
Op 28 mei 2025 vond een belangrijke zitting plaats bij de Centrale Raad van Beroep, waarbij vier ME-patiënten in hoger beroep gingen tegen het UWV. Zij kregen geen uitkering of verloren hun bestaande uitkering.
Centraal stond de vraag of het UWV de medische informatie van gespecialiseerde artsen uit het centrum Cardiozorg terecht naast zich neer had gelegd.
Deze artsen, Frans Visser en Linda van Campen, gebruiken geavanceerde en wetenschappelijk onderbouwde methoden om de ernst van ME vast te stellen, zoals een dubbele fietstest en een kanteltafeltest. Het UWV noemde deze methoden eerder onwetenschappelijk.
Onafhankelijk medisch deskundige kritisch op UWV
Omdat de rechters zelf geen medische experts zijn, had de Raad in drie van de vier zaken emeritus hoogleraar Jos van der Meer als onafhankelijk medisch deskundige ingeschakeld.
Hij had de patiënten onderzocht en was kritisch over de werkwijze en conclusies van het UWV. Van der Meer bevestigde dat de methoden van Cardiozorg wetenschappelijk verantwoord zijn en dat de beperkingen van de patiënten ernstiger zijn dan het UWV inschat.
Medische discussie over ernst en aard van ME
Tijdens de zitting kwamen diverse belangrijke medische onderwerpen aan bod, zoals de gradatie van ernst van ME, de wisselvalligheid van klachten en het effect van orthostatische intolerantie (OI), waarbij de doorbloeding van de hersenen vermindert bij rechtop staan.
Ook cognitieve beperkingen werden besproken, geïllustreerd met de N-Backtest. Het UWV betwistte eerst het nut van deze test, maar moest later toegeven dat deze wel degelijk iets zegt over de cognitieve toestand.
Een ander punt van discussie was of klachten voortkomen uit ‘deconditionering’ (verminderd uithoudingsvermogen door te weinig beweging), maar ook hier wezen Cardiozorg en Van der Meer op duidelijke verschillen met ME-patiënten.
UWV erkent fouten, maar blijft terughoudend
In de loop van de zitting erkende het UWV op meerdere punten ongelijk te hebben gehad, zoals bij de interpretatie van medische tests en de afwijzing van OI en PEM (post-exertionele malaise).
Toch bleef het UWV terughoudend over de gevolgen van deze inzichten voor de functionele mogelijkhedenlijst (FML) en dus de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid.
Rol van aanvullende medische rapporten
Omdat Van der Meer geen verzekeringsarts is, mag hij geen FML opstellen. Daarom werd ook een rapport van oud-verzekeringsarts Mark Vink ingebracht, die op basis van de stukken de belastbaarheid van een van de patiënten had beoordeeld. De Raad overweegt nu om Van der Meer om zijn oordeel over dit rapport te vragen.
Voorzichtige hoop op doorbraak
Hoewel de definitieve uitspraak pas op zijn vroegst op 9 juli volgt, biedt deze zitting hoop voor ME-patiënten. De grondige voorbereiding van de rechters, de deskundige uitleg van Van Campen, Visser en Van der Meer, en de inzet van de juridische vertegenwoordigers lijken het tij te keren.
De uitkomst van deze zaken kan belangrijke gevolgen hebben voor andere ME-patiënten die vergelijkbare trajecten bij het UWV doorlopen.
Dit was een samenvatting van het verslag dat Ynske Jansen schreef. Het volledige verslag vind je hier op de website van de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid.



