Tag Archief van: inspanning

Invloed inspanning bij immuunsysteem ME/cvs

De grote vraag voor ME/cvs en long COVID is: wat veroorzaakt post-exertionele malaise (PEM)? Het nieuwste onderzoek van het Institute for Neuroimmune Medicine van Nancy Klimas – geleid door Lubov Nathanson (senior auteur) en Derek J. Van Booven (hoofdauteur) – definieert PEM als “een verergering van de symptomen na zelfs een kleine fysieke of mentale inspanning”.

De titel van het onderzoek, “Stress-Induced Transcriptomic Changes in Females with Myalgic Encephalomyelitis/Chronic Fatigue Syndrome Reveal Disrupted Immune Signatures”, zegt het al. Ze pasten een stressfactor toe – een trainingssessie op een fiets – op vrouwen met ME/cvs (gezien de geslachtsverschillen die naar voren komen, concentreren ze zich begrijpelijkerwijs op vrouwen). Vervolgens maten ze hoe de expressie van de genen die gevonden worden in immuuncellen (T, B, NK, monocyten, dendritische cellen) in het bloed veranderde.

We zijn geneigd om aan het metabolisme, de bloedstromen en de mitochondriën te denken als we aan inspanningsgeïnduceerde PEM denken. Het is natuurlijk duidelijk dat ME/cvs veel is – het is een stofwisselingsziekte, een ziekte van het autonome zenuwstelsel, een neuro-endocriene ziekte en een immuunziekte. We zullen in dit onderzoek zien dat het immuunsysteem ook een belangrijke rol speelt in de reactie van ons lichaam op lichaamsbeweging. En bij ME/cvs reageert het niet erg goed.

Het onderzoek was klein en niet zo klein. Het was klein in aantal (20 ME/cvs-patiënten / 20 gezonde controles), maar het onderzoek was grondig. Het gebruikte RNA-sequencing (RNA-seq) om genexpressies op drie verschillende tijdstippen te onderzoeken: basislijn vóór de inspanningsuitdaging (T0), maximale inspanning (T1) en 4 uur na de maximale inspanning (T2).

De resultaten waren opzienbarend en niet zo opzienbarend. De genen in de immuuncellen van de gezonde controles reageerden dramatisch op de trainingssessie. Van voor het inspanningsonderzoek tot aan het punt van maximale inspanning veranderden 102 genen significant van expressieniveau. De immuuncellen van de gezonde controles (HC) waren “aan”. Bijna alle genen (98) kwamen meer tot expressie.

Maar niet bij de ME/cvs-patiënten. Terwijl 102 genen in de immuuncellen van de gezonde controlegroep explodeerden, hielden de genen in de immuuncellen van de ME/cvs-patiënten zich gedeisd. Ze deden eigenlijk niet mee aan de oefening, er werden geen significante veranderingen in genexpressie gevonden.

Dat was een behoorlijk opzienbarende bevinding, maar het komt overeen met andere recente bevindingen van de Hanson groep. Een klein urine metabolieten onderzoek dat een explosie in veranderde metabolieten (n=400) in gezonde controles vond, maar geen significante verandering in de metabolieten van ME/cvs-patiënten 24 uur na het sporten, zette de auteurs aan om te schrijven:

“Onze meest onverwachte ontdekking is het gebrek aan veranderingen in het urinemetaboloom van ME/cvs-patiënten tijdens het herstel, terwijl er wel significante veranderingen worden opgewekt bij controles na CPET (cardiopulmonale inspanningstest), wat mogelijk het gebrek aan aanpassing aan ernstige stress bij ME/cvs-patiënten aantoont.”

Zo was het ook met de eiwitniveaus (!). Germain’s studie ontdekte dat lichaamsbeweging een veel grotere verandering teweegbracht in de eiwitten van de zittende, maar gezonde controles dan bij de ME/cvs-patiënten. De gezonde controles reageerden op de ontberingen van de tweede inspanningstest door hun proteïnenmix meer door elkaar te gooien. De ME/cvs-patiënten hadden dat vermogen niet.

Immuungenen, metabolieten en eiwitten is een behoorlijk onstuimige mix. Het probleem lijkt niet zozeer te zijn dat de systemen van ME/cvs-patiënten op vreemde manieren reageren op lichaamsbeweging, maar eerder dat ze helemaal niet reageren. Welke schakelaar in het lichaam ook wordt aangezet om mensen in staat te stellen lichaamsbeweging te verdragen en er baat bij te hebben – het gebeurt op meerdere niveaus niet bij ME/cvs.

Het werd nog interessanter. De genen in de immuuncellen die werden aangezet bij de gezonde controles bleken zich te groeperen in niemand minder dan onze oude “vriend” – natural killer (NK) cellen. NK-cellen zijn de enige verstoorde immuuncel die vanaf het begin is geïdentificeerd met ME/cvs. Bovendien steeg het aantal NK-cellen in het bloed tijdens de oefening bij de gezonde controle groep, maar bleef vlak bij de ME/cvs-patiënten.

NK-cellen worden verondersteld de bloedbaan in te duiken tijdens inspanning en deel te nemen aan opruim- en herstelactiviteiten. Bij ME/cvs leken ze geen van beide te doen.

We neigen ertoe om de slechte cytotoxische of dodende capaciteiten van de NK-cellen bij ME/cvs te associëren met problemen om te reageren op de invasie van ziekteverwekkers, maar bij mijn weten zijn ze nooit eerder in verband gebracht met lichaamsbeweging.

Onderzoeken wijzen echter uit dat NK-cellen de immuuncellen zijn die het meest reageren op lichaamsbeweging en dat is een interessant toeval! Zodra we beginnen met sporten, worden onze NK-cellen wakker, geactiveerd en gaan ze in de bloedbaan op zoek naar mogelijke problemen. Hun concentraties in het bloed stijgen met 2 tot 5x de normale waarde tijdens het sporten en dalen snel zodra de training stopt. (Omdat door inspanning geactiveerde NK-cellen een anti-tumorprofiel vertonen, wordt lichaamsbeweging nu beoordeeld als aanvulling op de behandeling van kanker.)

Interessant is dat juist de eigenschap van de NK-cellen die bij ME/cvs een klap heeft gekregen – cytotoxiciteit – wordt versterkt tijdens het sporten – nog een interessant toeval.

Na de inspanning

De pret ging verder in de herstelperiode na de inspanning. Deze keer, misschien worstelend om de schade op te ruimen, waren het de immuuncellen van de ME/cvs-patiënten waarvan de genexpressie explodeerde doordat ongeveer 50 procent meer van hun genen geactiveerd werden.

Een functionele analyse van de genetische banen suggereerde dat de beschadigde cellen mogelijk de boosdoener waren, met onder andere genen die verband houden met cellulaire respons op stress en regulatie ervan.

Daarentegen waren de immuuncellen in de gezonde controles meer geneigd om genen aan te zetten die betrokken zijn bij het signaleren van immuunreacties en de activering van leukocyten.

Met wat voor soort stress werden de cellen van ME/cvs-patiënten geconfronteerd? Recente studies suggereren dat een hoge mate van oxidatieve stress – misschien geproduceerd door slecht functionerende mitochondriën – de lipide laag van cellen zou kunnen aantasten, waarbij vrije radicalen vrijkomen die een vrije radicale storm voeden. De auteurs suggereerden iets soortgelijks en schreven dat:

“na een aanzienlijke inspanning ME/cvs-patiënten niet in staat zijn om de juiste afweer op te bouwen om cellulaire stress te bestrijden, waardoor hun immuuncellen kwetsbaar worden voor apoptose (celdood)”.

Deze resultaten wijzen erop dat door inspanning veroorzaakte oxidatieve stress bij ME/cvs cellen kan beschadigen en doden.

De vondst van een verhoogde expressie van genen die betrokken zijn bij “positieve regulatie van cytokineproductie” 4 uur na de inspanning suggereerde dat het immuunsysteem van ME/cvs-patiënten, lang nadat de ontstekingsroutes van de gezonde controlesystemen tot rust waren gekomen, nog steeds probeerde de cytokineproductie te temperen; d.w.z. een laaggradige ontsteking.

De auteurs concludeerden: “Deze veranderingen in genexpressie kunnen erop wijzen dat ontregelde immuunreacties bijdragen aan de PEM die deze ziekte kenmerkt.”

Een darm-NK cel-PEM connectie bij ME/cvs?

We weten niet wat er gebeurt met NK-cellen in de darmen, maar ze spelen blijkbaar een belangrijke rol in het bestrijden van darminfecties en bij de immuunregulatie. We weten wel dat lichaamsbeweging bij ME/cvs de lekkende darm verergert, waardoor darmbacteriën in de bloedbaan terechtkomen. Het hebben van darmbacteriën in de bloedbaan is een grote no-no en het immuunsysteem, inclusief NK-cellen, staat te springen om de bacteriën te doden en te verwijderen, dat wil zeggen – als de NK-cellen er zijn en functioneren.

Bij ME/cvs lijkt dit echter niet het geval te zijn. De aantallen NK-cellen namen niet toe en werden ook niet geactiveerd tijdens het sporten, waardoor mogelijk een interessant verband wordt gelegd tussen NK-cellen-darm-inspanning-PEM-ME/cvs. Mensen met ME/cvs sporten, hun darmen lekken bacteriën in de bloedbaan, die met name NK-cellen niet snel opruimen, wat leidt tot ontstekingen en PEM.

Een verband tussen herpesvirus en NK-cellen?

Herpesvirussen hebben de laatste tijd opzien gebaard bij zowel ME/cvs als long COVID, en het is mogelijk dat er een verband is tussen herpesvirussen en NK-cellen. Het Epstein-Barr virus kan NK-cellen infecteren, en een review merkte op dat “toenemend bewijs aantoont dat de meeste, zo niet alle, leden van de herpesvirusfamilie NK-celactiviteit tot op zekere hoogte onderdrukken”. Eén onderzoek toonde aan dat een latente CMV-infectie het vermogen van NK-cellen aantastte om een immuunsurveillance na lichaamsbeweging uit te voeren.

De auteurs van de huidige studie merkten op dat gereactiveerde herpesvirussen bij ME/cvs lijken te resulteren in mitochondriale disfunctie (remodellering) die cellen naar een hypometabole (Dauer) toestand duwt. En suggereerden dat lichaamsbeweging bij ME/cvs mogelijk leidt tot reactivatie van het herpesvirus.

Ze kunnen ook uitgeput zijn bij fibromyalgie. Uit een onderzoek dat suggereert dat NK-cellen zenuwvezels aanvallen bij fibromyalgie, bleek ook dat ze tekenen van uitputting vertoonden.

De Hoofdpunten

  • Het lijkt erop dat problemen met de bloedstroom, het zuurstofgebruik en de energieproductie er samen voor zorgen dat lichaamsbeweging behoorlijke problemen oplevert bij ME/cvs. De nieuwste studie van Nancy Klimas’ Institute for Neuroimmune Medicine maakt echter duidelijk dat we het immuunsysteem niet uit de mix kunnen houden. Dit is tenslotte een veelzijdige ziekte.
  • Deze studie beoordeelde hoe de genen van immuuncellen (T, B, NK, dendritische cellen, monocyten) bij mensen met ME/cvs en gezonde controles tot expressie kwamen in reactie op lichaamsbeweging.
  • De genen van de gezonde controles kwamen goed tot uiting. Meer dan honderd genen kwamen in actie tijdens de trainingsperiode. De immuuncellen van de ME/cvs patiënten daarentegen hielden zich gedeisd en waren in de trainingsperiode in het geheel niet actief. In feite voldeed niet één gen aan de criteria voor activering.
  • Deze vreemde non-respons of zeer beperkte respons op een behoorlijk grote stressfactor als intensieve lichaamsbeweging kwam naar voren in metabole en eiwitstudies bij ME/cvs. Om wat voor reden dan ook (cellulaire uitputting?) reageren belangrijke systemen bij ME/cvs gewoon niet op lichaamsbeweging.
  • In het geval van de immuuncellen die in deze studie werden onderzocht, was de belangrijkste “domper” in de studie het onvermogen van onze oude “vriend” natural killer cellen (NK-cellen) om zich te laten zien. Problemen met NK-cellen kwamen al vroeg aan het licht bij ME/cvs en ze zijn consequent gevonden.
  • In een nogal opmerkelijk toeval (toeval?), blijken NK-cellen de meest inspanningsgevoelige immuuncellen te zijn. Tijdens het sporten worden NK-cellen geactiveerd en springen in de bloedbaan waar hun niveau met 2 tot 5x toeneemt. Tenzij je ME/cvs hebt. Ze “sprongen” niet en ze leken ook niet geactiveerd te worden.
  • Deze cellen stromen blijkbaar door de bloedbaan aangezien lichaamsbeweging onvermijdelijk schade veroorzaakt doordat de vrije radicalen uit de mitochondriën lekken. Studies suggereren dat bij ME/cvs lichaamsbeweging veel schade veroorzaakt omdat er meer vrije radicalen dan normaal worden geproduceerd en de antioxidanten die de vrije radicalen in toom moeten houden laag zijn.
  • In de herstelperiode na de inspanning, misschien worstelend om de schade op te ruimen, waren het de immuuncellen van de ME/cvs-patiënten waarvan de genexpressie explodeerde. Ongeveer 50 procent meer van hun genen werden geactiveerd. Genen die geassocieerd worden met de cellulaire respons op stress en de regulatie ervan behoorden inderdaad tot de meest opgewaardeerde genen.
  • Meer dan 4 uur na het sporten bleek dat de immuuncellen van de ME/cvs-patiënten – in tegenstelling tot de immuuncellen van de gezonde controles – nog steeds probeerden om ontstekingen tegen te gaan.
  • De auteurs concludeerden dat “ME/cvs-patiënten na aanzienlijke inspanning niet in staat zijn om de juiste afweermechanismen op te zetten om cellulaire stress te bestrijden, waardoor hun immuuncellen kwetsbaar zijn voor apoptose (celdood)”.
  • Tot slot, omdat herpesvirussen natural killer cellen kunnen infecteren, is het mogelijk dat herpesvirus reactivatie een rol speelt in dit alles.


Originele Engelstalige artikel:
https://www.healthrising.org/blog/2023/06/17/exercise-immune-system-letdown-chronic-fatigue-syndrome/
Cort Johnson, 17 juni 2023 

Inspanningstesten voor ME/cvs in speciale uitgave van medisch tijdschrift

De 3 papers benadrukken het belang en de veelzijdigheid van cardiopulmonaire inspanningstesten (CPET) bij ME/cvs. Ze tonen aan dat CPET een kwantitatieve uitkomst biedt voor postexertionele malaise (PEM) en invaliditeitsdoeleinden. Maar ook als diagnostische tool en een betrouwbaar instrument en Biomarker voor onderzoeksdoeleinden

PEM symptomen onderscheiden ME/cvs-patiënten van gezonde controles

In het eerste paper vergeleken de onderzoekers symptomen gerapporteerd door ME/cvs-patiënten en door gezonde controles in reactie op een tweedaagse cardiopulmonaire inspanningstest (CPET). Symptomen waren meer divers, kwamen vaker voor en duurden langer in de ME/cvs-groep in vergelijking met de gezonde controles. Verschillende symptomen leken uniek te zijn voor ME/cvs, waaronder hersenmist, verminderde functie, hoofdpijn en symptomen die wijzen op immuun activering. Heel weinig gezonde controles rapporteerden deze symptomen en de meerderheid meldde inderdaad dat ze zich beter voelden, niet slechter, na CPET. Dit zou nuttig kunnen zijn bij het screenen van patiënten op PEM.

Deze paper werpt ook een licht op de mogelijke risico’s van tweedaagse CPET. Ongeveer de helft van de ME/cvs-patiënten herstelde in een week of minder, bij de andere helft duurde het langer. Hopelijk zal toekomstig onderzoek helpen bepalen welke patiënten een groter risico lopen op langdurige PEM.

Het volledige (Engelstalige) paper kun je hier lezen.

Casestudie: cardiopulmonaire respons op behandeling met intraveneuze zoutoplossing

In deze casestudie werden de effecten gemeten van dagelijkse intraveneuze toediening van zoutoplossing. Cardiopulmonaire inspanningstesten (CPET) werden hiervoor uitgevoerd bij een 38-jarige vrouw met ME/cvs. We ontdekten dat door dagelijkse zoutoplossingen de cardiopulmonaire respons en verschillende symptomen gedurende de studie verbeterden. Intraveneuze zoutoplossing kan mensen met ME/cvs helpen door het verminderen van afwijkingen die bijdragen aan lage bloeddruk en een lagere hartslag.

Het volledige (Engelstalige) paper kun je hier lezen.

CPET metingen voor onderzoeksdoeleinden en als Biomarker bij ME/cvs

De onderzoekers voerden deze studie uit om de statistische eigenschappen te bepalen van cardiale, pulmonaire en metabole metingen. Deze metingen zijn verkregen tijdens CPET bij mensen met ME/cvs. De CPET-metingen bleken een adequate responsiviteit en reproduceerbaarheid te hebben. Hierdoor zijn ze geschikt voor onderzoeksdoeleinden en klinische toepassingen, zoals het gebruiken van CPET als een Biomarker.

Het volledige (Engelstalige) paper kun je hier lezen.

Workwell is alle deelnemers die zich vrijwillig hebben aangemeld voor deze studies enorm dankbaar.

Dit zijn 3 papers die Workwell mocht publiceren in een speciale uitgave over ME/cvs in het medische tijdschrift ‘Work’. In deze uitgave verschenen nog veel andere papers over ME/cvs. Je vindt deze uitgave hier.

Ernst van ME/cvs gemeten met tweedaagse fietstest

Eerdere onderzoeken

Veel onderzoek heeft al aangetoond dat bij de meerderheid van de ME/cvs patiënten de maximale zuurstofinname is verminderd. Maar er zijn ook onderzoeken die aantoonden dat de maximale zuurstofinname (VO2max) bij ME/cvs patiënten vergelijkbaar, of slechts een beetje lager zijn dan bij gezonde, inactieve controles. Bij deze onderzoeken werd echter een enkelvoudige CPET test gedaan, dus 1 test op 1 dag.

De VO2max is het maximale volume zuurstof(gas) dat je kunt transporteren en verwerken in een bepaalde tijd.

Door een tweedaagse CPET test te doen, kan verder onderscheid gemaakt worden tussen ME/cvs patiënten en gezonde controles. Bij zo’n tweedaagse fietstest wordt 2 keer dezelfde inspanningstest gedaan, met 24 uur ertussen. Uit onderzoek is gebleken dat ME/cvs patiënten significant lagere VO2max- en werklastwaarden hebben op de 2e dag vergeleken met de 1e dag.

Dit terwijl gezonde, inactieve controles op de 2e dag dezelfde of zelfs betere VO2max en werklast waarden hebben, vergeleken met de 1e dag.

Deze waarnemingen nu bevestigd in een grote groep mannelijke en vrouwelijke ME/cvs patiënten.

Doel van het onderzoek

Er is niet zoveel bekend over de ernstige vorm van ME/cvs. Daarom was het doel van deze studie om de effecten van een tweedaags CPET protocol te vergelijken tussen ernstig, mild en matig zieke ME/cvs patiënten.

De uitvoering van het onderzoek

Het onderzoek werd uitgevoerd bij vrouwelijke patiënten met ME/cvs en inspanningsintolerantie. Ze werden getest op een fietsergometer volgens een vastgesteld protocol. Hierbij moesten ze blijven fietsen met een weerstand tussen 10-30 Watt per minuut.

De volgende dingen werden gemeten:

  • Zuurstofconsumptie (VO2),
  • Kooldioxide afgifte (VCO2),
  • Zuurstofsaturatie,
  • ECG (hartfilmpje),
  • Hartslag,
  • Werklast,
  • Bloeddruk,
  • Ventilatoire drempel (meting van de anaerobe drempel)
  • Lactaat (melkzuur) in het bloed,
  • Ingeademde en uitgeademde gassen,

De anaerobe drempel wordt bepaald door de ventilatoire drempel te meten. Daarbij is de verhouding tussen wat je inademt (zuurstof) en uitademt (kooldioxide) belangrijk.

De zuurstofconsumptie, hartslag en werklast werden zowel bij de maximale inspanning gemeten als bij de ventilatoire drempel.

De ernst van de ziekte werd bepaald aan de hand van de ICC. Hierbij bleken 31 patiënten mild ziek te zijn, 31 patiënten matig ziek en 20 patiënten ernstig ziek.

Resultaten

Alle patiënten, of ze nu mild, matig of ernstig ziek waren, hadden op de 2e testdag significant lagere CPET waarden dan op de 1e dag. De verandering in CPET waarden was vergelijkbaar tussen de milde, matige en ernstig zieke patiënten.

Een uitzondering hierop is het verschil in maximale werklast tussen de 1e en 2e dag bij milde en ernstig zieke patiënten. De maximale werklast nam het meeste af bij de ernstig zieke patiënten (-19 (11)%).

Conclusie

Deze relatief grote tweedaagse CPET studie bevestigt eerdere bevindingen. Namelijk dat verschillende inspanningsvariabelen bij ME/cvs patiënten op de 2e testdag afnemen.

Dit is de eerste studie die aantoont dat de ziekte-ernst de inspanningscapaciteit negatief beïnvloedt bij vrouwelijke ME/cvs patiënten.

Tenslotte toont deze studie aan dat de achteruitgang in maximale werklast van dag 1 tot dag 2 het grootst is in de groep patiënten
met ernstige ME/cvs.

Je vind het originele (Engelstalige) onderzoek hier.

Dit artikel behoort tot een speciale uitgave die in 2021 uitkomt met als onderwerp: ME/CFS – the Severely and Very Severely Affected)

Inspanningsintolerantie uniek voor ME/cvs?

Lichaamsbeweging is zoiets als een universeel medicijn. Het wordt aan vrijwel iedereen en bij elke ziekte aanbevolen, ongeacht hoe oud of ziek je bent. Stoppen met bewegen zorgt voor veel meer problemen en is zelfs bijna even schadelijk als roken. Het is dus niet vreemd dat artsen ME/cvs niet begrijpen. Het probleem met de inspanningsintolerantie is in tegenspraak met alles wat ze weten en eerder hebben gezien.

Een tweedaags inspanningsonderzoek bleek een zegen voor ME/cvs-patiënten. Het toonde aan wat iedereen met ME/cvs weet, maar wat weinig artsen begrijpen:

“Lichaamsbeweging, en met name grote inspanning, maakt dat we ons slechter voelen”.

De grote vraag waarmee onze ziekte zich geconfronteerd ziet, heeft betrekking op de uniekheid ervan. Zijn we echt de uitzondering in de medische wereld? Of zijn er een paar inspanningsintolerante kameraden met wie we onze ellende of, beter nog, onze bevindingen kunnen delen?

Tweedaagse inspanningsonderzoeken

Eerdere onderzoeken laten zien dat mensen met hartfalen, pulmonale hypertensie, cystische fibrose, een milde vorm van COPD, of een beroerte, allemaal op een fiets kunnen springen. Ze kunnen zich helemaal suf trainen en de volgende dag wéér op de fiets springen met dezelfde hoeveelheid energie. Het is opmerkelijk dat zelfs ernstig zieke mensen op een bepaalde dag tot het uiterste kunnen trainen en de volgende dag hetzelfde kunnen. En dit zonder enige afname van hun vermogen om energie te produceren.

Dit soort uitkomsten, waaruit blijkt dat ernstig zieke mensen dezelfde energie kunnen produceren op de tweede dag van een test met maximale inspanning, zijn zó consistent dat men, buiten ME/cvs, is gestopt met deze tweedaagse inspanningsonderzoeken.

In de meeste onderzoeken werden de prestaties van ME/cvs-patiënten vergeleken met die van een gezonde controlegroep. Maar twee andere onderzoeken, waarin andere vermoeidheidsziekten werden meegenomen, werpen een nieuw licht op de cruciale vraag over hoe uniek de inspanningsintolerantie bij ME/cvs is.

Resultaten van het Larson/Workwell-onderzoek

Het meest recente onderzoek is de Larson/Workwell serie. Hierin werden de resultaten van een tweedaags maximaal CPET-onderzoek bij zes vrouwen (overeenkomend in leeftijd en BMI) vergeleken.

In de groep van 6 vrouwen bevonden zich:

  • een vrouw met een zittend leven die verder gezond is,
  • een actief iemand zonder vermoeidheidsklachten,
  • iemand met multiple sclerose (MS).,
  • iemand met HIV,
  • een slechter functionerende ME/cvs-patiënt (lage energieproductie, lage maximale zuurstofopname (VO2)),
  • een beter functionerende ME/cvs-patiënt (hogere energieproductie, hoge maximale zuurstofopname (VO2)).

Zowel de MS- als de HIV-patiënt ervoeren hoge vermoeidheidsniveaus. Maar beiden waren in staat om hun energieproductie bij de tweede inspanningstest te herhalen. In werkelijkheid verbeterde zelfs iedereen hun inspanningsvermogen bij de tweede test. Dit was niet het geval bij de twee ME/cvs-patiënten. De inspanning op dag 1 maakte de inspanning op dag 2 onmogelijk.

De inspanningstesten lieten een paar interessante trends zien. Beide ME/cvs-patiënten lieten een “substantiële afname van elke variabele op de anaerobe grens” zien bij hun tweede test. Ondanks een beter niveau van functioneren, had de beter functionerende ME/cvs-patiënt een grotere terugval in energieproductie bij de tweede inspanningstest – een opmerkelijke 30% – dan de slechter functionerende patiënt (16%). Dat toont aan hoe lastig het is om in te schatten hoe groot de metabolische invloed van inspanning kan zijn, zelfs voor beter functionerende patiënten. De inspanningsscores van de slechter functionerende patiënt doen vermoeden dat elke activiteit die intenser is dan rustig wandelen, staand afwassen of het bespelen van een muziekinstrument waarschijnlijk “leidt tot een overmatige activering van verstoorde metabolische verbindingen.”

Alles bij elkaar betekent dit dat:

  • De MS- en HIV-patiënt en een gezonde controlegroep konden zich aanpassen aan de inspanning en werden sterker bij de tweede inspanningstest,
  • De ME/cvs-patiënten verslechterden significant op nagenoeg elke parameter.

Eén punt voor een unieke inspanningsintolerantie bij ME/cvs.

Resultaten van het Hodges-onderzoek

In het Hodges-onderzoek deden ME/cvs-patiënten (n=10), MS-patiënten (n=7) en een gezonde controlegroep (n=17) een tweedaags inspanningsonderzoek. In vergelijking met de gezonde controlegroep, bleek uit dit onderzoek een significant lagere inspanningslast op de anaerobe drempel bij ME/cvs-patiënten op de tweede dag. MS-patiënten konden bij de tweede inspanningstest dezelfde inspanningslast hebben als bij de eerste.

Inspanningslast verwijst naar het vermogen dat de deelnemers kunnen produceren. Naarmate de test vordert, neemt de weerstand op de pedalen toe, waardoor de deelnemers steeds meer kracht moeten zetten om ze te bewegen.

De significant verminderde inspanningslast op de anaerobe drempel bij de ME/cvs-groep is een indicatie dat de eerste inspanningstest een negatieve invloed had op hun vermogen om de volgende dag kracht te produceren. Anders gezegd, wanneer dit een wedstrijd gewichtheffen zou zijn, dan zou de ME/cvs-groep de tweede dag aanzienlijk minder gewicht omhoog hebben kunnen gebracht.

Interessant is dat uit het onderzoek op de tweede dag geen afname in energieproductie (zuurstofverbruik) op de anaerobe drempel bij de ME/cvs-groep bleek. Dat leidde tot de interessante conclusie dat de ME/cvs-patiënten op de tweede dag evenveel zuurstof verbruikten, maar dat de zuurstof die ze verbruikten minder efficiënt werd verbruikt; ze konden immers niet dezelfde hoeveelheid kracht produceren.

Eerdere onderzoeken

In meerdere onderzoeken wordt beweerd dat inspanningslast, ofwel het vermogen om kracht te ontwikkelen bij ME/cvs-patiënten meer verstoord raakt door inspanning, dan het zuurstofverbruik (energieproductie). We zouden ons niet moeten laten leiden door individuele metingen, zeker niet bij dit soort kleine onderzoeken.

Het is duidelijk dat inspanning bij mensen met ME/cvs uiteenlopende effecten heeft. Essentieel is dat in elk tweedaags inspanningsonderzoek tot nu een significante afname werd gevonden in bepaalde belangrijke factoren op de anaerobe drempel (het punt waarop het schone aerobe energieproductiesysteem dramatisch verslechtert en het inefficiëntere anaerobe energieproductiesysteem het overneemt) en inspanning veel moeilijker wordt.

Vermoeidheid vs PEM

Larson beweerde dat het soort vermoeidheid bij MS verschilde van de metabole vermoeidheid die bij ME/cvs wordt gevonden. Zij zijn niet de eersten die dit beweren. In het ME/cvs- en MS-inspanningsonderzoek van Alan Light, wordt beweerd dat er vermoeidheid is en post-exertionele malaise, en dat deze twee verschillen.

De MS-patiënten rapporteerden meer vermoeidheid dan mensen met ME/cvs. De mentale en fysieke vermoeidheid van MS-patiënten nam 8 uur na de inspanning toe. Beide waren binnen 24 uur weer terug op het basisniveau. Op geen enkel moment deed de ‘inspanningsaanval’ de pijnniveaus toenemen.

Aan de andere kant ervoeren ME/cvs-patiënten direct meer fysieke en mentale vermoeidheid na de inspanning. Deze vermoeidheid was er na 8, 24 en 48 uur nog steeds. Daarbij riep de inspanning verschillende genexpressiepatronen op.

Conclusies

Inspanningsonderzoeken met betrekking tot ME/cvs en andere vermoeiende ziekten zijn er helaas maar in beperkte mate. Maar tot zover is uit deze en onderzoeken van andere ziekten gebleken dat inspanningsintolerantie bij ME/cvs uniek is.

Grotere onderzoeken zijn nodig om uit te wijzen of ook de vermoeidheid en PEM, waar ME/cvs zo om bekend staat, uniek zijn. En, als dat zo is, op welke manier ze dat zijn

Dit is een samenvatting van dit Engelstalige artikel, geschreven door Cort Johnson. De oorspronkelijke vertaling is gemaakt door John Mulder en is geredigeerd door de ME/cvs Vereniging

Het volledige (Engelstalige) Larson-Workwell onderzoek vind je hier en het volledige (Engelstalige) Hodges onderzoek vind je hier.

18 fabels en misverstanden over PEM bij ME/cvs

PEM (ook wel PENE, “opflakkering” of “crash”) is een ernstig invaliderend symptoom, veroorzaakt door inspanning — Mark Guthridge, Twitter

1. PEM is gewoon vermoeidheid

FOUT

ME-patiënten ervaren na inspanning <pathologische> vermoeidheid, die langdurig kan zijn en zich uit in invaliderende vermoeidheid, griepachtige symptomen, cognitieve beperkingen, slaapstoornissen. https://www.pnas.org/content/114/6/E911

Reply to Roerink et al.: Metabolomics of chronic fatigue syndrome

We thank Roerink et al. (1) for their comments. We respond to their two points in order. Their first point asked about the effect of physical activity on sphingolipids. The sphingolipid response to exercise is complex.

2. PEM is niet echt

FOUT

“Er bestaat geen medische aandoening waarbij inspanning immuun- en inflammatiegerelateerde symptomen veroorzaakt, zoals keelpijn, gevoelige lymfeknopen of griepachtig gevoel, en toch rapporteerde 60% van de ME-patiënten dit soort symptomen.”

https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0197811

3. Sommige diagnostische criteria voor ME/CVS vereisen zelfs geen PEM, dus dan zal het toch niet zo belangrijk zijn.

FOUT

De Criteria van Oxford en Fukuda vereisten geen PEM, en dat is deels de reden waarom de NIH wil dat dit soort definities worden “ingetrokken”.

https://annals.org/aim/fullarticle/2322804/national-institutes-health-pathways-prevention-workshop-advancing-research-myalgic-encephalomyelitis

Pathways to Prevention Workshop | Annals of Internal Medicine | American College of Physicians

Speakers: Niloofar Afari, PhD (Associate Professor, University of California, San Diego, Healthcare System; Director of Clinical Research, Veterans Affairs Center of Excellence for Stress and Mental Health; and Division Co-Director, Mental Health Integrative and Consultative Services, Veterans Affairs San Diego Healthcare System, La Jolla, California); James M.

4. ME/CVS en PEM zijn psychologisch

FOUT

De standpuntnota over ME/CVS van NIH stelt dat ME-patiënten vaak geconfronteerd worden met scepticisme, onzekerheid en terughoudendheid, en dat men beweert dat ze gedeconditioneerd zijn of een primaire psychologische stoornis hebben. ”

https://annals.org/aim/fullarticle/2322804/national-institutes-health-pathways-prevention-workshop-advancing-research-myalgic-encephalomyelitis

5. PEM is simpelweg wat er gebeurt wanneer sedentaire ME/cvs-patiënten sporten

FOUT

Deze studies in PLoS One tonen aan dat inspanning een aanhoudende, immuungerelateerde, inflammatoire handtekening uitlokt bij ME-patiënten die anders is dan die van sedentaire personen.

https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0197811

6. ME/CVS-patiënten catastroferen gewoon over inspanning

FOUT

Tijdens een tweedaagse CPET-inspanningstest, toonden ME-patiënten beduidend lagere waarden voor O2-consumptie op dag 2, wat overeenkomt met een door inspanning veroorzaakte, verstoorde aerobische capaciteit en PEM.

https://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1300/J092v14n02_07

7. ME/CVS-patiënten zijn gedeconditioneerd

FOUT

Deze inspanningsstudies tonen bij ME-patiënten een “verhoogde afhankelijkheid van glycolytisch metabolisme en verhoogd melkzuur [dus] inspanningsintensiteit kan niet aangehouden worden, wat resulteert in verminderde activiteit.”

https://academic.oup.com/ptj/article/93/11/1484/2735315

8. Het is onmogelijk om PEM te krijgen van gewoon douchen of koken

FOUT

Bij ME-patiënten met verstoord aerobisch metabolisme, leidt de nood aan “anaerobe energie” voor zelfs de normaalste dagelijkse activiteiten tot de symptoomverergering die men ziet bij PEM.

https://academic.oup.com/ptj/article/93/11/1484/2735315

9. ME/CVS-patiënten zijn aanstellers die PEM faken

FOUT

“Kinesisten/Fysiotherapeuten zouden moeten beseffen dat de postexertionele toestand van ME-patiënten gekenmerkt wordt door meetbare tekorten in metabolisme en werklast die zo goed als onmogelijk te vervalsen zijn.”

https://academic.oup.com/ptj/article/93/11/1484/2735315

10. Mijn dokter beweert dat GET zorgt voor herstel als ik door mijn PEM heen duw.

FOUT

“Aerobe energieprocessen reageren niet normaal op inspanning bij ME-patiënten [dus] onvoorzichtig toegepaste GET zal vaak leiden tot verergering van symptomen.”

https://translational-medicine.biomedcentral.com/articles/10.1186/1479-5876-12-104

11. Er is geen objectieve manier om PEM te meten.

FOUT

Studies van BioMedCentral vonden een significante daling in de maximale O 2-pols na inspanning, wat wijst op verstoorde O2 -toevoer bij ME/CVS-patiënten nadat de postexertionele malaise is ingezet.”

https://translational-medicine.biomedcentral.com/articles/10.1186/1479-5876-12-104

12. Er is geen wetenschappelijke grond voor PEM

FOUT

“Nadat PEM is ingezet, verlaagt de drempel waarop het anaerobe metabolisme versnelt bij ME/CVS [wat leidt tot] voortijdige anaerobiose in ME-patiënten, waardoor hun arbeidsgeschiktheid nog lager wordt.”

https://translational-medicine.biomedcentral.com/articles/10.1186/1479-5876-12-104

13. Sporten is goed voor vele ziektes, waaronder ME/CVS

FOUT

“ME-patiënten vormen op dit moment een unieke categorie van patiënten die geen maximale CPET-[oefening] kunnen herhalen, in tegenstelling [tot] cardiovasculaire-, long-, nier- en pulmonaire ziektes.”

https://translational-medicine.biomedcentral.com/articles/10.1186/1479-5876-12-104

14. Klinische studies over GET voor ME/CVS meldden geen nevenwerkingen of PEM.

FOUT

“De meeste studies spreken zich niet uit over nevenwerkingen. Dit zou de reden kunnen zijn waarom vele ME-patiënten buiten klinische studies verslechtering melden door GET.”

https://journals.sagepub.com/doi/10.1177/2055102918805187

Graded exercise therapy for myalgic encephalomyelitis/chronic fatigue syndrome is not effective and unsafe. Re-analysis of a Cochrane review – Mark Vink, Alexandra Vink-Niese, 2018

The analysis of the 2017 Cochrane review reveals flaws, which means that contrary to its findings, there is no evidence that graded exercise therapy is effective. Because of the failure to report harms adequately in the trials covered by the review, it cannot be said that graded exercise therapy is safe.

15. PEM-symptomen zijn vaag en niet diagnostisch

FOUT

“Via een binair regressiemodel waren slechts 4 postexertionele symptomen nodig (symptomen gerelateerd aan vermoeidheid, immuniteit, slaap en pijn) om 92% van ME/CVS correct te classificeren.”

https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0197811

16. ME-patiënten willen gewoon niet sporten, het heeft niets te maken met PEM.

FOUT

“Op basis van de zuurstofopname was de recuperatie van ME-patiënten na 24 uur niet voltooid. Dit wijst op een verstoord herstel [veroorzaakt door] postexertionele malaise.”

https://translational-medicine.biomedcentral.com/articles/10.1186/1479-5876-8-93

17. Hersenfunctie bij ME/CVS kan niet aangetast worden door PEM.

FOUT

“Inspanning verstoorde de cognitieve prestatie en tastte de hersenfunctie van ME-patiënten aan wat objectief bewijs [verschaft] van de schadelijke neurofysiologische effecten van postexertionele malaise.”

https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S088915911730051X

18. Fysieke deconditionering draagt bij aan de instandhouding van fysieke invaliditeit bij ME/CVS.

FOUT

Deze studies vonden dat “de waarde van de verhoging in cardiale output relatief aan de zuurstofopname losstaat van motivatie of deconditionering.”

https://translational-medicine.biomedcentral.com/articles/10.1186/1479-5876-12-20

© Twitter Mark Guthridge.
Vertaling ME-gids.