Tag Archief van: hersenen

ME/cvs en duizelig zijn of flauwvallen

Orthostatische intolerantie

Bij orthostatische intolerantie verergeren je symptomen als je vanuit een liggende positie gaat zitten of staan. 90% van de ME/cvs-patiënten heeft orthostatische intolerantie en kinderen en jongeren met ME/cvs hebben het zelfs nog vaker.

Geen oorzaak gevonden?

ME/cvs-patiënten krijgen vaak de verkeerde diagnose als zij last hebben van orthostatische intolerantie. Artsen kunnen vaak niets lichamelijks vinden wat kan verklaren waardoor patiënten regelmatig (bijna) flauwvallen. Ze stellen dan de diagnose Conversiestoornis of Psychogene Pseudo Syncope (PPS). Bij deze aandoeningen reageert je lichaam op psychische stress door bijvoorbeeld flauw te vallen. Dit is echter niet de juiste diagnose en de bijbehorende behandelingen zijn dan ook niet geschikt.

Afname hersenbloedstroom de oorzaak

Onderzoekers wilden kijken of er bij ME/cvs-patiënten een andere verklaring kan zijn voor het regelmatig (bijna) flauwvallen. Dit bleek zo te zijn. Er werd een abnormale afname van de hersenbloedstroom gezien als patiënten gingen staan. De oorzaak van het flauwvallen is dus niet psychisch, maar duidelijk lichamelijk.

Het stellen van de juiste diagnose

De juiste diagnose kan gesteld worden met een “extra craniële Doppler” bij een kanteltafeltest. Deze meting wordt niet vaak gebruikt, waardoor de juiste diagnose (Orthostatische intolerantie) wordt gemist.

Bij patiënten die regelmatig flauwvallen moet hiermee rekening worden gehouden. Een verkeerde diagnose zoals een gedragsstoornis of psychiatrische aandoening kan worden voorkomen door extracraniële Doppler-metingen vóór en aan het einde van de kanteling te doen. Dit kan ook helpen bij het vaststellen van de oorzaak van het flauwvallen.

Samenvatting: ME/cvs Vereniging
Deze studie maakt onderdeel uit van een speciale uitgave.
Lees hier de gehele (Engelstalige) studie van Linda van Campen en Frans Visser

Hersenbloedstroom blijft verminderd na test

Wanneer je gaat staan, zakt het bloed in je hoofd en romp naar je benen door de zwaartekracht. Normaal gesproken herstelt je lichaam dit meteen weer, binnen een paar seconden. Bij orthostatische intolerantie werkt dit niet goed. Je hebt er dan last van dat je niet goed de hoeveelheid bloed die naar je hoofd gaat op peil kunt houden. Als je gaat liggen, verdwijnen deze symptomen.

Samenvatting

  • De doorstroming van het bloed in de hersenen blijft abnormaal 5 minuten na de kanteltafeltest.
  • De afwijkingen in de bloeddoorstroming na de kanteling zijn niet afhankelijk van de hemodynamische resultaten en van end-tidal koolstofdioxide druk (= Kooldioxide gehalte aan het einde van je uitademing) tijdens de kanteltafeltest.
  • De afwijkingen in de bloeddoorstroming na de kanteltafeltest zijn het ernstigst bij de ernstiger zieke ME/cvs patiënten.

Symptomen orthostatische intolerantie

  • Duizeligheid, licht gevoel het hoofd
  • Flauwvallen, bijna flauwvallen, of blackouts
  • Hartkloppingen
  • Hoofdpijn
  • Zwakte
  • Hersenmist (‘brain fog’), oftewel problemen met concentratie en geheugen; het gevoel dat je hoofd niet goed werkt
  • Trillen, beven
  • Kortademigheid
  • Druk op de borst
  • Wazig zicht
  • Een rood-paarse verkleuring van de benen (acrocyanose; dit komt door bloedophoping de benen)
  • Sterke drang om te gaan zitten of liggen

In het dagelijks leven leren we echter trucjes aan om flauwvallen te voorkomen, zodat een kanteltafeltest of een actieve sta-test (NASA lean test) vaak nodig is om vast te stellen dat er sprake is van orthostatische intolerantie.

De auteurs hebben al meerdere studies gepubliceerd over orthostatische symptomen bij mensen met ME/cvs. Deze symptomen worden mogelijk veroorzaakt door een abnormale
afname van de bloedstroom in de hersenen. Dit werd in eerdere studies al aangetoond. Zij maken hierbij gebruik van een kanteltafeltest, waarbij zij allerlei metingen doen.

Eerdere resultaten

Al eerder onderzochten de auteurs bloeddoorstroming van de hersenen bij ME/cvs. Daarbij toonden zij al aan dat de hersenbloedstroom significant verminderd is bij 90% van de ME/cvs patiënten tijdens een 70 graden kanteltafeltest.

Hoe groter de afname in hersenbloedstroom, hoe hoger het aantal verschillende symptomen van orthostatische intolerantie bij ME/cvs.

Slechts 20 graden kantelen of een zittende test is al voldoende om een verminderde bloeddoorstroming in de hersenen waar te nemen.

Andere studies tonen aan dat orthostatische intolerantie een belangrijke bijdragende factor is aan ME/cvs symptomen en bijdraagt aan de afname van de hersenbloedstroom.

Het onderzoek

Het was nog onbekend hoe snel de bloeddoorstroming van de hersenen weer herstelt na overeind zitten en staan. Bij gezonde mensen herstelt dit zich binnen een minuut, maar bij mensen met ME/cvs stroomt het bloed slecht terug.

Resultaten

  • De doorstroming van het bloed in de hersenen blijft abnormaal 5 minuten na de kanteltafeltest.
  • De afwijkingen in de bloeddoorstroming na de kanteling zijn niet afhankelijk van de hemodynamische resultaten en van end-tidal koolstofdioxide druk (de hoeveelheid uitgeademde kooldioxide aan het einde van de uitademing) tijdens de kanteltafeltest.
  • De afwijkingen in de bloeddoorstroming na de kanteltafeltest zijn het ernstigst bij de ernstiger zieke ME/cvs patiënten.
  • Er waren geen verschillen tussen de patiënten met een normale hartslag en bloeddruk en de POTS patiënten
  • Er waren geen verschillen tussen patiënten met een normaal gehalte aan CO2 in het bloed en patiënten met hypocapnie (=verlaagd CO2 gehalte in het bloed, vaak door te snel of te diep ademhalen of hyperventilatie)
  • Bij milde ME/cvs nam de hersenbloedstroom af met 7%, bij matige ME/cvs met 16% en bij ernstige ME/cvs met 25%
  • Er werd wel een significant verschil aangetroffen van hoeveel de hersenbloedstroom afnam in de liggende test na afloop van de kanteling, bij milde, matige en ernstige
  • De cardiac index nam bij de patiënten significant af de test.
  • Na de kanteling keerde in liggende positie de cardiac index terug naar normaal bij alle patiënten.

Conclusie

Tijdens kanteltafeltesten neemt de hersenbloedstroom af bij ME/cvs patiënten. Er is geen volledig herstel naar normale waarden. Ook al komt de cardiale index wel weer terug naar de waarden van voor de test. Het vertraagde herstel was niet afhankelijk van de hemodynamische bevindingen en ook niet van de aan/afwezigheid van hypocapnie. Alleen de mate van de ernst van ME/cvs had invloed. Wij observeerden een significant langzamer herstel in de hersenbloedstroom bij de ernstigst
zieke ME/cvs patiënten.

Orthostatische stress (gaan zitten of gaan staan) veroorzaakt achteraf een afname van de hersenbloedstroom, waarbij de ernst van de ME/cvs de bloeddoorstroming van de hersenen sterk beïnvloedt. Hoe ernstiger de ME/cvs, hoe langer het herstel duurt. Dit resultaat heeft gevolgen voor de adviezen die worden gegeven over het energiemanagement na een orthostatische prikkel en ook op het advies om te gaan liggen na een orthostatische prikkel.

De originele onderzoekspaper van deze studie van Linda van Campen, Peter Rowe en Frans Visser vind je hier.

Alles tussen je oren? Onderzoek naar de hersenen bij ME

De Wereld Gezondheid Organisatie heeft ME/cvs geclassificeerd als een neurologische ziekte, en er wordt al lang verondersteld dat inflammatie van de hersenen een mogelijke oorzaak is van de aandoening. Bovendien beginnen bevindingen uit het werkveld van het neurologisch onderzoek aan te tonen hoe ontzettend belangrijk de hersenen zijn bij ME/cvs, met bewijs van neuroinflammatie en veranderingen in hersenactiviteit tijdens post-exertionele malaise.

Omdat de hersenen verantwoordelijk zijn voor het reguleren en beheersen van alle lichaamsfuncties – van het bewegen van het lichaam tot onbewuste regulatie van het hart en de temperatuur- kan het niet goed functioneren van dit orgaan makkelijk verklaren waarom ME/cvs het brede scala aan symptomen heeft dat hieronder wordt geïllustreerd.

Een uitstekend systematisch overzicht, dat studies samenvatte die neurologische problemen bij ME/cvs onderzochten, werd in 2020 gepubliceerd door Maksoud en collega’s in het tijdschrift PLOS ONE. Het paper presenteerde bevindingen, consistenties en discrepanties in 55 studies over hersenonderzoek bij ME/cvs.

De auteurs stelden dat de overgrote meerderheid aan studies de minder strenge diagnostische Fukuda criteria gebruikte om patiënten te selecteren, hetgeen kan hebben bijgedragen aan inconsistenties tussen de studies onderling. Dit betekende dat het
identificeren van een enkele consistente neurologische beperking moeilijk was. Desondanks werden er toch nog een aantal overeenkomsten gevonden die het belang van de hersenen bij deze ziekte aantonen.

De belangrijkste bevindingen uit het systematisch overzicht waren o.a.:


Consistente afwijkingen in de structuur van de hersenen van ME/cvs-patiënten, met een afname van de witte stof in de hersenen, die verantwoordelijk is voor het overbrengen van informatie door de zenuwverbindingen via de ruggenmerg.
Ontwrichting van het netwerk van het autonoom zenuwstelsel, dat verantwoordelijk is voor het reguleren van onbewuste processen in het lichaam zoals hartslag, spijsvertering en verwijding van de pupillen.
Verminderde cognitieve verwerking, waaronder problemen met de functionele connectiviteit (synchronisatie van verschillende hersengebieden) en verstoringen van het werkgeheugen.

Een ander interessant artikel dat in 2020 werd gepubliceerd, was dat van Washington en collega’s in het tijdschrift Brain Communications.

Deze studie onderzocht het effect van lichaamsbeweging op hersenactiviteit bij ME/cvs patiënten en bij mensen met Golfoorlogsyndroom (dat ook in verband wordt gebracht met post-exertionele malaise).

Gebruikmakend van een functionele MRI om hersenactiviteit te meten, terwijl deelnemers een taak op het gebied van het werkgeheugen uitvoerden, vonden de auteurs opmerkelijke verschillen in verschillende gebieden van de hersenen.

Mensen met ME/cvs hadden een toename van activiteit in de middenhersenen, de rechter midden insula en het linker rolandische operculum na inspanning, terwijl mensen met
Golfoorlogsyndroom een afname van activiteit in het cerebellum en de rechter gyrus angularis hadden.

Volgens de onderzoekers zijn de getroffen gebieden betrokken bij pijn, het inschatten van bedreigingen, interoceptie (het vermogen te kunnen voelen wat er mis is in je lichaam), negatieve emotie en waakzame aandacht (vermogen te focussen). Zij suggereren zelfs dat nader onderzoek uiteindelijk kan leiden tot behandeling door middel van diepe hersenstimulatie van specifieke gebieden.

Bewijs van neuroinflammatie bij ME/cvs werd aangetoond door Nakatomi en collega’s in 2014 in een paper dat werd gepubliceerd in het Journal of Nuclear Medicine. In deze kleine studie ontdekten de auteurs de expressie van een specifiek eiwit dat in verband wordt gebracht met activatie van microglia of astrocyten (dat zijn celtypen die in de hersenen worden gevonden met een breed scala aan regulerende functies).

Geactiveerde microglia/astrocyten leveren het bewijs van neuroinflammatie bij ME/cvs. De auteurs waren ook in staat om activatie in specifieke gebieden van de hersenen in verband te
brengen met de ernst van de symptomen. Bijvoorbeeld: Activatie in de amygdala, thalamus en middenhersenen hielden verband met de ernst van de symptomen van cognitieve beperkingen en activatie, terwijl activatie in de gyrus cinguli en de thalamus verband hielden met pijn.

Tenslotte heeft een serie papers, die de afgelopen tien jaar door een team in Australië werden gepubliceerd, herhaalde afwijkingen in de hersenen aangetoond, die ook verband hielden met de ernst van de symptomen. Met name Barnden en collega’s toonden stoornissen aan in zenuwsignalering in de hersenstam bij mensen met ME/cvs, waarvan de auteurs stellen dat deze een aantal van de symptomen kunnen verklaren die worden waargenomen bij de ziekte Volgende week zullen we een samenvatting geven van enkele van de onderzoeken naar de hersenen en het zenuwstelsel dat ME Research UK de afgelopen jaren heeft gefinancierd, en
laten we zien welke vooruitgang op dit gebied mogelijk is gemaakt door jullie donaties.

ME research UK, 8 februari 2021

Bron: https://www.meresearch.org.uk/brain-research-in-me-cfs/
Vertaling: ME/cvs Vereniging

Een introductie van de hersenen en hersenonderzoek

ME research UK, 1 februari 2021

Deze maand zullen onze onderzoeksartikelen zich richten op de hersenen en het zenuwstelsel bij ME/cvs – om licht te werpen op onderzoek dat over de hele wereld plaatsvindt, waaronder projecten die mede zijn ondersteund door ME Research UK.

Allereerst is hier een introductie op de hersenen en enkele van de technieken die worden gebruikt om de hersenen te bestuderen.

Tientallen jaren lang is mensen met ME/cvs verteld dat het allemaal tussen hun oren zat, waarmee een verwoestende ziekte wordt gebagatelliseerd en de verantwoordelijkheid voor herstel en behandeling teruggelegd bij de patiënt. Echter, het onderzoek in de afgelopen jaren heeft een grote hoeveelheid afwijkingen onthuld in verscheidene systemen van het lichaam bij de ziekte, van het immuunsysteem tot de energieproductie tot het plasma van het bloed.

Er is ook meer dan genoeg bewijs dat wijst op problemen in de hersenen bij ME/cvs. Geen psychische problemen, maar afwijkingen in zowel structuur als functie. Dit werpt de vraag op – zit het antwoord op ME/cvs uiteindelijk werkelijk tussen de oren?

De hersenen zijn ongelooflijk complex, bestaande uit meer dan 100 miljard zenuwen die verantwoordelijk zijn voor het communiceren van een scala aan processen. De hersenen zijn verdeeld in specifieke functie-gebieden, maar deze werken allemaal nauw met elkaar samen.

Hoe bestudeer je de hersenen

De complexiteit ervan maakt de hersenen tot een uitdagend orgaan om in onderzoek te bestuderen, maar het werkveld van neurowetenschappen boekt dagelijks vooruitgang in haar pogingen om meer te begrijpen van de hersenen, vooral binnen de context van ziekte.

Een aantal technieken worden veel gebruikt om de hersenen te bestuderen.

  • Een computertomografie (CT) scan is een niet-invasieve methode om de hersenen zichtbaar te maken. Een scanner neemt meerdere röntgenfoto’s op en zet deze om in beelden die details van de hersenen en de schedel laten zien.
  • Een andere niet-invasieve methode is magnetische resonantie imaging (MRI) die gebruik maakt van radiogolven in een magnetisch veld om gedetailleerde beelden van de hersenen te laten zien.
  • Bij een angiogram injecteert een arts een vloeistof (contrastmiddel) in iemands ader, waar vandaan het zich door het lichaam naar de hersenen verplaatst. Vervolgens wordt een röntgenvideo gemaakt en kunnen problemen in de bloedvaten in de hersenen worden opgespoord.
  • Een lumbaalpunctie, ook wel ruggenprik genoemd, is een invasieve ingreep waarbij een lange naald in het gebied rond de zenuwen in de wervelkolom wordt ingebracht waarbij vloeistof wordt afgenomen voor nader onderzoek.
  • Bij een elektro-encefalogram (EEG) worden verschillende elektroden op specifieke delen van het hoofd geplaatst om de hersenactiviteit te meten. Deze techniek wordt vaak gebruikt om toevallen te diagnosticeren.
  • Tenslotte kan het onderzoek naar mentaal functioneren – zoals problemen oplossen of geheugen – worden uitgevoerd door middel van neurocognitieve testen in de vorm van speciaal ontworpen vragenlijsten.

Volgende week zullen we bekijken hoe deze technieken zijn gebruikt om afwijkingen te onthullen in de hersenen van mensen met ME/cvs.

Het originele (Engelstalige) artikel kun je hier lezen
Vertaling: ME/cvs Vereniging

Hersenbloedstroom is verminderd bij ME/cvs

Veel ME/cvs patiënten (maar niet alle) vertonen één of andere vorm van orthostatische intolerantie. Hierbij reageren hartslag en bloeddruk sterk op verandering van houding. Dit kan worden gemeten door het doen van een kanteltafeltest. Bij deze test word volgens een vast protocol de tafel gekanteld waarop de patiënt ligt, totdat de patiënt staat.

Het onderzoek

Aan deze studie deden 429 ME/cvs patiënten mee en 44 gezonde controle proefpersonen. Zij ondergingen gedurende 30 minuten testen op de kanteltafel. Tijdens het kantelen werden halverwege en aan het eind bij iedereen de bloeddruk, hartslag en bloeddoorstroming naar de hersenen gemeten. Er werd halverwege een mondelinge vragenlijst afgenomen om 15 symptomen van orthostatische intolerantie vast te leggen.

De bloedstroom naar de hersenen werd gemeten met een echotechniek (doppler) aan slagaders naar de hersenen. De snelheid waarmee het bloed naar de hersenen stroomt, werd genoteerd. Het is normaal dat deze iets afneemt wanneer je gaat staan.

Resultaten

  • 247 patiënten hadden een normale reactie van hartslag en bloeddruk op de kanteltafeltest
  • 62 patiënten hadden vertraagde orthostatische hypotensie (dOH)
  • 120 patiënten hadden het posturale orthostatische tachycardie syndroom (POTS).

De gezonde proefpersonen hadden aan het eind van de kanteling een verminderde hersenbloedstroom van 7%. De ME/cvs patiënten hadden hierbij gemiddeld een vermindering van 26%. De ME/cvs patiënten die een normale reactie van hartslag en bloeddruk hadden op de kanteltafeltest, hadden een verminderde hersenbloedstroom van 24%. Voor de dOH patiënten was dit 28% en voor de POTS patiënten 29%.

Statistisch berekend is 13% “normaal” (13% = 2 x de standaarddeviatie van de afname van de hersenbloedstroom van de gezonde controles).

Dit cijfer werd vervolgens vergeleken met de cijfers van de ME/cvs patiënten. Van de ME/cvs patiënten liet 82% van de groep met de normale reactie van hartslag en bloeddruk een abnormale vermindering zien van hersenbloedstroom, 98% van de dOH patiënten en 100% van de POTS patiënten.

Conclusies

De bloedstroom naar de hersenen is tijdens de kanteltafeltest verminderd bij ME/cvs patiënten met POTS, uitgestelde OH en zelfs bij de patiënten die een normale reactie vertoonden van hartslag en bloeddruk.

De studie toont aan dat orthostatische intolerantie symptomen verband houden met afname van hersenbloedstroom. Ook laat de meerderheid van de ME/cvs patiënten een abnormale afname zien van hersenbloedstroom tijdens het testen met orthostatische stress. Dit kan implicaties hebben voor de diagnose en behandeling van ME/cvs patiënten.

Het volledige (Engelstalige) artikel vind je hier.

De grote genenstudie naar ME/cvs is baanbrekend

Een genetische zwakte was bijna zeker de vonk waardoor bij zoveel mensen ME/cvs oplaaide nadat een virus of bacterie infectie plaatsvond. Er is sterk bewijs dat dit waar is. Een onderzoek uit 2011 van de ME/CFS University of Utah concludeerde dat er “sterke aanwijzingen waren dat erfelijke factoren bijdragen aan de aanleg voor ME/cvs“. Deze studie vond een verhoogd risico om ME/cvs te krijgen, zelfs bij familieleden van de derde graad; d.w.z. overgrootouders en achterneven/-nichten. Aangezien slechts 1/8e van ons genetisch materiaal met deze verwanten wordt gedeeld, suggereert de bevinding dat ME/cvs zelfs bij hen opduikt, dat er een sterke genetische component aanwezig is. Alleen moet die genetische component nog gevonden worden.

The ME/CFS Genetic Database Study

Dat is precies de bedoeling van “The Great Chronic Fatigue Syndrome Community Gene Project” [Het Grote Genenproject van de CVS-gemeenschap]. Ook wel bekend als de “ME/CFS Genetic Database Study” van Nancy Klimas’ groep aan de Nova Southeastern University. Het mooie aan de studie is dat het een gemeenschapsproject is. Jij levert de data, zij analyseren de resultaten.

Eerst krijg je je genetische resultaten. Je komt een aantal van je genetische zwaktes te weten (als je wilt) en je hebt een bron waar je nog jaren uit kunt putten. Naarmate de wetenschap vordert en verschillende genetische problemen bij ME/cvs bekend worden, zal je kunnen beoordelen of je ze hebt en of je er iets aan kunt doen. Het is twee voor de prijs van één: jouw genetische gegevens zijn van nut voor jezelf en dragen bij aan het einde voor ME/cvs.

Neem het MTHFR-gen dat het foliumzuurmetabolisme, DNA/RNA-synthese en -herstel, en het functioneren van de hersenen reguleert. Veranderingen in het MTHFR-gen veroorzaken vermoeidheid, prikkelbaarheid, hersenmist, angst, slaapproblemen en pijn. Doordat soortgelijke problemen ook veel voorkomen bij ME/cvs wordt al jaren vermoedt dat dit gen betrokken is bij de ziekte. Helaas is hier geen hard bewijs voor.

MTHFR-mutaties gevonden

Er waren echter maar 450 deelnemers nodig voor “The ME/CFS Genetic Database Study” om het eerste resultaat te bereiken. De studie heeft bewijzen gevonden voor een hoge prevalentie van een erfelijke defect in het methylfolaat (MTHFR)-gen bij ME/cvs.

Dat is behoorlijk groot nieuws. We vermoeden immers dat er metabole problemen aanwezig zijn bij ME/cvs en nu hebben we bewijs dat er een probleem is met het foliumzuurmetabolisme. Als je dit probleem hebt en je neemt niet het juiste soort foliumzuur, dan heb je pech. Bovendien heeft de foliumzuurstofwisseling ook invloed op de bloedvaten en DNA-methylatie. We vermoeden dat er bij ME/cvs problemen zijn met de bloedvaten en uit epigenetische studies blijkt ook dat er sprake is van lage niveaus van methylatie

Begin van nieuwe studies

Christopher Lattimore, onderzoeker bij deze studie, heeft een voldoende hoge prevalentie van mensen met ME/cvs met MTHFR-mutaties gevonden om een studie te starten. Mensen die aan de studie deelnemen, zullen gedurende drie maanden een voorgeschreven supplement innemen en verslag uitbrengen over hun symptomen.

Dit is nog maar het begin. Tot nu toe hebben 450 mensen hun genetische gegevens voor het project verstrekt. Maar het project heeft als doel om van 10.000 patiënten de genetische gegevens te krijgen en analyseren. Als er slechts 450 mensen nodig waren om een MTHFR-defect aan het licht te brengen, stel je dan eens voor wat we met 1.000 genetische monsters of 5.000 of 10.000 kunnen vinden.

Deelnemen aan “The ME/CFS Genetic Database Study”

Deelname aan deze studie vereist: een computer met een internetaansluiting en een e-mailaccount. Als je in aanmerking komt voor de studie en instemt met deelname, dan verstrek je hen je ruwe genetische gegevens om deze te verzamelen in een unieke genetische databank, de ME/CFS Genetic Database.

Naast het verstrekken van je genetische gegevens, zullen de deelnemers op eigen tempo online enquêtes invullen. Omdat alle communicatie via een beveiligde e-mailserver verloopt, is er geen verplaatsing nodig en kan deelname comfortabel van thuis uit plaatsvinden!

Voor alle informatie die je nodig hebt, kan je hier terecht. Als je geïnteresseerd bent in deelname of vragen hebt, stuur dan een e-mail naar [email protected].

Dit is een Amerikaanse studie. Hou er daarom rekening mee dat alle communicatie in het Engels zal plaatsvinden, als het al mogelijk is om vanuit Nederland mee te doen aan dit onderzoek.

Het originele (Engelstalige) artikel, geschreven door Cort Johnson, vind je hier.
Vertaling Yvonne, redactie Zuiderzon en Abby, ME-gids.

Wijdverspreide neuro-inflammatie gevonden in ME/cvs

Ze hebben lang gedacht dat inflammatie (ontsteking) tot de centrale vermoeidheid leidt (vermoeidheid die voortkomt uit de hersenen), die een grote rol speelt in ME/cvs. In 2013 stelde Watanabe voor dat inflammatie in de hersenen het “facilitatiesysteem” neerhaalde dat opduikt wanneer we moe zijn om signalen van de motorische schors te stimuleren om onze spieren in beweging te houden. Hij stelde ook de hypothese dat een remsysteem de vermoeidheid bij ME/cvs opvoerde.

Een studie uit 2016 maakte het plaatje af toen deze bewijs vond van verminderde dopaminerge activiteit van een deel van de hersenen (de basale ganglia) die die motorische schors activeert. Dat past precies bij de resultaten van Miller, die suggereerde dat
problemen met de basale ganglia zowel de vermoeidheid als de problemen met motorische activiteit in ME/cvs zou veroorzaken.

De grote doorbraak kwam in 2014 toen de Japanners zowat iedereen verbijsterden met een studie met een PET-scan die wijdverspreide neuro-inflammatie vond in de hersenen van ME/cvs-patiënten. De studie was klein (n=19) maar de bevindingen leken sterk.

De neuro-inflammatie was wijdverspreid, maar was het sterkst aanwezig in de gebieden van de hersenen (thalamus, amygdala, middenhersenen, hippocampus), die eerder waren opgedoken bij
ME/cvs. Bovendien waren de Japanners in staat om specifieke inflammatiegebieden te linken aan specifieke symptomen:

  • Inflammatie in de thalamus stond in verband met cognitieve stoornis, vermoeidheid en pijn.
  • Inflammatie in de amygdala stond in verband met cognitieve problemen.
  • Inflammatie van de hippocampus stond in verband met depressie.

Anthony Komaroff noemde de bevindingen de meest opwindende in decennia. De Japanners begonnen een veel grotere studie naar neuro-inflammatie (n=120). Dit jaar publiceerden ze een groot aantal papers over ME/cvs in het Japanse vakblad “Shinkei Kenkyu No Shinpo” (Hersenen en Zenuwen). Een van de papers ging specifiek over neuro-inflammatie, maar de bevindingen zijn nog niet in Engelse tijdschriften gepubliceerd.

Neuro-Inflammatie volgens Yarred Younger

Yarred Younger, die het Labo voor Neuro-inflammatie, Pijn en Vermoeidheid aan de University of Alabama aan Birmingham leidt, heeft lang geloofd dat neuro-inflammatie een grote rol speel in ME/cvs en fibromyalgie.

In 2015 merkte hij hoe populair het onderwerp neuro-inflammatie geworden was. Zeven jaar geleden werd er bijna niks over microglia gezegd op de pijnconferenties. Nu zitten ze vol met presentaties over microglia.

Deze immuuncellen zijn gevoelig voor zo veel factoren en kunnen uitgelokt worden op zo veel manieren dat bijna elke stressor, van een infectie tot toxinen en psychologische stress, mogelijk een staat van microgliale gevoeligheid kan uitlokken in de juiste persoon. Omdat ze in staat zijn om tientallen verschillende inflammatoire mediatoren te produceren, gelooft Younger dat het verschil tussen ME/cvs en FM eenvoudigweg kan neerkomen op kleine verschillen in hoe de microglia worden bijgesteld.

Beide ziekten zouden in gang gezet kunnen worden door een hoge mate van immuunactivatie, die in de loop van de tijd de microglia in een zodanige mate gevoelig maakt dat ze ontstekingsfactoren beginnen produceren bij het minste teken van een stressor.

Nieuwe, niet invasieve meettechnieken

Younger was net klaar met zijn studie met hersenthermometrie bij ME/cvs. Hij gebruikte een nieuwe, minder invasieve manier om de hersenen te beoordelen, die magnetische resonantie spectroscopische thermometrie (MRSt) wordt genoemd. De techniek, die als doel heeft een thermometer voor de hersenen te creëren, gebruikt een MRI-scanner (beeldvorming door magnetische resonantie). Terwijl Younger de temperatuur van de hersenen beoordeelde, onderzocht hij ook de chemische samenstelling ervan.

Met deze techniek duurt het slechts 20 minuten in de machine om een volledige 3D-warmte- en chemische kaart van de hersenen van een ME/cvs-patiënt te krijgen. Nadat het Solve ME/CFS Initiative (SMCI) financiering had verstrekt, ging hij aan de slag en scande uiteindelijk de hersenen van 15 vrouwen met ME/cvs en 15 gezonde controles gepaard volgens leeftijd en geslacht.

Wijdverspreide neuro-Inflammatie gevonden in de hersenen van ME/cvs patiënten

Het bleek dat Youngers hersenbrede zoektechniek precies goed was. Het kijken naar afzonderlijke gebieden van de hersenen in ME/cvs-patiënten, zou misleidende data voortgebracht hebben. Het bleek dat er geen enkel gebied of zelfs geen groep van gebieden in de hersenen abnormaal was in ME/cvs: bijna de volledige hersenen waren dat.

Younger vond lactaat – een product van anaeroob metabolisme – wijdverspreid doorheen de hersenen van mensen met ME/cvs. Hij opende een kaart met verbazingwekkende reeks van hersengebieden vol lactaat. Hij pikte er een paar uit: de insula, hippocampus, thalamus, en putamen, die bijzonder hoge niveaus [van lactaat] hadden. Het waren vrijwel dezelfde regio’s die de Japanners in hun studie uit 2015 hadden gevonden. Het feit dat de temperatuurstijgingen overlapten met de lactaatverhogingen, gaf verder vertrouwen dat Younger enkele sleutelgebieden had geïdentificeerd.

De cortex cingularis anterior in het bijzonder, die Younger “het centrum van het lijden” in de hersenen noemde, verscheen volop. Het gebied wordt geassocieerd met veel vervelende symptomen (malaise, vermoeidheid en pijn) en het is in het verleden aangetoond in studies naar zowel ME/cvs als fibromyalgie. Het hoge cholinesignaal in dat gebied van de hersenen suggereerde dat inflammatie daar een patroon van vernietiging en vervanging produceerde; d.w.z. dat er behoorlijk wat schade – mogelijk zelfs neuronale schade – werd aangericht.

Over het algemeen waren de lactaatgehaltes niet zo hoog als in andere ziekten – ze waren gewoon consistent aanwezig. Younger verwachtte niet om echt hoge niveaus te zien; echt hoge lactaatgehaltes zouden onherstelbaar beschadigde neuronen betekend hebben – het soort neuronale schade die gezien wordt bij MS, Parkinson en Alzheimer, het soort neuronale schade die echt moeilijk om te keren is. Het feit dat Younger neuro-inflammatie zag bij ME/cvs maar geen neuronvernietigende inflammatie is inderdaad goed nieuws voor mensen met ME/cvs.

Opmerkelijk genoeg toonden de gezonde controles geen enkel bewijs van een analyt zoals lactaat dat verhoogd is en geen enkel gebied van de hersenen dat verhit is. Het is zeer ongebruikelijk om geen enkel bewijs van een afwijking te vinden bij de gezonde controles. Meestal zijn de resultaten van toepassing op groepen, geen personen; sommige gezonde controles vertonen doorgaans bevindingen die vergelijkbaar zijn ME/cvs-patiënten en vice versa, maar hier niet – de twee groepen waren absoluut verschillend. Hoewel dit een kleine studie was, suggereren zulke zwart/wit-resultaten sterk dat neuroinflammatie van de hersenen een sleutelelement van ME/cvs is.

Wat betekent dit voor een eventuele behandeling?

Het documenteren dat neuro-inflammatie aanwezig is en het functioneren in ME/cvs aantast, zou drastische gevolgen kunnen hebben voor behandeling. Het zou ertoe kunnen leiden dat de wetenschappelijke en medische gemeenschappen zich minder op geneesmiddelen focussen die gericht zijn op het zenuwstelsel en meer op manieren om inflammatie te verminderen. Er zouden bijvoorbeeld pogingen gedaan kunnen worden om de huidige ontstekingsremmers aan te passen zodat ze door de bloed-hersenbarrière passeren (de meeste doen dit niet).

Vervolgonderzoek

Als het lukt om voldoende subsidies binnen te halen, zal Younger genoeg geld hebben om de neuro-inflammatie-invalshoek verder te volgen, inclusief het testen van ME/cvs-patiënten via inspanning – iets wat hij nooit eerder gedaan heeft – en zien wat dit doet met de inflammatie in hun hersenen. Het zal fascinerend zijn om te zien of ze stijgt, hoe lang de inflammatie duurt, hoe ze overeenkomt met postexertionele symptomen, en waar ze het meest duidelijk aanwezig is.

Younger speculeerde dat mensen met ME/cvs een immuungetriggerde metabolische aandoening hebben. Hij denkt dat de wijdverspreide neuro-inflammatie een aanwijzing geeft voor wat er aan de hand is. Dat patroon suggereert dat immuuncellen de bloed-hersenbarrière op meerdere plaatsen doorbreken; zoals een overstroming die een dijk doorbreekt, stromen ze in wezen door gaten naar de hersenen. Waarom dat gebeurt, weet hij niet zeker, maar zijn volgende stap bij ME/cvs is om aan te tonen dát het gebeurt

Het originele (Engelstalige) artikel, geschreven door Cort Johnson, vind je hier.
Vertaling: ME-Gids