Tag Archief van: NICE

ME/cvs informatie voor behandelaars

Download de update – ME/cvs informatie voor behandelaars

De ME/cvs Vereniging, Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en MECVS Nederland publiceren vandaag een nieuwe versie van de brochure “ME/CVS – Informatie voor Behandelaars”.

Patiënten met ME/cvs worden regelmatig geconfronteerd met huisartsen en andere behandelaars die weinig afweten van de ziekte, of er verouderde denkbeelden over hebben. Om behandelaars te voorzien van actuele, bruikbare informatie hebben de drie ME/cvs-patiëntenorganisaties een informatieblad gemaakt over wat de ziekte inhoudt, hoe de diagnose gesteld kan worden, en hoe de patiënten het beste geholpen kunnen worden. De inhoud is gebaseerd op betrouwbare bronnen: de NICE richtlijn voor ME/cvs uit 2021 en het advies over ME/cvs van de Gezondheidsraad uit 2018.

Up-to-date

In het afgelopen decennium is de wetenschappelijke kennis over de ziekte myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs) flink toegenomen. Dit heeft gezorgd voor een belangrijke verschuiving in het inzicht over deze ziekte. Deze verschuiving komt tot uiting in publicaties
over ME/cvs van gezaghebbende instanties, waaronder de
Gezondheidsraad in Nederland en NICE (National Institute for Health and Care Excellence) in Engeland.

Naar aanleiding van het advies van de Gezondheidsraad heeft het
ministerie van VWS opdracht gegeven voor een biomedisch
onderzoeksprogramma. Ook wordt een nieuwe Nederlandse richtlijn ME/cvs verwacht.

Deze brochure voor behandelaars is bedoeld om hen te informeren over wat nu bekend is over ME/cvs en hoe zij patiënten met deze ziekte kunnen helpen.

Ⓜ️ Verbeterde versie

In de nieuwe versie van het informatieblad zijn extra handige links toegevoegd.

Er is een link opgenomen naar de PEM-Factsheet van C-Support, waarin informatie wordt gegeven over PEM bij Long COVID, ME/cvs, Q-koorts en andere chronisch ziektes waaraan een infectie voorafging.

Ook is de lijst van handige links uitgebreid met een verwijzing naar de Open Medicine Foundation. Die biedt een kennisbank voor behandelaars én voor patiënten met actuele en gecontroleerde informatie over ME/cvs en Long COVID.

Behandelaars kunnen “ME/cvs– Informatie voor behandelaarshier downloaden.

Patiënten kunnen het ook uitprinten en aan hun behandelaars geven. 

Ⓜ️ Deel je ervaring!

We houden het informatieblad één keer per jaar tegen het licht om het eventueel te verbeteren. We horen daarom graag wat de ervaringen zijn. Wat vind je als behandelaar van het informatieblad? Wat is je ervaring als patiënt, heeft je behandelaar zijn aanpak of houding veranderd? Heb je suggesties voor verbeteringen? Stuur je ervaringen naar één van de onderstaande organisaties:

ME/cvs Vereniging ([email protected])

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid ([email protected]

MECVS Nederland ([email protected])

Reclame Code Commissie tikt NKCV op de vingers

Een klacht bij de Reclame Code Commissie over een uiting op de website van het Nederlands Kenniscentrum Chronische vermoeidheid (NKCV) is gegrond verklaard. Onder het onderwerp veelgestelde vragen stond: ‘Kan de behandeling schadelijk zijn? De behandeling is niet schadelijk. Dit hebben we onderzocht’.

???????????????????????????????????????????????? ???????????????????????????? ???????????????? ????????????????????????????????????

Op de website van NKCV wordt onder meer gesproken over de online behandeling van CVS bij jongeren met FitNet, een therapie die is gericht op cognitieve gedragstherapie (CGT) in combinatie met graded exercise therapy (GET). In de uiting wordt gezegd dat deze behandeling niet schadelijk is, wat zou blijken uit eigen onderzoek van NKCV. Volgens klaagster blijkt echter uit onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek dat de behandeling wel degelijk schadelijk is.

Lees in de link verder: https://www.reclamecode.nl/…/gezondheid-2022-00575/417859/

???????????????????????? ????????????????????!

Als je een uiting ziet over ME/CVS die ten onrechte beweert dat CGT en GET niet schadelijk is heeft het dus zin om te klagen. Hoe minder van dit soort uitingen hoe minder ME/CVS patiënten vol motivatie in een traject terecht komen waarbij ze schade oplopen. Je ziet in de samenvatting van de uitspraak naar welke wetenschappelijke informatie je hierbij kunt verwijzen. Onder andere het rapport over ME/CVS van de Gezondheidsraad en de nieuwe richtlijnen (NICE) in het Verenigd Koninkrijk.

Richtlijn: Uitzicht op nieuwe Nederlandse Richtlijn

Het Zorginstituut had in december 2020 aan de betrokken partijen (organisaties van zorgverleners en patiëntenorganisaties) gevraagd of zij de nieuwe richtlijn ME/CFS van het Engelse NICE, die in concept was gepubliceerd, geheel of gedeeltelijk over wilden nemen. Daarover is geen overeenstemming bereikt. De betrokken partijen zijn het eind september wel eens geworden om gezamenlijk een nieuwe Nederlandse richtlijn voor ME/CVS te ontwikkelen.

NICE breekt met GET en CGT als behandeling voor ME/CVS

De NICE-richtlijn, die op 29 oktober definitief is vastgesteld, breekt met graded exercise therapie (GET, stapsgewijs opvoeren van lichamelijke activiteit) en stelt dat cognitieve gedragstherapie (CGT) alleen aangeboden mag worden ter ondersteuning bij het omgaan met de ziekte. De therapie mag niet gebaseerd zijn op het uitgangspunt dat ME/CVS wordt veroorzaakt door verkeerde gedachten of gedrag. In de oude CBO-richtlijn CVS worden CGT en GET juist wel aanbevolen als behandeling voor ME/CVS. Het bewijs voor deze behandelingen is volgens NICE echter van lage tot zeer lage kwaliteit. Bovendien maakt onderzoek onder patiënten duidelijk dat CGT en GET vaak niet helpen en tot (ernstige) achteruitgang kunnen leiden.

Doel vastgesteld

Het doel van een nieuwe Nederlandse richtlijn ME/CVS is verbetering van de diagnostiek van ME/CVS en van de zorg, de sociaal-medische begeleiding (bijvoorbeeld door bedrijfsartsen), de sociaal-medische beoordeling (zoals keuringen door UWV-artsen) en het verhogen van de kwaliteit van leven van volwassenen met ME/CVS. Bij het maken van de richtlijn zal niet bij nul begonnen worden. Als bron wordt gebruik gemaakt van de NICE-richtlijn ME/CVS, die op 29 oktober is gepubliceerd, en van het voorwerk van NICE daarvoor (zoals overzichten van wetenschappelijke resultaten). Daarnaast wordt ook de oude CBO-richtlijn CVS bij het proces betrokken.

De nodige kennis zal geput worden uit wetenschappelijk bewijs, ervaring en kennis van zorgverleners en ervaring en kennis van ME/CVS-patiënten.

Financiering en organisatie nog niet rond

Het Zorginstituut had de betrokken partijen gevraagd om voor 1 oktober 2021 tot overeenstemming en resultaat te komen. Op 1 oktober lag er geen nieuwe Nederlandse richtlijn. Ook is een aantal randvoorwaarden om een nieuwe richtlijn te maken, zoals financiering en organisatie, nog niet geregeld. Wel is er overeenstemming over het ontwikkelen van een nieuwe richtlijn en is duidelijk geworden welke organisaties daaraan deel zullen nemen.*

Nieuwe Richtlijn in maart 2023 verwacht

De vertegenwoordigers van deze organisaties hebben in een brief aan de Raad van Bestuur van het Zorginstituut geschreven dat er hard aan gewerkt wordt om de noodzakelijke randvoorwaarden te realiseren om daadwerkelijk van start te kunnen gaan. De organisaties verwachten dat daarna de nieuwe richtlijn uiterlijk 1 maart 2023 klaar zal zijn.

ME/CVS-patiënten wachten al veel te lang

Wij vinden dat de mensen met ME/CVS in Nederland al veel te lang moeten wachten op betere medische zorg. Maar een richtlijn maken kost nu eenmaal veel tijd en kan niet zonder de actieve medewerking van verschillende partijen. Als patiëntvertegenwoordigers hebben wij ons tot nu toe optimaal ingezet en dat blijven we doen. Wij hebben goede hoop dat we nu samen met zorgverleners kunnen gaan werken aan een nieuwe Nederlandse richtlijn ME/CVS voor betere zorg en dat het verschijnen van de nieuwe NICE-richtlijn daarbij een stimulans zal zijn.

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid
ME/CVS Stichting Nederland
ME/cvs Vereniging

*Dit zijn de, behalve de drie genoemde organisaties van ME/CVS-patiënten, de Patiëntenfederatie Nederland, de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging van Verzekeringsgeneeskunde (NVVG), de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën (VGCt), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

De nieuwe richtlijn ME/CFS van NICE is hier te vinden: https://www.nice.org.uk/guidance/NG206 (Engels)

Nieuwe NICE Richtlijn: historische verandering voor ME/cvs

Vandaag, op 29 oktober 2021, heeft het National Institute for Health and Care Excellence (NICE) eindelijk zijn nieuwe richtlijn gepubliceerd over de diagnose en het behandelen van myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs). De ontwikkeling van de richtlijn is een lang proces geweest, doorspekt met controverse, kritiek en onverwachte vertragingen. De uiteindelijke publicatie ervan betekent echter een historische verandering voor de ME/cvs-gemeenschap. Deze blog probeert te verduidelijken waarom.

Het psychosomatische model

Voor degenen die wat achtergrondinformatie kunnen gebruiken: ME/cvs is een chronische ziekte die slopende vermoeidheid, concentratieproblemen en vele andere vreselijke symptomen veroorzaakt. Het begint vaak na een infectie, maar de oorzaak en pathologie blijven grotendeels onbekend. Patiënten kunnen vreselijk ziek worden (sommigen zijn bedlegerig) maar labonderzoeken geven meestal een normaal resultaat. Hoewel de prognose voor ME/cvs varieert, is deze meestal ongunstig. Veel patiënten blijven tientallen jaren arbeidsongeschikt.

Het syndroom kreeg meer aandacht nadat de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) in 1988 een casusdefinitie publiceerde. Gedurende de daarop volgende jaren was de standaard medische benadering van ME/cvs gebaseerd op een psychosomatisch model. Het veronderstelde dat ME/cvs-symptomen het resultaat zijn van niet-helpende gedachten en het vermijden van activiteit. De theorie ging ervan uit dat patiënten te veel rustten na hun infectie en aanhoudende vermoeidheid na het hervatten van activiteiten verkeerd interpreteerden als een teken dat ze nog steeds ziek waren en dus meer moesten rusten.

Een vicieuze cirkel werd geschetst die begon met het geloof van de patiënt in een organische ziekte als de oorzaak van haar problemen (de meeste ME/cvs-patiënten zijn vrouwen). Dit resulteerde in vermijding van activiteit, deconditionering, slaapverstoring, angst, depressie, en uiteindelijk meer vermoeidheid. Hoe meer symptomen de patiënte kreeg, hoe meer ze rustte, en dan begon de cyclus weer van voren af aan.

De groep van voornamelijk Britse psychiaters die deze angst-vermijdingstheorie hadden geformuleerd, beweerden een oplossing te hebben. Rehabiliterende interventies werden gezien als een uitweg uit de vicieuze cirkel. Het doel was om de opvattingen van patiënten over de oorzaak van hun ziekte te veranderen en te laten zien dat ze veilig hun activiteiten konden hervatten, zolang ze dat maar op een geleidelijke en begeleide manier deden. Cognitieve gedragstherapie (CGT) werd aangeboden om de “niet-helpende” gedachten van de patiënten te veranderen, terwijl graded exercise therapy (GET) het middel was om de patiënten weer in vorm te krijgen.

Deze stelling was immens populair onder gezondheidswerkers. Tot voor kort was het de dominante stroming in prestigieuze medische tijdschriften als The Lancet en BMJ. Het werd omkleed met deftige termen als kinesiofobie, somatische attributies, angst-vermijding, catastroferen, enzovoort. Omdat standaard medische tests geen afwijkingen aan het licht brachten, werd gemakkelijk aangenomen dat er iets mis moest zijn met de gedachten of het gedrag van de patiënten. Niet de onwetendheid van de dokter, maar de schuld lag bij de patiënten. En GET en CGT boden gemakkelijke oplossingen. Patiënten werd verteld dat ze beter konden worden als ze maar wilden en hard genoeg probeerden. De vorige NICE-richtlijn over ME/cvs, gepubliceerd in 2007, beval zowel GET als CGT aan. 

Post-exertionele malaise

Sinds het begin van deze theorie hebben patiënten en sommige wetenschappers die biomedisch onderzoek verrichten hun bezwaren geuit. ME/cvs-patiënten willen wanhopig actiever zijn, maar kunnen het niet. Telkens als ze proberen meer te doen en door te zetten, verergeren hun symptomen. In de wetenschappelijke literatuur wordt naar dit fenomeen verwezen als “post-exertionele malaise (PEM)”. Tegenwoordig wordt het algemeen beschouwd als een van de meest karakteristieke kenmerken van ME/cvs. Het ziet er als volgt uit: de patiënt overbelast zichzelf – bijvoorbeeld voor een doktersbezoek of een familiebijeenkomst – lijkt het relatief goed te doen maar krijgt daarna een ernstige terugslag. Deze terugslag laat vaak op zich wachten en gebeurt telkens als de patiënt zijn energielimiet overschrijdt. Het kost hen veel tijd om te herstellen en weer op het niveau te komen dat ze daarvoor hadden. Sommigen zeggen dat het voelt alsof je gevangen zit in een gevangenis van energiebeperking die steeds kleiner wordt als je probeert te ontsnappen.

GET en CGT gaan ervan uit dat deze gevangenis een gevaarlijke illusie is, dat patiënten veilig hun activiteitenniveau kunnen verhogen, en dat ze volledig kunnen herstellen door meer te doen. Zoals een berucht artikel stelde, gaan deze behandelingen “ervan uit dat het syndroom in stand wordt gehouden door omkeerbare fysiologische veranderingen van deconditionering en vermijding van activiteit”. Zodra deze behandelingen de medische standaard werden om ME/cvs te behandelen, begonnen patiënten echter schade te rapporteren. In onderzoeken die zich over meerdere decennia en verschillende landen uitstrekken, hebben ME/cvs patiënten gezegd dat ze slechter werden na GET en CGT of dat ze voortijdig met deze behandelingen moesten stoppen omdat hun gezondheid verslechterde.

Gedeeltelijk vanwege deze meldingen van schade, begonnen patiënten en onderzoekers het wetenschappelijk bewijs voor deze interventies nauwkeuriger te bekijken. ME/cvs is een heterogene aandoening met vage diagnostische criteria. Men zou kunnen veronderstellen dat sommige patiënten gunstig reageerden op deze behandelingen terwijl ze net het tegenovergestelde effect hadden in een andere subgroep. Dit was een gangbare veronderstelling in die tijd. Hoe meer men echter naar het bewijsmateriaal keek, hoe duidelijker het werd dat het ernstige gebreken vertoonde. Er was geen enkele betrouwbare aanwijzing dat deze behandelingen bij iemand werkten. Bij een follow-up op lange termijn deed de controlegroep het even goed (of even slecht, afhankelijk van hoe je het bekijkt).

Sindsdien hebben patiënten en hun families geprobeerd de aandacht van wetenschappers te trekken om deze problemen nader te bekijken. Zij schreven brieven naar wetenschappelijke tijdschriften en wezen erop dat er geen methode bestaat om nadelige uitkomsten van GET en CGT te monitoren. Een samenwerking van patiënten en wetenschappers toonde aan dat de grootste trial van deze behandelingen misleidend had beweerd dat ze effectief waren. Nadat een rechtbank de vrijgave van de ruwe gegevens had bevolen, werd aangetoond dat de verbeteringspercentages drie keer zo hoog werden voorgesteld als ze in werkelijkheid waren. Hoe meer deskundigen keken naar de wetenschap achter het psychosomatische model van ME/cvs en de voorkeursbehandelingen, hoe groter de scepsis werd. Toen, in september 2017, besloot NICE dat het tijd was om zijn richtlijn over ME/cvs te herzien.

De NICE review.

Tegen die tijd pleitten zowat alle ME/cvs organisaties tegen GET, CGT, en het psychosomatische model. De feedback die ze kregen van patiënten deed vermoeden dat er iets mis ging. Ze vroegen om een grondige herziening van het bewijsmateriaal en NICE was het geschikte instituut hiervoor, dat op bewijsmateriaal gebaseerde richtlijnen produceert die zelfs buiten Engeland en Wales gerespecteerd en invloedrijk zijn.

NICE verzamelde een panel van 21 deskundigen met verschillende invalshoeken ten aanzien van ME/cvs. Hoewel de meeste artsen waren, bestond de richtlijnwerkgroep ook uit een psycholoog, maatschappelijk werker, verpleegkundige, diëtist en verscheidene patiënten. Zij beoordeelden het bewijsmateriaal gedurende een lange periode van ongeveer 3 jaar. NICE voerde ook een grondige beoordeling uit van het wetenschappelijke bewijsmateriaal volgens een gestandaardiseerde aanpak. Het publiceerde honderden pagina’s vol beoordelingstabellen. Daarbovenop voerde zij haar eigen kwalitatieve onderzoek uit, bijvoorbeeld naar de ervaringen van kinderen met ME/cvs en patiënten met ernstige ME/cvs.

De NICE-commissie concludeerde dat het bewijs voor GET en CGT van “lage tot zeer lage kwaliteit” was. De richtlijn zegt dat GET niet langer moet worden aanbevolen, terwijl CGT alleen moet worden aangeboden om patiënten te helpen omgaan met hun chronische ziekte. Het mag niet worden aangeboden als een remedie voor ME/cvs. Hoewel de uiteindelijke richtlijn een compromis is waar veel kwesties overblijven (meer daarover in latere blog posts) is de algemene boodschap duidelijk. De psychosomatische theorie van ME/cvs wordt gezien als misplaatst terwijl veel van de zorgen die patiënten hebben geuit worden gerechtvaardigd.

NICE is niet de enige medische instelling die tot die conclusie is gekomen. De Gezondheidsraden van België en Nederland hebben onlangs een soortgelijke ommezwaai gemaakt met betrekking tot het gebruik van GET. In de Verenigde Staten beveelt de website van de CDC niet langer GET en CGT aan voor ME/cvs. Cochrane, een andere invloedrijke speler op medisch gebied, is momenteel bezig met een herziening van haar systematische review over GET voor ME/cvs.

Het Verenigd Koninkrijk is echter altijd het bolwerk geweest van de psychosomatische visie op ME/cvs. Het is waar de meeste studies van GET en CGT werden uitgevoerd. Een relatief kleine groep van Britse “deskundigen” is in staat geweest zijn psychosomatische benadering van ME/cvs als evidence-based te presenteren zonder veel tegenwerking. Met de publicaties van de nieuwe NICE richtlijn, lijkt het erop dat die dagen voorbij zijn. Voor de ME/cvs gemeenschap kan 29 oktober wel eens een historisch keerpunt blijken te zijn. Hopelijk opent dit de weg naar vruchtbaarder wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte en uiteindelijk, een genezing.

Dit artikel heeft ME-gids voor je vertaald. Het originele (Engelstalige) artikel vind je hier.

Resultaten enquête over CGT & GET

Achtergrond van het enquêteonderzoek

De voorbereiding en lancering van deze enquête was een samenwerking tussen de leden van de Forward ME Group, waaronder #MEAction. Het doel was om het National Institute of Health and Care Excellence (NICE) te voorzien van actuele gegevens over de ervaringen van mensen met ME die CGT en GET ontvangen in het Verenigd Koninkrijk sinds de publicatie van de “CVS/ME-richtlijn” van 2007. De gegevens zullen worden gebruikt om het NICE-comité te informeren bij het herschrijven van de ME-richtlijn.

De enquête werd online beschikbaar gesteld tussen 11 januari en 31 januari 2019. De enquête werd verspreid via de sociale media en e-maillijsten van verschillende organisaties van de Forward ME Group. Om in aanmerking te komen moesten de respondenten een diagnose van ME, CVS of postviraal vermoeidheidssyndroom hebben. Ook moesten zij sinds 2007 in het Verenigd Koninkrijk CGT of GET hebben ontvangen of aangeboden krijgen. Er werden 2274 in aanmerking komende antwoorden verzameld.

  • 98,5% meldde dat er sprake was van een verergering van de klachten na inspanning
  • Vrouwen waren goed voor 80,4% van de respondenten, in lijn met percentages van 75-85% in andere studies
  • Van alle leeftijdsgroepen zijn reacties ontvangen, waaronder 184 namens kinderen/jongeren onder de 18 jaar.
  • De meeste respondenten, 62,4%, waren matig ziek vóór de behandeling, terwijl 23,8% licht ziek was en 13,8% ernstig.
  • Meer dan 93% van de behandeling werd aangeboden door de National Health Service, wat aangeeft dat de behandeling in overeenstemming was met de NICE-richtlijnen van 2007.
  • In de meeste reacties, 53,6%, werd de behandeling gestart tussen 1 januari 2015 en 31 januari 2019.

De respondenten werd gevraagd om commentaar te geven op de impact van CGT of GET. Waar ze meldden dat ze zowel CGT als GET kregen aangeboden, werd hen gevraagd om afzonderlijk commentaar te geven op deze behandelingen.

Invloed van graduele oefentherapie (GET)

Na de behandeling meldde meer dan twee derde (67,1%) van degenen die alleen GET ondergingen, een verslechtering van hun lichamelijke gezondheid. Driekwart (75,4%) van degenen die zowel GET als CGT ondergingen, meldde een verslechtering van de lichamelijke gezondheid, en voor het merendeel (55,9%) was dit een flinke verslechtering.

Volgens ongeveer hetzelfde patroon als het effect op de lichamelijke gezondheid, ondervond een meerderheid (53%) van de personen die een GET ondergingen, een verslechtering van hun geestelijke gezondheid. Dit steeg tot 62,9% toen de respondent ook CGT had ondergaan.

Impact van cognitieve gedragstherapie (CGT)

De meeste respondenten (53%) meldden geen verandering in hun fysieke gezondheid na CGT. Dit was ook de meest voorkomende respons voor degenen die zowel GET als CGT kregen (48,4%). Of ze nu wel of niet ook GET hadden gekregen, de meeste respondenten ervoeren een verslechtering in plaats van een verbetering van hun fysieke gezondheid na CGT.

Voor degenen die alleen CGT kregen, meldde 41,5% een verbetering van hun geestelijke gezondheid, terwijl 28,1% geen verandering, of een verslechtering (26,9%) meldde. Als er zowel GET als CGT werd gevolgd, daalden de percentages van verbetering na CGT aanzienlijk (26,9%), terwijl meer patiënten geen verandering (32,7%) of verslechtering (34,6%) meldden.

Effect van CGT en GET op de symptomen

Los van de algemene impact op de gezondheid werd aan de respondenten gevraagd of hun symptomen verergerd zijn. GET leidde tot een verslechtering van de symptomen bij 81,1% van degenen die alleen GET kregen en 85,9% van degenen die zowel GET als CGT kregen. CGT leidde tot een verslechtering van de symptomen bij 46,6% van degenen die alleen CGT kregen en 58,3% van degenen die zowel CGT als GET kregen.

Ernst van de ziekte

Alle respondenten werd gevraagd om de ernst van hun ziekte te melden vóór de behandeling en na de behandeling. De vooraf gecodeerde antwoorden van mild, matig en ernstig werden gedefinieerd volgens de huidige NICE-richtlijnen (NICE, 2007b).

Onafhankelijk van het verloop van de behandeling, meldden meer respondenten dat ze na de behandeling ernstiger ziek waren dan ervoor. Het aantal mensen die melden dat ze na GET ernstig ziek zijn geworden, was meer dan 3 keer zo hoog als ervoor. Na CGT meldden bijna 2 keer zo veel mensen dat ze ernstig ziek waren als vóór de behandeling.

Discussie

De demografie van de respondenten in de steekproef lijkt representatief te zijn voor de algemene populatie ME/cvs patiënten. 13,8% meldde ernstig ziek te zijn volgens de NICE-definitie van 2007. Deze definitie over de ernst van de ziekte verschilt van de definitie gebruikt in eerdere studies. Hierdoor is onbekend of deze verdeling overeenkomt met de ongeveer 25% patiënten die huis gebonden en/of bedlegerig zijn.

De NICE-richtlijnen uit 2007 geven aan dat CGT en/of GET moet worden aangeboden aan milde of matig zieke patiënten. Deze richtlijnen bevelen CGT en GET niet aan voor de ernstig zieke patiënten.

Maar uit dit onderzoek blijkt echter dat tegen hun eigen aanbevelingen in een significant deel van de ernstig zieke patiënten toch CGT en/of GET krijgen voorgeschreven. De overgrote meerderheid van de patiënten meldde dat deze behandelingen werden voorgeschreven via de NHS, niet privé. Dit betekent dat de behandeling in overeenstemming was met de NICE-richtlijnen van 2007. Tel daarbij op dat de meerderheid in de afgelopen 4 jaar met de behandeling is begonnen. Samen geeft dit aan dat de resultaten van dit onderzoek een nauwkeurige beoordeling zijn van de impact van de aanbevelingen van de NICE-richtlijnen. Namelijk, wat CGT en GET behandelingen doen met ME/cvs patiënten in het Verenigd Koninkrijk.

GET heeft een negatieve invloed op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de meerderheid die het wordt aangeboden. Hoewel CGT de geestelijke gezondheid van een significante minderheid verbetert, leidt het voor de meerderheid tot geen verandering of tot een negatief effect. Dit zowel mentaal als fysiek, waarbij de lichamelijke gezondheid meer achteruit ging dan het verbeterde.

Bovendien, op de vraag of één van hun symptomen na de behandeling verergerd zijn, antwoordde een meerderheid ‘ja’. Dit suggereert dat claims dat CGT of GET symptomenmanagement ondersteunen, zelfs als ze niet curatief zijn, opnieuw moeten worden geëvalueerd.

Conclusie

Concluderend tonen deze resultaten duidelijk aan dat GET en CGT geen veilige behandelingen zijn voor mensen met ME/CVS. Voor degenen die beide behandelingen hebben gehad, zijn de gerapporteerde resultaten nog slechter. De resultaten lopen parallel aan die van eerdere patiëntonderzoeken (Geraghty et al., 2016). Ze versterken de oproep om GET en CGT onmiddellijk op te schorten als behandeling.

Het originele (Engelstalige) artikel vind je hier.
Het volledige (Engelstalige) rapport vind je hier.

Richtlijn CVS geschrapt

Het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) heeft de multidisciplinaire richtlijn CVS uit 2013 geschrapt uit de database op de pagina ‘Richtlijnen en praktijk’ op zijn website. Ook de verwijzing naar de NHG-standaard SOLK (somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten), als aanverwant product, is verwijderd. Daarmee zijn cognitieve gedragstherapie (CGT) en graded exercise therapie (GET) voor huisartsen niet meer de aanbevolen behandelingen bij ME en CVS.

De patiëntenorganisaties hadden het NHG erop geattendeerd, dat de richtlijn CVS niet up-to-date is, zowel volgens de richtlijn zelf, waarin staat dat in 2017 herziening aan de orde was, als in het licht van het recente advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS. De Richtlijn CVS stemt niet overeen met wat in het advies van de Gezondheidsraad staat over het ontstaan van de ziekte, de typering als multisysteemziekte, de diagnostiek, de behandeling en de sociaal-medische beoordeling.

In Engeland werkt de organisatie voor medische richtlijnen NICE aan een grondige herziening van de richtlijn CFS/ME, waarmee de richtlijn CVS veel overeenkomsten heeft. Over een eventuele herziening van de richtlijn CVS is niets bekend. De patiëntenorganisaties verwachten van andere artsenorganisaties die bij de richtlijn CVS betrokken zijn dat zij het NHG zullen volgen. Zij blijven zich inzetten voor herziening van de richtlijn CVS. Daarbij heeft intrekking van de aanbeveling van cognitieve gedragstherapie (CGT) en graded exercise therapie (GET) als enige behandeling voor hen prioriteit.

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid
ME/cvs Vereniging
ME/CVS Stichting Nederland