Tag Archief van: energieproductie

Werking van mitochondriën verstoord

Deze studie onderzocht ME/cvs en Long Covid. De onderzoekers wilden begrijpen of antistoffen in het bloed van deze patiënten bijdragen aan de klachten en of zij invloed hebben op de mitochondriën.

Brede en ernstige klachten

Veel mensen met ME/cvs en mensen met Long Covid kampen met een breed scala aan klachten:

  • Extreme vermoeidheid
  • ‘Hersenmist’ (concentratie- en geheugenproblemen)
  • Pijn in spieren en gewrichten
  • Soms het volledig instorten na zelfs lichte inspanning.

Ondanks dat deze klachten ernstig en invaliderend zijn, was het nog altijd onduidelijk wat er op biologisch niveau precies misgaat.

Antistoffen als mogelijke oorzaak

Onderzoekers uit Duitsland, Letland, de VS en andere landen hebben nu gekeken naar een mogelijk belangrijke veroorzaker: de antistoffen (IgG) in het bloed van deze patiënten.

Normaal gesproken zijn antistoffen bedoeld om virussen en bacteriën op te sporen en onschadelijk te maken. Maar soms kan het immuunsysteem zich “vergissen” en ook lichaamseigen structuren aanvallen – een proces dat we auto-immuniteit noemen.

De rol van mitochondriën

De wetenschappers verzamelden bloed van vier groepen: mensen met ME/cvs, mensen met langdurige klachten na Covid (PASC/Long Covid), gezonde vrijwilligers en mensen met multiple sclerose (MS, een andere auto-immuunziekte).

Uit het bloed werden de IgG-antistoffen geïsoleerd en in het laboratorium toegevoegd aan gezonde menselijke cellen en getest in muizen. Daarbij keken ze vooral naar wat er gebeurde met de mitochondriën – de kleine energiefabriekjes in onze cellen.

Fragmentatie van mitochondriën

De resultaten waren opvallend. Antistoffen van ME/cvs- en Long Covid-patiënten zorgden ervoor dat de mitochondriën in gezonde cellen uit elkaar vielen in kleinere stukjes. Dit fenomeen, mitochondriale fragmentatie genoemd, kan de energieproductie verstoren en cellen kwetsbaarder maken.

Bij gezonde mensen en MS-patiënten werd dit effect niet gezien, wat aangeeft dat het waarschijnlijk iets specifieks is voor deze ziekten. Opmerkelijk genoeg waren vooral de antistoffen van vrouwelijke patiënten effectief in het veroorzaken van deze schade.

Verschillende effecten van antistofdelen

De onderzoekers ontdekten dat de effecten afhankelijk waren van welk deel van het antistof actief was.

  • Het Fab-gedeelte (dat bindt aan specifieke doelwitten) zorgde ervoor dat cellen meer energie gingen maken, alsof de cellen voortdurend in een “hoogtoerenstand” stonden.
  • Het Fc-gedeelte (dat het antistof laat communiceren met afweercellen) leek juist de energieproductie te remmen, wat meer past bij een “spaarstand” van de cel

Deze wisselende effecten laten zien dat de relatie tussen antistoffen en de celenergie heel complex is.

Ontstekingsreacties sterker bij Long Covid

Naast de veranderingen in de energiefabriekjes zagen de onderzoekers ook dat de antistoffen het afweersysteem op een andere manier beïnvloedden: ze zetten gezonde afweercellen aan tot het produceren van ontstekingsstoffen (cytokinen).

Bij Long Covid was deze ontstekingsreactie sterker en vaker aanwezig dan bij ME/cvs, wat kan betekenen dat Long Covid een meer “actieve” en ontstekingsrijke fase van de ziekte vertegenwoordigt, terwijl ME/cvs een latere, chronische fase kan zijn waarin vooral de stofwisseling verstoord is.

Verschillen in herkende eiwitten

De onderzoekers onderzochten ook welke eiwitten door de antistoffen werden herkend. Daaruit bleek dat er duidelijke verschillen waren tussen ME/cvs en Long Covid.

Bij ME/cvs waren de gebonden eiwitten vaak betrokken bij de opbouw en reparatie van spieren en bindweefsel.

Bij Long Covid waren het juist vaker eiwitten die te maken hebben met bloedstolling en de regulatie van de bloedcirculatie. Dit past bij eerdere bevindingen dat stollingsproblemen een rol spelen bij Long Covid klachten.

Verstoord evenwicht in het afweersysteem

De onderzoekers zagen ook enkele andere patronen: bepaalde eiwitten, die normaal helpen bij het herstellen van weefsels of het reguleren van ontstekingen, waren in lagere hoeveelheden aanwezig in het immuuncomplex, maar juist verhoogd in het bloed. Dat suggereert dat het evenwicht in het afweersysteem verstoord is.

Conclusies en betekenis voor behandeling

Alles bij elkaar schetsen deze bevindingen een duidelijker beeld van wat er in het lichaam van deze patiënten gebeurt: antistoffen kunnen rechtstreeks de energiefabriekjes van cellen beschadigen, ontstekingsreacties aanjagen, en de eiwitbalans in het bloed veranderen.

Dit geeft meer bewijs dat ME/cvs en Long Covid een lichamelijke, biologische basis hebben – en dat het geen ‘onverklaarde’ klachten zijn.

Nieuwe kansen voor diagnose en behandeling

Deze inzichten openen de deur naar nieuwe behandelmethoden. Als schadelijke antistoffen herkend kunnen worden, is het mogelijk om deze te neutraliseren of te verwijderen, bijvoorbeeld met medicijnen die het immuunsysteem bijsturen.

Ook kunnen de gevonden eiwitpatronen als basis dienen voor diagnostische tests, waardoor patiënten sneller een juiste diagnose en behandeling kunnen krijgen.

Bron: https://www.medrxiv.org/content/10.1101/2025.08.06.25332978v1

Voel je je alsof je een marathon hebt gelopen? Dit is waarom.

Gevoel of je een marathon hebt gelopen? Een Long COVID studie legt uit waarom. 

  • De Poolse onderzoekers beoordeelden zowel de micro- als de macrocirculatie bij gezonde controles, hardlopers en mensen met Long COVID met behulp van “flow-mediated skin fluorescence (FMSF)”.
  • De opzet was dat zij de circulatie bij mensen met Long COVID en de gezonde controles bij aanvang vergeleken met de circulatie bij de hardlopers nadat zij tot de uiterste grens hadden getraind.
  • Uitputtende lichaamsbeweging zet de bloedsomloop onder grote druk. De verhoogde hoeveelheid vrije radicalen die tijdens de energieproductie ontstaan, kunnen het stikstofmonoxide moeilijk maken om de bloedvaten te verwijden, waardoor ze vernauwd raken en de bloedstroom wordt belemmerd.
  • De resultaten bevestigen het oude verhaal over ME/cvs dat deze ziekten aanvoelen alsof men net een marathon heeft gelopen. De uitgeputte lopers en de Long COVID-patiënten bij aanvang gaven vrijwel identieke waarden te zien, wat suggereert dat zowel de macro- als de microcirculatie bij Long COVID dramatisch zijn aangetast.
  • De belangrijkste kanttekening bij deze studie was dat de groep hardlopers volledig uit mannen bestond en dat de Long COVID-groep voor 60% uit vrouwen bestond. Aangezien de gendereffecten groot kunnen zijn, moet deze kwestie in toekomstige studies worden meegenomen.
  • Deze studie voegt nog een gegeven toe aan het groeiende bewijs van het disfunctioneren van de bloedvaten bij Long COVID. Het RECOVER initiatief beoordeelt stollingsfactoren in zijn eerste beoordelingen. Het zou stuitend zijn als bloedvatproblemen niet ook een belangrijk aandachtspunt zou zijn.

Lees hier het gehele artikel van Cort Johnson.

Iets mis met het bloed bij ME/cvs

Fluge & Mella

Dr. Oystein Fluge en professor Olav Mella waren de eerste die het effect vonden in 2016. Zij bestudeerden de energieproductie in de cel, wat logisch is om een ziekte te begrijpen waarbij zo’n tekort aan energie is.

Cellen hebben twee manieren om voedselmoleculen om te zetten in bruikbare energie. Glycolyse is een proces in het cytoplasma van de cel dat een kleine hoeveelheid energie uit koolhydraten haalt en zo lactaat produceert. Maar de echte energieproducenten zijn mitochondriën, die voedsel verbranden met zuurstof, waardoor grote hoeveelheden bruikbare brandstof worden geproduceerd.

Mitochondriën zijn de energiecentrales van de cel. Hierin vindt een proces plaats dat oxidatieve fosforylering wordt genoemd en waarbij voedsel en zuurstof worden omgezet in energie, water en koolstofdioxide.

Fluge en Mella gebruikten een duur apparaat, de Seahorse analyser, dat de glycolyse meet in de melkzuurproductie en de mitochondriale activiteit door veranderingen in het zuurstofgehalte.

Ze testten normale gezonde spiercellen die in het laboratorium waren gekweekt. Maar ze voegden serum aan die cellen toe, afkomstig van ME/CVS-patiënten of gezonde controles. Serum is de vloeistof die overblijft nadat het bloed is gestold en het bevat kleine moleculen en andere oplosbare stoffen.

Ze hebben data van 12 mensen met ME/CVS en 12 gezonde controles, een relatief kleine steekproef.

Wat ze ontdekten was, verrassend genoeg, dat de spiercellen meer melkzuur produceerden en meer zuurstof verbrandden toen ze werden geïncubeerd met ME/CVS-serum dan wanneer ze werden geïncubeerd in serum van gezonde controles. En het effect was vooral sterk wanneer de cellen hard aan het werk werden gezet.

Dus iets in het serum (dat afkomstig is van bloed) van ME/CVS-patiënten heeft invloed op gezonde cellen, en laat hen op de een of andere manier harder werken.

Dit is het enige gepubliceerde onderzoek tot nu toe, maar op conferenties hebben drie andere groepen vergelijkbare bevindingen onthuld.

Ron Davis

Dr. Ron Davis gaf de meest overtuigende demonstratie van het effect in een plasmaswapexperiment met behulp van zijn nanoneedle-test. Plasma is de vloeistof die overblijft wanneer vaste stoffen uit het bloed zijn verwijderd: de rode en witte bloedcellen en de bloedplaatjes.

De nanoneedle chip meet de elektrische weerstand van cellen. In aanwezigheid van zout (dat de cellen belast omdat ze energie moeten gebruiken om het zout eruit te pompen) neemt de weerstand van cellen in ME/CVS bloed veel meer toe dan van cellen in het bloed dat uit gezonde controles wordt gehaald.

De groep van Davis voerde toen een fraai experiment uit met deze opstelling. Ze stopten bloedcellen van gezonde donors in plasma van ME/CVS-patiënten en ontdekten dat de gezonde cellen zich gedroegen als ME/CVS-patiënten, met een grote toename van de
elektrische weerstand. En toen ze ME/CVS cellen in plasma zetten van gezonde controles, ontdekten ze dat deze ME/CVS cellen zich gedragen als gezonde cellen.

Dus plasma van ME/CVS-patiënten zorgt ervoor dat gezonde cellen zich gedragen als ME/CVS-cellen. En plasma van gezonde controles zorgt ervoor dat ME/CVS cellen zich gedragen als gezonde cellen. Dit zijn verbluffende bevindingen.

We weten niet wat de steekproefomvang voor deze studie is, maar hopelijk zullen er meer details beschikbaar komen zodra er een artikel is geaccepteerd voor publicatie in het Journal PNAS.

Karl Morten

Net als Fluge en Mella, keek Dr. Karl Morten naar de mitochondriën/energiestofwisseling in de in het laboratorium gekweekte spiercellen en zag ook een effect.

Om de activiteit van mitochondriën te kunnen volgen, gebruikte zijn groep een moleculaire sonde om de zuurstofconcentratie in de cellen te meten.

Ze ontdekten dat het toevoegen van plasma van gezonde controles geen verschil maakte voor het zuurstofgehalte van de spiercellen. Maar het toevoegen van plasma van ME/CVSpatiënten veroorzaakte een daling van het zuurstofgehalte, wat aangeeft dat de mitochondriën harder werkten (een vergelijkbaar resultaat als Fluge en Mella).

Plasma van ME/CVS patiënten leidt tot lagere zuurstofniveaus in de cellen.

Morton zei dat hij niet wist waarom de mitochondriën harder werkten. Hij zei dat het misschien was dat ze minder efficiënt werkten, maar het doel was om dat uit te zoeken.

De studie gebruikte meer dan 30 patiënten en Morton merkte op dat de niveaus gemiddeld lager waren voor patiënten dan voor de controles. Hij suggereerde dat dit te wijten zou kunnen zijn aan een subgroep effect, waar slechts enkele patiënten het effect hadden, waarbij ongeveer een derde van de patiënten lager scoorde dan het laagste zuurstofgehalte voor gezonde controles.

Bhupesh Prusty

Dr. Bhupesh Prusty heeft ook gekeken naar het effect van een bloedfactor op mitochondriën, maar zijn werk richt zich op een minder bekende rol van mitochondriën, op de immuniteit tegen virussen.

Hoewel mitochondriën normaal gesproken als enkele bacterie- of boonachtige eenheden worden getoond, is de realiteit complexer. In levende cellen smelten mitochondriën voortdurend samen en scheiden ze zich, en het feit dat ze vaak samengesmolten zijn, zoals een bonenreeks, is belangrijk voor hun vermogen om virussen te bestrijden.

Sommige virussen, waaronder HHV-6, vechten terug door ervoor te zorgen dat de mitochondriën zich terug fragmenteerden in hun enkele vormen, waardoor hun vermogen om virussen te bestrijden afneemt.

Serum van ME/CVS-patiënten maakte dat mitochondriën die versmolten waren terug fragmenteerden, terwijl plasma van gezonde controles dat niet doet.

Tot nu toe heeft de groep slechts vijf patiënten en drie controles bekeken, dit zijn dus zeer voorlopige resultaten.

In een apart experiment toonde zijn groep aan dat het effect omkeerbaar was (ze spoelden na drie dagen het patiëntserum weg en de mitochondriën hervatten geleidelijk aan het normale versmeltingsgedrag).

Dus….

Fluge’s en Morten’s studies zijn direct gekoppeld aan de energiestofwisseling. Dat van Davis is indirect: het zout dat aan de nanoneedle-test wordt toegevoegd, dwingt de cel om energie te gebruiken om natrium uit de cel te pompen. Het Prusty onderzoek kijkt naar mitochondriën, maar de veranderingen in de morfologie zijn blijkbaar eerder gekoppeld aan celverdediging dan aan energieproductie.

Op de recente NIH conferentie zei Ron Davis dat hun werk erop wijst dat de factor in het bloed dat verantwoordelijk is voor dit alles exosomen zijn. Dit zijn kleine, aan membranen gebonden pakketjes biomoleculen die door cellen worden uitgescheiden. Exosomen zijn een soort extracellulaire blaasjes die worden opgenomen door cellen en worden verondersteld betrokken te zijn bij de communicatie tussen cellen onderling, hoewel hun rol nog onduidelijk is. Extracellulaire blaasjes worden bestudeerd door Dr. Maureen Hanson als onderdeel van haar samenwerkingsverband.

We hebben dus vier groepen die een factor in ME/CVS bloed vinden dat een effect heeft op de cellen. Het is nog te vroeg om te weten hoe iets zal uitpakken: er is tot nu toe slechts één studie gepubliceerd, de steekproefomvang is relatief klein en de bevindingen moeten nog worden bevestigd. Maar als de dingen goed uitpakken, zou deze ontwikkeling een belangrijke stap kunnen blijken te zijn in het begrijpen van de biologie van ten minste sommige soorten ME/CVS.

Hier vind je het originele (Engelstalige) artikel van Simon McGrath.