Tag Archief van: pacing

Smartwatch pacing

Publicatiedatum: 03-09-2025

Smartwatch: Zo verdeel je je energie beter! 

Veel mensen met ME/cvs, POTS of PAIS herkennen het: je hebt te weinig energie en als je over je grens gaat, krijg je een terugslag (PEM). Dat maakt het dagelijks leven zwaar en onvoorspelbaar. Gelukkig kan een smartwatch, zoals een Garmin, je helpen om je energie beter te verdelen. Dit heet pacing

Met pacing leer je luisteren naar je lichaam én naar de signalen van je horloge. In deze post leggen we uit hoe dat werkt en geven we tips uit de handleiding van lotgenoot Laure Wiggers. 

Pacing betekent dat je leert omgaan met je beperkte energie. Je probeert je activiteiten zo te plannen dat je niet over je grenzen gaat. Veel mensen met ME of Long Covid hebben na een activiteit pas uren of dagen later klachten (PEM). Daardoor is het lastig om te voelen wanneer je genoeg hebt gedaan. 

Wat is pacing met een smartwatch? 

Een smartwatch kan hierbij helpen. Het apparaat meet onder andere je hartslag, stressniveau, slaap en body battery. Door die gegevens te volgen zie je sneller of je lichaam overbelast raakt, ook als je je op dat moment nog goed voelt. 

Belangrijk om te weten

Een smartwatch is geen medisch apparaat. De metingen zijn niet altijd 100% betrouwbaar. Zie het horloge dus als hulpmiddel, niet als waarheid. Kijk altijd hoe jij je voelt en leg dat naast de cijfers. Veel mensen merken dat ze pas na een paar weken een goed beeld krijgen, omdat het horloge jouw persoonlijke “normaal” moet leren kennen. 

Soms kan het frustrerend zijn om zoveel informatie te zien. Krijg je er stress van? Leg het horloge dan even weg of kijk alleen naar de resultaten van de vorige dag. 

Hartslag en pacing op de smartwatch

Je hartslag zegt veel over je energie. Als je rusthartslag hoger is dan normaal, kan dat betekenen dat je te veel hebt gedaan of dat je lichaam extra hard moet werken. 

Daarom gebruiken veel mensen hartslag pacing: je probeert tijdens activiteiten je hartslag onder een bepaalde grens te houden. Dit punt heet de anaerobe drempel. Kom je daarboven, dan maakt je lichaam energie op een manier die voor mensen met ME/cvs of Long Covid vaak niet werkt. Je raakt sneller uitgeput. 

Tip: je kunt in je Garmin een alarm instellen dat afgaat wanneer je hartslag te hoog wordt. Zo weet je wanneer je moet stoppen of rusten. 

Stress en HRV op je horloge

Je horloge kan ook meten hoe hard je lichaam werkt, dit heet de stress-score. Bij gezonde mensen wisselt dat steeds tussen inspanning en herstel. Bij mensen met ME of POTS zie je vaak lange periodes van hoge stress, ook in rust. 

Daarnaast is er de HRV (Heart Rate Variability). Dit gaat over de variatie tussen hartslagen. Een hogere HRV betekent meestal dat je lichaam beter kan herstellen. Bij een PEM zakt de HRV vaak een paar dagen. Dit kan dus een signaal zijn dat je te veel hebt gedaan. 

Slaap en herstel aflezen

Slaap is enorm belangrijk, maar horloges meten slaap niet altijd precies. Toch kun je trends herkennen. Bijvoorbeeld: langer slapen dan normaal kan een teken zijn dat je in een PEM zit. Ook geeft de Garmin een slaapscore. Die is niet altijd betrouwbaar, maar kan je soms wel helpen bepalen of je die dag rustig aan moet doen. 

Body Battery op je smartwatch

De Garmin heeft ook de functie Body Battery. Dit is een soort batterij die laat zien hoeveel energie je volgens je horloge hebt. Veel mensen herkennen zich niet in 100%, want zo vol voelen ze zich nooit. Het is beter om te denken aan een oude telefoonbatterij: hij laadt wel op, maar is ook snel weer leeg. 

Handige tip: probeer niet meer energie uit te geven dan er ’s nachts bij komt. Als je elke dag een beetje reserve houdt, blijft je lichaam stabieler. 

Praktische tips

  • Draag je horloge zoveel mogelijk, dag en nacht. 
  • Maak de sensor schoon om foutieve metingen te voorkomen. 
  • Houd je hartslag en stress in de gaten tijdens activiteiten. 
  • Neem vaker pauze en verdeel taken over de dag.
  • Gebruik hulpmiddelen: een krukje bij het koken of douchen, of een timer om taken in stukjes te doen. 
  • Vergelijk jezelf niet te veel met anderen. Iedereen heeft zijn eigen grenzen. 

Waarom dit helpt

Veel mensen vinden het advies “luister naar je lichaam” lastig. Want hoe weet je dat, als je je vaak te laat moe voelt? Door de combinatie van cijfers en je eigen gevoel leer je patronen herkennen. Zo begrijp je beter waarom je je de ene dag goed voelt en de andere dag uitgeput. 

Het doel is niet dat je voor altijd een horloge moet dragen. Het helpt je om jezelf beter te leren kennen. Daarna kun je vaak ook zonder horloge inschatten wat je wel of niet kunt doen. 

Tot slot

Smartwatch pacing is geen wondermiddel, maar voor veel mensen een waardevol hulpmiddel. Het kan je helpen rustiger te leven, minder terugvallen te hebben en soms zelfs langzaam vooruit te gaan. 

Heb je ME/cvs, POTS of PAIS? Dan kan een Garmin smartwatch een goede steun zijn om grip te krijgen op je energie. Het vraagt geduld, want je moet jezelf en je cijfers leren begrijpen. Maar uiteindelijk kan het je leven een stukje voorspelbaarder en rustiger maken. 

Meer weten?

  • Bekijk de Smartwatch Pacing handleiding van Laure Wiggers die ze samen met andere lotgenoten maakte.
  • Luister naar het Audiobook waar de Smartwatch pacing handleiding wordt voorgelezen.
  • Ook hebben we als ME/cvs Vereniging eerder berichten over pacing gedeeld. Deze vind je hier en hier, maar ook voor kinderen is er een pacing bericht gemaakt, dat je hier vindt.  

Heb jij ervaring met pacing of het gebruiken van een smartwatch? Deel je tips! 

Samenvatting Internationale ME/cvs-conferentie Berlijn

Samenvatting van de internationale ME/cvs-conferentie in het Charité Fatigue Centrum

Van 11 tot 12 mei hield het Charité Fatigue Centrum zijn 2e internationale ME/cvs-conferentie “Understand, Diagnose, Treat” [Begrijpen, Diagnosticeren, Behandelen] in Berlijn. Meer dan 60 nationale en internationale onderzoekers presenteerden actuele onderzoeksresultaten en behandelconcepten in lezingen en wetenschappelijke posterpresentaties. De ME/CFS Research Foundation heeft de organisatie van beide evenementen gefinancierd en ondersteund. In samenwerking met het Charité Fatigue Centrum en de sprekers hebben we de lezingen en presentaties al gepubliceerd (in het Engels).

ME/cvs-Conferentie 2023: bekijk hier de presentaties

Prof. Carmen Scheibenbogen, directeur van het Charité Fatigue Centrum en een van de organisatoren van beide evenementen, was verheugd over de grote respons: “De internationale aandacht en uiteenlopende bijdragen aan lopend ME/cvs-onderzoek illustreren het grote potentieel van biomedisch onderzoek. We hebben nu een goede uitgangspositie in Duitsland, niet in de laatste plaats dankzij de onderzoeksplatforms en -projecten (bijv. ‘IMMME’, ‘NKSG’ en ‘ME/CFS Registry’)* die de afgelopen 2 jaar voor het eerst door de overheid gefinancierd zijn door de BMBF en BMG. Deze netwerken en het groeiende onderzoeksmomentum moeten nu duurzaam worden uitgebreid om snel vooruitgang te boeken op het gebied van diagnose en therapieën voor deze ziekte, die al meer dan 60 jaar officieel is erkend, maar nog steeds erg wordt verwaarloosd. Ik wil graag de meer dan 60 nationale en internationale onderzoekers bedanken die op indrukwekkende wijze hun baanbrekende werk hebben gepresenteerd tijdens deze twee dagen.

Ter aanvulling op de oorspronkelijke lezingen heeft de Duitse Vereniging voor ME/cvs (Deutsche Gesellschaft für ME/cvs) nu korte samenvattingen van de wetenschappelijke presentaties gemaakt, die we hier samen met de lezingen publiceren. Deze samenvattingen zijn ook bedoeld voor niet-medische professionals om inzicht te geven in lopend ME/cvs-onderzoek. We willen de Duitse Vereniging voor ME/cvs bedanken voor hun initiatief en de goede samenwerking!

Sessie 1: ME/cvs en Post-COVIDsyndroom l

Prof. Yehuda Shoenfeld | Universiteit Tel Aviv (Israël)

Prof. Shoenfeld gaf een overzicht van auto-immuniteit en de verstoorde balans van het autonome zenuwstelsel bij ME/cvs. Hij stelde de hypothese voorop dat auto-immuniteit in veel auto-immuunziekten geassocieerd is met symptomen die typisch zijn voor het autonome zenuwstelsel (bv. vermoeidheid, tachycardie). Auto-immuniteit ontstaat door een complex samenspel van genetische, hormonale en omgevingsfactoren. Als gevolg hiervan ontwikkelen zich schadelijke auto-antilichamen (antilichamen die de lichaamseigen cellen aanvallen). Prof. Shoenfeld legde ook uit dat bepaalde peptiden, die aanwezig zijn in zowel EBV (Epstein-Barrvirus) als in SARS-CoV-2, een rol spelen bij de vorming van autoantilichamen. In de toekomst zouden deze autoantilichamen mogelijk gebruikt kunnen worden voor de diagnose van ME/cvs, aangezien er een verband bestaat tussen de concentraties van autoantilichamen in het bloed en de ernst van de ME/cvs-symptomen.

Prof. Carmen Scheibenbogen | Charité Universiteit Geneeskunde Berlijn

Prof. Scheibenbogen legde uit dat de helft van de patiënten met het postcovidsyndroom (PCS) voldeed aan de diagnostische criteria voor ME/cvs in een observationele studie van het Charité Fatigue Centrum. Scheibenbogen benadrukte dat het huidige onderzoek naar COVID-19 mogelijk kan bijdragen aan het beantwoorden van de vraag welke pathomechanismen ten grondslag liggen aan ME/cvs. Een Charité-studie vergeleek personen met PCS zonder volledige ME/cvs en personen met PCS mét volledige ME/cvs, en toonde aan dat personen met volledige ME/cvs na COVID-19 significante verschillen vertoonden tot 20 maanden later in vergelijking met personen met PCS zonder ME/cvs. Deze patiënten hadden een tendens naar een chronisch verloop van hun aandoening en vertoonden minder verbetering in symptomen, evenals meer biomarkers die wijzen op chronische ontsteking en een verstoord energiemetabolisme in de mitochondriën. De laatste cijfers van Duitse ziektekostenverzekeraars geven aan dat het aantal personen met de diagnose ME/cvs minstens verdubbeld is sinds de pandemie. Bij sommige PCS-patiënten gaat een acute ontstekingsreactie na infectie, in combinatie met persistentie van het virus in het lichaam of reactivering van bijvoorbeeld EBV, over in ME/cvs-symptomen. Dit wordt dan gekenmerkt door endotheeldisfunctie, verminderde bloedstroom in de kleine bloedvaten (hypoperfusie) en verhoogde autoantilichamen. In de eerste klinische studies leidde de therapeutische aanpak van immunoadsorptie (het uitspoelen van autoantilichamen uit het bloed) tot een verbetering van de symptomen bij sommige van de PCS-patiënten met volledige ME/cvs.

Sessie 2: Diagnose I

Uta Behrends | Universiteitskliniek/MRI TU München, Duitsland

De tweede sessie behandelde de diagnose van ME/cvs. Prof. Behrends gaf een overzicht van de huidige status van onderzoek naar diagnostiek. Ze benadrukte dat het essentieel is voor de getroffenen om zo snel mogelijk een diagnose te krijgen om negatieve sociale en financiële gevolgen te beperken. De eerste stap in de diagnostiek bestaat uit het identificeren van initiële triggers van de ziekteaanvang, zoals virale infecties, en het evalueren van de huidige activiteitsniveaus. Er moet aandacht worden besteed aan de kernsymptomen van postexertionele malaise (PEM), vermoeidheid en slaapstoornissen. De Munich-Berlin Symptom Questionnaire (MBSQ), die werd ontwikkeld in samenwerking met de Charité, bevat een diagnostisch algoritme gebaseerd op de nieuwste diagnostische criteria en moet worden gebruikt voor diagnostiek. De volgende stap in de diagnose is een lichamelijk onderzoek met zo nodig aanvullende tests (bijv. handkrachtmeting, stresstest). Er kan gestart worden met labonderzoek, ook om verder wetenschappelijk onderzoek naar biomarkers mogelijk te maken. Tot slot is het belangrijk om rekening te houden met differentiële diagnoses en comorbiditeiten die mogelijk ook behandeld moeten worden. Na enige tijd moeten patiënten opnieuw worden geëvalueerd, aangezien er kans is op verbetering van de symptomen, vooral bij kinderen en adolescenten.

Prof. Pawel Zalewski | Nikolaus Kopernikus Universiteit in Torún (Polen)

De lezing van Prof. Zalewski ging over de disfunctie van het autonome zenuwstelsel (AZS) bij ME/cvs. De complexe symptomatologie van ME/cvs is deels te wijten aan het feit dat het autonome zenuwstelsel niet alleen verdeeld is in het sympathische en parasympathische zenuwstelsel, maar ook doordat het sympathische zenuwstelsel verdeeld is in verschillende deelgebieden. Bij ME/cvs zijn er disfuncties in zowel de sympathische als parasympathische gebieden van het AZS. Een minder actief sympathisch zenuwstelsel uit zich in orthostatische intolerantie (OI), vermoeidheid, warmtegevoeligheid, hypotensie en inspanningsintolerantie. Overactivering van het sympathische noradrenerge systeem leidt daarentegen tot bijvoorbeeld een verhoogde bloeddruk. Bijgevolg zijn er verschillende uitingen van autonome disfunctie bij ME/cvs, die kunnen worden opgespoord met verschillende diagnostische tests (bv. neurotransmittertests, immunologische tests, bloeddrukmeting, sta- of kanteltafeltests, enz.) Het bepalen van de ernst van de autonome disfunctie is belangrijk voor de keuze van de behandelingsaanpak, want ME/cvs-symptomen verschillen ook in ernst – met een verschillende focus op PEM of vermoeidheid.

Sessie 3: Diagnose II

Dr. Max Liebl | Charité Universiteitsgeneeskunde Berlijn

De focus van de lezing van Dr. Liebl lag op de functionele diagnose van ademhalings- en spierdisfunctie bij ME/cvs als basis voor het maatwerk van revalidatiemiddelen. Diagnostische tests omvatten bijvoorbeeld het meten van de borstomtrek tijdens in- en uitademen, een manueel onderzoek van het middenrif en de thoracale en cervicale wervelkolom, elk volgens functionele criteria. Een groot deel van de ME/cvs-patiënten vertoont musculaire triggerpoints, ook door gebrek aan lichaamsbeweging. ME/cvs-patiënten vertonen echter geen afwijkingen in andere bewegingstests: driekwart van de getroffenen kan voorover buigen zonder een compenserende stap en vertoont geen atrofie van de rompspieren. Afhankelijk van de resultaten van het onderzoek kan een individueel behandelplan worden opgesteld, dat bijvoorbeeld manuele therapie, ademtherapie en een individueel oefenprogramma met ademhalingsoefeningen voor thuis kan omvatten. Individuele therapieplanning is hier essentieel.

Prof. Carsten Finke | Charité

De lezing van Prof. Finke over diagnostiek ging over hersenmist en neurocognitieve diagnostiek bij PCS en ME/cvs. Hersenmist omvat vooral cognitieve tekorten in concentratie en aandacht, evenals verminderde snelheid van informatieverwerking en geheugenproblemen. In andere cognitieve domeinen (werkgeheugen, redeneren) vertonen PCS- en ME/cvs-patiënten geen achteruitgang in vergelijking met gezonde controles. De neurocognitieve beperkingen bij PCS en ME/cvs zijn ook gerelateerd aan vermoeidheid en slaapstoornissen. MRI’s toonden een verminderd volume in het putamen en de thalamus van PCS- en ME/cvs-patiënten, d.w.z. hersenstructuren die betrokken zijn bij de bedrading van sensoren. De structurele veranderingen in deze gebieden zijn gerelateerd aan de ernst van de vermoeidheid. Prof. Finke presenteerde ook gegevens van een bevolkingsrepresentatief onderzoek door NAPKON (National Pandemic Cohort Network) met 1000 personen met een positieve PCR-test en 1000 gezonde controles. Onder de mensen die besmet waren met SARS-CoV-2 werd vermoeidheid vooral aangetroffen bij jongere personen en vrouwen, terwijl cognitieve stoornissen vooral werden aangetroffen bij oudere personen en mannen. Dit zou een indicatie kunnen zijn van verschillende processen in de ontwikkeling van de symptomen.

Dr. Christian Veauthier | Charité

Slaapstoornissen waren het onderwerp van de lezing van Dr. Veauthier. Bij een slaapdiagnose van ME/cvs-patiënten is het noodzakelijk om rekening te houden met de medische voorgeschiedenis van de patiënt. Vaak vindt er een slaapmeting thuis plaats, eventueel ook via een slaapdagboek of een onderzoek in het slaaplaboratorium. In een onderzoek onder 64 ME/cvs-patiënten voldeden slechts vier personen niet aan de diagnostische criteria voor een slaapstoornis. Slapeloosheid kwam het meest voor, gevolgd door slaapapneu. Slaapwandelen of rustelozebenensyndroom kwamen minder vaak voor. Verschoven slaapfases mogen ook niet over het hoofd gezien worden. Slaapstoornissen moeten worden behandeld op basis van de geldende diagnostische criteria. Indien nodig kan ook worden doorverwezen naar de slaapkliniek. Toekomstig onderzoek moet nagaan of de behandeling van slaapstoornissen andere ME/cvs symptomen verbetert.

Prof. Peter Rowe | Johns Hopkins Universiteit (VS)

Aan het einde van de sessies over diagnostiek ging de presentatie van Prof. Rowe over hypermobiliteit van gewrichten en het Ehlers-Danlossyndroom (EDS), dat samen kan voorkomen met ME/cvs. De belangrijkste symptomen van EDS zijn collageenstoornissen, snelle uitputting en pijn. In een onderzoek onder 100 ME/cvs-patiënten hadden 12 patiënten ook EDS, deze patiënten hadden ook een grotere hypermobiliteit en OI. Degenen met ME/cvs en hypermobiliteit hadden bijvoorbeeld minder goed doorbloede hersenen (hypoperfusie) bij rechtop staan dan degenen met ME/cvs zonder hypermobiliteit. De mechanismen achter deze samenhang zijn niet volledig gekend, maar er is bewijs van bindweefselzwakte en mestcelactivatiesyndroom. Bij het diagnosticeren en behandelen van ME/cvs moet EDS in overweging worden genomen, om bijvoorbeeld de juiste fysiotherapeutische therapieën aan te bevelen.

Wetenschappelijke posterpresentaties

Dr. Martin Kräter | Max Planck Instituut, Erlangen, Duitsland

Martin Kräter gaf kort inzage in fysische fenotypering als aanpak om informatie te verkrijgen over pathofysiologische processen bij PCS. Op het niveau van een enkelvoudige cel laat vervormbaarheidscytometrie verschillen zien in de functionaliteit van immuuncellen bij PCS in vergelijking met gezonde controles, en mogelijk ook bij ME/cvs, waardoor mogelijk een objectieve methode wordt geboden om pathologische aandoeningen te detecteren.

Dr. Marco Leitzke | Helios Kliniek, Leisnig, Duitsland

De posterpresentatie van Marco Leitzke gaf een nieuw perspectief op de pathologie van SARS-CoV-2 en als gevolg daarvan ook van PCS, door zich te concentreren op de betekenis van het NF-kB-reatiepad. Aangezien SARS-CoV-2 in staat is om neuronale nicotine-acetylcholinereceptoren (nAChR’s) te blokkeren, kan het toedienen van nicotine mogelijk de opwaartse regulering van nAChR’s ondersteunen, waardoor voordien geremde neuromodulatie versterkt wordt en de neutralisatie van dan vrijgekomen SARS-CoV-2-virusdeeltjes door vooraf aangemaakte antilichamen mogelijk wordt. Nicotine kan dan ook hypercoagulatie, auto-immuniteit en het mestcelactivatiesyndroom (MCAS) bij PCS tegengaan.

Dr. Karl J. Morten | Universiteit van Oxford, Verenigd Koninkrijk

In zijn posterpresentatie belichtte Karl Morten hoe de analyse van mononucleaire cellen in perifeer bloed via profielen aangemaakt met machinaal leren, in staat was ME/cvs, MS en gezonde controles met 90% nauwkeurigheid te voorspellen. De presentatie ging vervolgens kort in op een afzonderlijk interessegebied en kaartte de vraag aan of niet-mitochondriale aerobe ATP-synthese voorkomt bij complexe membraansystemen van zoogdieren, iets waarvoor de nieuwste bevindingen mogelijk bewijs leveren.

Hanna Tabisz | Nicolaus Copernicus Universiteit Toruń, Polen

Hanna Tabisz presenteerde de resultaten van een onderzoek naar de effecten van cryotherapie voor het gehele lichaam als behandeling voor ME/cvs. Taxonomische analyse op basis van ontlastingmonsters van elke patiënt voor en na 10 behandelingsrondes onthulde duidelijke verschillen in de samenstelling van het microbioom van ME/cvs-patiënten in vergelijking met gezonde controles. Na behandeling met cryotherapie in combinatie met statische stretching waren deze verschillen minder uitgesproken.

Charlotte Kröger | Universiteit van Bonn, Duitsland

In haar posterpresentatie pleitte Charlotte Kröger voor het analyseren van immuuncellen in het bloed van PCS-patiënten om de ziekte beter te begrijpen.

(We zullen hier meer informatie over deze lezing publiceren zodra we de goedkeuring van de spreker hebben).

Prof. Rob Wust | Vrije Universiteit Amsterdam, Nederland

Om de hypothese te testen of veranderingen in de skeletspieren bijdragen aan PEM bij PCS, voerden Wust en collega’s een tweedaagse biopsie uit bij 25 PCS-patiënten en 24 gezonde controles. In tegenstelling tot eerdere bevindingen werd er geen bewijs voor hypoperfusie gevonden bij PCS-patiënten. De verdeling van het vezeltype en de handgreepkracht vertoonden nochtans wel veranderingen in het skeletspiersysteem. Samengevat wordt PEM bij PCS waarschijnlijk beïnvloed door lokale en systemische metabole verstoringen, door inspanning geïnduceerde myopathie en microklonters in de skeletspier.

Kanchan Dulal | Charité Universiteitsgeneeskunde, Berlijn, Duitsland

In haar posterpresentatie presenteerde Kanchan Dulal de bevindingen van haar onderzoek naar de pathomechanismen van verminderde vasculaire functie bij PCS en ME/cvs na COVID-19, met als doel biomarkers te identificeren voor endotheeldisfunctie in beide aandoeningen. Analyses van endotheelcellen behandeld met serum van patiënten, onthulden een verhoogde afgifte van moleculen die de NO-synthese kunnen remmen, en leverden zo indirect bewijs voor een ontregelde vasculaire functie en vervolgens mogelijke endotheeldisfunctie bij PCS en ME/cvs-patiënten.

Franziska Legler | Charité Universiteit geneeskunde, Berlijn, Duitsland

Franziska Legler presenteerde haar bevindingen van een prospectief observationeel cohortonderzoek bij PCS en ME/cvs na COVID-19. PCS-patiënten met matige tot ernstige vermoeidheid bleven significant verzwakt tijdens een follow-up tot 20 maanden na de infectie. 106 patiënten werden in twee groepen ingedeeld, waarbij degenen die voldeden aan de CCC-diagnosecriteria voor ME/cvs, gedurende de gehele opvolgingsperiode slechter af waren. Correlatieanalyse toonde aan dat verminderde handgrijpkracht bij aanvang een betrouwbare indicator was voor aanhoudende symptoompersistentie en -ernst tijdens de follow-up.

Sessie 4: ME/cvs begrijpen I

Dr. Francisco Westermeier | FH Johanneum Universiteit voor Toegepaste Wetenschappen, Graz (Oostenrijk)

De vierde sessie werd geopend door een lezing van Dr. Westermeier over endotheeldisfunctie bij ME/cvs, een onevenwicht tussen stoffen die bloedvaten verwijden en vernauwen. Stikstofmonoxide (NO) is een boodschappermolecule in cardiovasculaire processen, die leidt tot de versoepeling van de bloedvaten en het hart en tot de vorming van nieuwe bloedvaten, terwijl het ook de vorming van bloedstolsels tegengaat. NO, dat de bloedstroom bevordert, neemt normaal gesproken toe na inspanning, maar bij ME/cvs-patiënten is de vorming ervan in de bloedvaten verminderd. In studies waarbij vaatcellen in vitro werden geïncubeerd met bloedplasma van ME/cvs-patiënten, vertoonden deze cellen ook een verminderde productie van NO. De verminderde productie van NO kan worden verklaard door een gebrek aan het aminozuur L-arginine. Er waren ook verschillen in endotheeldisfunctie met betrekking tot geslacht en de ernst van de ME/cvs-symptomen.

Dr. Bettina Hohberger | Universiteitsziekenhuis Erlangen

Als oogarts gaf Dr. Hohberger een nieuw perspectief op het begrip van ME/cvs door parallellen te laten zien met de oogziekte glaucoom.

Bij beide ziekten worden autoantilichamen gevonden die het cellulaire evenwicht kunnen verstoren (functionele autoantilichamen) – deze werden ook gevonden in het bloed van patiënten met post-COVID. Neutralisatie/eliminatie van de functionele autoantilichamen kon de symptomen bij post-COVID-patiënten in curatieve trials verminderen. Een verklarende hypothese is dat de functionele autoantilichamen bloed- en vaatcellen aanvallen, wat leidt tot een verstoorde microcirculatie.

Prof. Martina Seifert | Charité

De presentatie van Prof. Seifert belichtte nieuw onderzoek naar biomarkers voor endotheeldisfunctie en stoornissen in vaatnieuwvorming bij PCS en ME/cvs. Deze biomerkers worden gezocht in serum en bloedcellen om een mogelijke verklaring te bieden voor de processen die leiden tot vasculaire ontsteking en endotheeldisfunctie. Er is bijvoorbeeld aangetoond dat autoantilichamen tegen endotheelcellen verhoogd zijn bij patiënten met PCS die voldoen aan de diagnostische criteria voor ME/cvs. Dit zou verband kunnen houden met de hypoperfusie en microstolsels die bij PCS waargenomen worden. Bij patiënten met PCS met ME/cvs kunnen andere processen optreden dan bij patiënten met PCS zonder ME/cvs. Bij PCS werden compenserende nieuwe vaattakken gevormd, maar dit gebeurde niet bij PCS-patiënten met ME/cvs. Dit proces zou kunnen helpen bepalen welke patiënten herstellen van PCS en welke patiënten blijvende ME/cvs hebben.

Dr. Christian Puta | Friedrich Schiller Universiteit Jena

De lezing van Dr. Puta ging over het begrijpen van PEM door het analyseren van reacties op fysieke stress. De respons op lichaamsbeweging kan gebeuren in een aeroob en anaeroob metabolisme. ME/cvs-patiënten worden echter snel anaeroob en ontwikkelen PEM. Revalidatietherapie voor ME/cvs en PCS zonder rekening te houden met PEM kan de gezondheidsresultaten negatief beïnvloeden. Revalidatieprogramma’s die rekening houden met PEM, kunnen op hun beurt positieve effecten hebben. Een te lage zuurstoftoevoer naar de spieren tijdens inspanning kan worden verklaard door een verstoorde microcirculatie en een verminderde bloedstroom naar de organen. Vervormde rode bloedcellen kunnen hierbij een rol spelen, omdat ze minder goed in staat zijn om weefsels van zuurstof te voorzien. Onvoldoende recuperatie na inspanning speelt ook een rol: ME/cvs-patiënten met PCS vertoonden al tijdens hun acute infectie een verhoogde hartslag in rust.

Sessie 5: ME/cvs en PCS II

Prof. Anthony Komaroff | Harvard Medical School (VS)

De presentatie van Prof. Komaroff ging in op de vraag of onderzoeksresultaten van ME/cvs gebruikt kunnen worden om de pathogenese van PCS beter te begrijpen. Hij presenteerde de resultaten van een literatuuronderzoek naar de overeenkomsten en verschillen tussen ME/cvs en PCS, dat 1000 studies omvatte. Het overzichtsartikel onderzocht of er objectieve biologische afwijkingen zijn die gevonden worden bij de ziekten. Er waren overlappingen wat betreft neurologische afwijkingen en infectieuze organismen (bv. reactivatie van latente herpesvirussen, pro-inflammatoire bacteriën in het microbioom). Metabole en circulatoire afwijkingen werden ook gevonden bij beide ziektebeelden (behalve dat er geen oxidatieve stress na inspanning werd gevonden bij PCS). De verschillende afwijkingen zijn waarschijnlijk onderling afhankelijk. In vergelijking met personen die volledig herstelden van een SARS-CoV-2 infectie, werden bij 60% van de patiënten met PCS zelfs maanden na de infectie nog steeds viraal RNA en spike-eiwitten van SARS-CoV-2 in het bloed aangetroffen. Dit zou een chronische ontstekingsreactie in het lichaam bij PCS kunnen verklaren.

Prof. Leonard Jason | DePaul Universiteit (VS)

Prof. Jason behandelde ME/cvs na een EBV-infectie en mogelijke implicaties voor PCS. De basisvraag van de lezing was waarom sommige personen herstellen van de infectie en anderen niet. De aanpak die hij presenteerde, omvatte longitudinale studies waarbij personen vóór de infectie werden geïnterviewd om prognostische factoren te identificeren. Vóór de infectie waren er al onregelmatigheden in de immuunrespons bij die individuen die later niet herstelden. Professor Jason presenteerde ook analyses van cytokinenetwerken en toonde aan dat cytokines bij ME/cvs-patiënten al vóór de infectie clusters van hogere dichtheid gevormd hadden. Andere risicofactoren voor het ontwikkelen van ME/cvs na een EBV-infectie waren vooraf bestaande prikkelbaredarmsyndromen en andere spijsverteringsproblemen. Prof. Jason wees er ook op dat erkende en gevalideerde instrumenten zoals de DePaul Symptom Questionnaire (DSQ), die gebaseerd zijn op vastgelegde diagnostische criteria, gebruikt moeten worden om ME/cvs-symptomen via zelfrapportage vast te leggen. Centraal staat dat er niet alleen vragen gesteld moeten worden over het optreden van verschillende symptomen, maar ook over de frequentie en de ernst om ME/cvs nauwkeurig te kunnen diagnosticeren.

Sessie 6: ME/cvs begrijpen II

Dr. Anna Aschenbrenner | Duits Centrum voor Neurodegeneratieve Ziekten, Bonn

In de tweede sessie over het begrijpen van ME/cvs presenteerde Dr. Aschenbrenner onderzoek waarbij nieuwe technologieën zoals machinelearning en moleculair biologische methoden worden gebruikt om de immuunreacties bij COVID-19 te bestuderen.

(We zullen hier meer informatie over deze lezing publiceren zodra we de goedkeuring van de spreker hebben).

Dr. Andreas Goebel | Universiteit van Liverpool (Groot-Brittannië)

Dr. Goebel sprak over autoantilichamen gericht tegen gliacellen en presenteerde een onderzoek waarin de symptomen van fibromyalgie op een passieve manier werden overgedragen van mensen op muizen. Na overdracht van de autoantilichamen ontwikkelden de muizen typische symptomen van fibromyalgie (lagere pijntolerantie in de voeten, gevoeligheid voor kou, verminderde grijpkracht, dunnevezelneuropathie en minder activiteit tijdens de belangrijkste activiteitsperiode).

Prof. Nuno Sepúlveda | Technologische Universiteit Warschau (Polen)

De lezing van Prof. Sepúlveda richtte zich op mimicry van EBV bij ME/cvs en presenteerde verschillende theoretische verklaringen. Een van de benaderingen gaat ervan uit dat sommige ziekteverwekkers zo sterk lijken op de lichaamseigen cellen dat er een auto-immuniteit optreedt. Een andere benadering gaat ervan uit dat endogene signalen die wijzen op een chronisch risico op infectie, auto-immuniteit zouden kunnen uitlokken. Prof. Sepúlveda liet zien hoe machinelearning ingezet kan worden om ME/cvs-patiënten te onderscheiden van gezonde controles op basis van hun autoantilichamen. Met een combinatie van 27 verschillende autoantilichamen kon in een studie het onderscheid tussen patiënten en gezonde controles met 85% zekerheid worden bepaald.

Dr. Bhupesh Prusty | Universiteit van Würzburg

De lezing van Dr. Prusty ging over de relatie tussen mitochondriale disfunctie, herpesvirussen en auto-immuniteit bij ME/cvs en PCS. Volgens studies werden autoantilichamen tegen verschillende herpesvirussen gevonden in beide patiëntengroepen, wat wijst op virusreactivering tijdens de SARS-CoV-2-infectie. Dr. Prusty liet zien hoe bepaalde virale eiwitten mitochondriale disfunctie kunnen teweegbrengen. Een recente werkwijze analyseerde 120 autoantilichamen tegelijkertijd en mat de immuunrespons op basis van immunoglobulinen G en M (IgG/IgM). Een hogere IgM-respons werd in verband gebracht met een verhoogde last van ME/cvs-symptomen en een grotere vatbaarheid voor lichaamsvreemde antigenen (bijv. huisstofmijt, huidschilfers van katten). Daarnaast zijn er aanwijzingen dat de concentratie van fibronectine in het bloed en de cellen verhoogd is bij ME/cvs-patiënten. Deze glycoproteïne speelt een rol in de bloedstolling en weefselvernieuwing en fungeert als cellijm. Dr. Prusty suggereerde dat het samenspel van fibronectine en autoantilichamen een vicieuze cirkel binnen de cellen zou kunnen verklaren waarbij sprake is van mitochondriale fragmentatie, endotheeldisfunctie en microklontering bij ME/cvs.

Sessie 7: Behandeling I

Prof. Dr. Luis Nacul | Universiteit van Brits Columbia (Canada)

Prof. Nacul gaf een overzicht van de huidige stand van zaken met betrekking tot de behandeling van ME/cvs. Centrale richtlijnen voor patiëntenzorg en behandeling zijn de huidige NICE-richtlijnen. Prof. Nacul noemde ook de deskundige aanbevelingen van EUROMENE, die als doel hebben de meest ernstige symptomen te behandelen en tegelijkertijd de getroffenen te steunen. Het therapieaanbod voor ME/cvs draait voornamelijk rond pacing in combinatie met multidisciplinaire ondersteunende benaderingen. Prof. Nacul presenteerde een actuele studie uit Finland, waarin de toediening van een lage dosis naltrexone (opioïde-antagonist) leidde tot een verbetering van de symptomen bij 74% van de ME/cvs-patiënten. In lage doses heeft naltrexone een ontstekingsremmend effect, reguleert het de immuunrespons en kan het pijn, slaapstoornissen en vermoeidheid verminderen. Er is verder bewijs dat het toedienen van een lage dosis aripiprazol (een atypisch neurolepticum) leidt tot een vermindering van vermoeidheid, hersenmist en niet-herstellende slaap. Prof. Nacul presenteerde ook een evaluatiestudie met 700 ME/cvs-patiënten uit zijn kliniek in Vancouver. Uitgaande van de NICE-richtlijnen werd een model geïmplementeerd met een geïndividualiseerde behandeling in combinatie met een groepsaanbod over pacing en mindfulness. De behandeling slaagde erin de vermoeidheid bij patiënten te verminderen en hun fysieke en mentale gezondheid te verbeteren. Een tijdige diagnose is ook van cruciaal belang voor de langetermijnprognose van ME/cvs. In het geval van off-label toediening van medicatie moeten de kansen en risico’s zorgvuldig afgewogen worden en moeten de behandelaars beslissingen nemen in samenspraak met de betrokkenen.

Prof. Dr. Johannes-Peter Haas Duits Centrum voor Reumatologie van Kinderen en Jongeren, Garmisch-Partenkirchen

Prof. Haas presenteerde een lopend multidisciplinair klinisch behandelconcept voor kinderen en adolescenten met ME/cvs. Het programma werd gelanceerd in 2019, en sinds 2020 worden op elk moment 6 jonge patiënten met ME/cvs of PCS (tot 25 jaar) behandeld. De eerste centrale stap van het programma is een uitgebreide diagnose om geschikte patiënten te selecteren voor de vijf weken durende opname. Individuele en groepstherapieën omvatten bijvoorbeeld de overdracht van kennis over pacing, slaaphygiëne, omgaan met pijn en een geïndividualiseerde analyse van energieverbruik en -winst. Therapiedoelen zijn het opbouwen van veerkracht en zelfredzaamheid en het aanleren van dagelijkse pacing. Het belangrijkste doel van het verblijf is dat de patiënten en hun families niet overbelast worden. Op het einde van het verblijf vertoonden de betrokkenen een gemiddelde verbetering, 4 maanden later trad er echter in sommige gevallen een nieuwe achteruitgang op. Prof. Haas benadrukte dat het meestal niet mogelijk is om ME/cvs te genezen met een ziekenhuisopname van vijf weken, maar dat verbetering van de symptomen wel mogelijk is.

Dr. Michael Stingl | Neuroloog in privépraktijk, Wenen

De lezing van Dr. Stingl vatte zijn klinische ervaring samen in de medicamenteuze behandeling van ME/cvs-patiënten. Tot op heden zijn er geen uitgebreide klinische studies en weinig wetenschappelijk bewijs over off-label medicatie bij ME/cvs. Daarom is het bij het toedienen van medicijnen altijd nodig om af te wegen welk effect bereikt kan worden en hoe goed de medicatie wordt verdragen. Als het onduidelijk is of een medicijn de symptomen verbetert, moet het worden stopgezet of moet de dosis worden verlaagd. Dr. Stingl stelde verschillende groepen geneesmiddelen voor die gebruikt kunnen worden als off-label medicatie bij ME/cvs. Benzodiazepines in lage dosering kunnen op korte termijn helpen bij PEM, sensorische overbelasting en mestcelactivatie, maar het risico op verslaving is hoog bij langdurig gebruik. Anticonvulsiva (medicijnen tegen epilepsie) kunnen worden gebruikt om zenuwpijn en mogelijk neuro-inflammatie te verminderen. Antidepressiva kunnen ME/cvs-gerelateerde depressie behandelen en hebben mogelijk ook ontstekingsremmende effecten. Naltrexone (opioïde-antagonist) kan ook een ontstekingsremmend effect hebben en cognitieve symptomen verbeteren. Pyridostigmine remt acetylcholinesterase en kan het posturaal tachycardiesyndroom (POTS) verminderen en de inspanningscapaciteit verhogen. Over het algemeen moeten deze geneesmiddelen in zeer lage doses en met de nodige voorzichtigheid worden gebruikt bij ME/cvs.

Dr. Laura Froehlich | Fernuniversiteit in Hagen

Dr. Froehlich presenteerde gegevens over de zorgverlening en stigmatisering van ME/cvs-patiënten in Duitsland. Uit een onderzoek bleek dat personen met ME/cvs die in Duitsland wonen, medisch onvoldoende worden geholpen, omdat de meerderheid aangaf belemmeringen te ondervinden bij het krijgen van een behandeling (bijv. geografische belemmeringen zoals lange afstanden naar specialisten en financiële belemmeringen vanwege het ontbreken van kostendekking door ziektekostenverzekeraars). Driekwart van de ondervraagden kreeg geen specialistische behandeling voor ME/cvs en was ontevreden over de eerstelijnszorg. Bovendien werd stigmatisering van patiënten geassocieerd met een lager fysiek functioneren en een lagere tevredenheid over de sociale relaties van patiënten. Omdat het gebrek aan kennis van medische professionals omtrent ME/cvs kan leiden tot onderbehandeling en psychologisering van de symptomen, presenteerde Dr. Froehlich tot slot een evaluatie van een educatieve online lezing over ME/cvs en PCS. Een live webinar slaagde erin om de kennis van de deelnemende artsen over de epidemiologie, diagnose en behandeling van ME/cvs te verbeteren.

Bettina Grande | psychotherapeut in privépraktijk, Heidelberg

De presentatie van Bettina Grande belichtte de rol van psychotherapeutische ondersteuning voor volwassenen, kinderen en adolescenten met ME/cvs. Activeringstherapie is schadelijk, maar psychotherapeutische ondersteuning kan het welzijn van ME/cvs-patiënten verbeteren wanneer activering en stimulatie worden vermeden. Psychotherapeutische ondersteuning kan het begrip van PEM en Pacing vergroten en de acceptatie van individuele belastingsgrenzen en het omgaan met de frustratie die door de ziekte veroorzaakt wordt, verbeteren. Bettina Grande deed verslag van de voorwaarden waaronder psychotherapie voor ME/cvs nuttig kan zijn (bijv. met betrekking tot een aanvaardbare lengte en frequentie van videosessies). De kernelementen van haar psychotherapeutische benadering zijn het begeleiden van getroffenen bij het aanleren van pacing en het structureren van het dagelijks leven om PEM te vermijden. Ook het omgaan met eenzaamheid en frustratie als gevolg van de ziekte kan worden besproken. Tot slot wees Bettina Grande erop dat te ambitieuze psychotherapie kan leiden tot een verslechtering van de toestand van de patiënt en dat het primaire doel moet zijn om crashes en overbelasting te voorkomen.

Sessie 8: Behandeling II

Prof. Dr. Øystein Fluge | Universitair Ziekenhuis Haukeland, Bergen (Norwegen)

Prof. Fluge presenteerde de nieuwste benaderingen om auto-immuniteit bij ME/cvs te bestrijden. De basishypothese is dat er een permanent verminderde immuunrespons is bij ME/cvs. Eerst gaf hij een samenvatting van eerdere klinische studies naar de reductie van B-cellen via Rituximab en Cyclofosfamide. Deze studies leverden aanvankelijk niet de gehoopte resultaten op. Nieuwe follow-upgegevens zijn nu beschikbaar na 6 jaar. De patiënten behandeld met Rituximab vertoonden geen verbetering ten opzichte van een placebocontrolegroep, net als na 18 maanden, zelfs niet na 6 jaar. De patiënten die werden behandeld met cyclofosfamide vertoonden een lichte verbetering na 6 jaar, maar er waren verschillende progressies. Het team van Prof. Fluge blijft werken aan het gebruik van immunosuppressiva om het pathomechanisme bij ME/cvs te doorbreken, dat leidt tot endotheeldisfunctie en verminderde bloedstroom naar het weefsel bij belasting. Een nieuwe pilootstudie onderzoekt de effecten van Daratumumab, een ander geneesmiddel dat oorspronkelijk werd gebruikt bij chemotherapie, net als Rituximab en Cyclofosfamide. Er wordt nu onderzocht of Daratumumab de immuunrespons bij ME/cvs kan normaliseren.

(We zullen hier verdere informatie over deze lezing publiceren zodra we de goedkeuring van de spreker hebben).

Dr. Wolfgang Ries | DIAKO Ziekenhuis Flensburg

Dr. Ries gaf een overzicht van immunoadsorptie (het uitfilteren van autoantilichamen uit het bloed) als behandeling voor ernstige ME/cvs. Ziekenhuisopname en behandelpogingen kunnen schade veroorzaken door PEM te triggeren. Dit moet koste wat het kost worden vermeden, vooral voor de zwaarst getroffenen. Dr. Ries presenteerde hoe immunoadsorptie kan worden uitgevoerd bij personen die ernstig lijden aan ME/cvs zonder PEM op te wekken. Om dit te bereiken is het belangrijk om speciale aandacht te besteden aan de patiënten door maatregelen te nemen om de patiënt af te schermen. Eenpersoonskamer, beperking van lawaai, rekening houden met de gevoeligheden van de patiënt. De behandeling bestaat meestal uit 5 sessies (elk 3-4 uur) over een periode van 7 dagen en kan de immunoglobulines effectief verminderen. Een casestudie toonde een verbetering in de weken na de behandeling bij 22 van de 31 patiënten, waarbij bij geen van de personen een verslechtering werd waargenomen.

Dr. Elisa Stein | Charité

Een observationele studie naar immunoadsorptie bij PCS en ME/cvs was het onderwerp van Dr. Stein. Bij 10 patiënten* met ME/cvs na COVID-19 werd een vermindering van autoantilichamen in het bloed waargenomen na herhaalde immunoadsorptie en dit ging gepaard met een verbetering in fysiek functioneren en een vermindering van spierpijn en hoofdpijn. Minder verbetering werd gezien op het gebied van vermoeidheid en cognitief functioneren. Na een paar maanden verslechterde de algehele conditie van de patiënten echter weer tot het niveau van voor de behandeling.

Dr. Andrea Maier | Universitair ziekenhuis Aken

De behandeling van orthostatische intolerantie (OI) en posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom (POTS) was het onderwerp van de presentatie van Dr. Maier. Voor de diagnose moet een gedetailleerde orthostatische anamnese worden afgenomen, gecombineerd met een sta-test (actief, passief of op een kanteltafel). Bij POTS is het ook belangrijk om andere aandoeningen uit te sluiten (bijv. lage bloeddruk, andere aandoeningen van het autonome zenuwstelsel). Om POTS te behandelen, moeten eerst de triggers worden geïdentificeerd (alcohol, vaak liggen, grote maaltijden). Behandelingen bestaan uit het drinken van twee tot drie liter vocht per dag, het eten van voldoende zout en het dragen van steunkousen of een buikgordel. Voor POTS zonder ME/cvs bestaan verdere therapieaanbevelingen uit het trainen van de kuit- en buikspieren, evenals sta- en uithoudingstraining. Deze aanbevelingen zijn echter moeilijk of niet uitvoerbaar voor ME/cvs-patiënten. Als symptomatische therapie niet helpt, kan medicatie in zeer lage doses worden gebruikt.

Prof. Dr. Klaus Wirth | KOSA Pharma B.V. en Universiteit van Frankfurt

In de laatste lezing van de conferentie ging Prof. Wirth in op de verstoorde vaatfunctie bij ME/cvs. Volgens zijn hypothese zijn uitzetting en samentrekking van de bloedvaten uit evenwicht. Het energietekort in de skeletspieren en in de hersenen wordt veroorzaakt door een combinatie van hypoperfusie en mitochondriale disfunctie. Prof. Wirth presenteerde de hypothese dat het vrijkomen van vasculaire mediatoren, gekoppeld aan het metabolisme, overgedragen wordt van de spier naar het bloed. De resulterende cyclus zou verbroken kunnen worden door vasoactieve medicijnen. Bloedvatverwijdende medicijnen in lage doses zouden hier bijvoorbeeld geschikt voor kunnen zijn, zodat de zuurstoftoevoer naar de spieren en de hersenen wordt verbeterd. Er zijn momenteel echter geen medicijnen die de bloedvaten in de spieren en hersenen selectief verwijden. Toch moet gelijktijdige verwijding van de aders in de buikholte worden vermeden. Terwijl sommige medicijnen de bloedstroom naar de hersenen kunnen verhogen, kan dit nog niet specifiek voor de spieren worden gedaan. Voor patiënten met OI kunnen nicotinepleisters en acetylcholineesteraseremmers helpen. De keuze van medicijnen hangt af van de aard van de problemen met de bloedsomloop: OI en POTS of orthostatische hypotensie.

Opmerking: Teksten voor samenvattingen van presentaties zijn geleverd door de Duitse Vereniging voor ME/cvs (Hartelijk dank!). Teksten voor onderzoeksposterpresentaties en alle vertalingen in het Engels door ME/cvs Research Foundation.

* Uitleg van de hierboven genoemde onderzoeksprojecten:

IMMME = Immune Mechanisms of ME: een fundamenteel onderzoeksnetwerk naar ME/cvs in Duitsland.

Meer: https://cfc.charite.de/forschung/immme/

NKSG = National Clinical Study Group: een vereniging van klinische onderzoekers van verschillende universiteiten voor ME/cvs,

Meer: https://cfc.charite.de/klinische_studien/nksg/

MECFS-Register/Biobank: https://cfc.charite.de/klinische_studien/mecfs_registerbiobank/

© ME/CFS Research Foundation.
Vertaling ME-gids.

De kunst van het rusten

De kunst van het rusten

Rusten speelt zo’n belangrijke rol in ons welzijn, maar het is niet per se voor veel mensen makkelijk. Pas toen ik werd getroffen door een chronische ziekte, besefte ik dat ik gewoon niet wist hoe ik moest rusten. Voordien beangstigde de gedachte aan een strandvakantie ME, tenzij ik constant spelletjes kon spelen of zwemmen. Liggend op een ligstoel een boek lezen? Ik denk het niet!

In het begin van de ziekte, toen ik erg ziek was, moest ik rusten omdat ik gewoon niet anders kon. Toen ik enigszins begon te verbeteren, werd rusten een hele klus, en meestal benaderde ik het als iets wat ik moest doen. Helaas maakt die houding ten opzichte van rust het niet erg rustgevend.

Uiteindelijk realiseerde ik me dat als ik beter zou worden in rusten, ik er misschien baat bij zou hebben, ik misschien wat meer energie zou vinden voor andere dingen. Omdat ik altijd een persoon ben geweest die een uitdaging aangaat, heb ik mezelf de uitdaging gesteld om goed te leren rusten.

Rust erkennen als een cruciale strategie

Een van de eerste dingen die me hielpen, was beseffen dat rust geen passieve zaak is. Het is een van de belangrijkste manieren waarop je kunt bijdragen aan je welzijn. Goed worden in rusten is een manier om wat controle te krijgen. Rusten heeft een heel belangrijk doel. Het lijkt me voor de hand liggend om dat nu te schrijven, maar het heeft een tijdje geduurd voordat dat kleine juweeltje van inzicht tot me doordrong. Toen ik eenmaal de rol ervan in mijn welzijn echt kon waarderen, werd het veel gemakkelijker om goed uit te rusten. Het helpt om mezelf eraan te blijven herinneren hoe belangrijk het is – elke keer als ik rust neem.

Rust is niet hetzelfde als wachten

Zelfs nu, vele, vele jaren nadat ik mezelf de kunst van het rusten heb geleerd, betrap ik mezelf er soms nog steeds op dat ik rust met een afwachtende houding. Als je echt dingen wilt doen en ervan wilt genieten, kan rust een noodzakelijk kwaad lijken. Iets om doorheen te komen terwijl je wacht op wat je wilt doen. Maar wachten – en wensen – is niet echt rustgevend. Als je aan het wachten bent, is het moeilijk om uit te schakelen en te kalmeren. Je geest blijft bezig, vaak met het plannen van wat het ook is waar je op wacht of met het jezelf kwalijk neemt dat je het nu niet kunt doen. Helpende rust komt voort uit het volledig loslaten van elke behoefte, wens of verlangen om te doen.

Het verschil weten tussen kwalitatief goede rust en weinig energie vragende activiteit.

Wat ik ook pas na een tijdje ontdekte, is dat niet alle rust kwalitatief goede rust is. Sommige rust, zoals het lezen van een boek of het kijken van een film, is eigenlijk gewoon energiezuinige activiteit. Er is een plaats voor energiezuinige activiteiten in energiebeheer; het helpt ons om niet te veel energie uit te geven. We kunnen het nodig hebben (vooral met een chronische ziekte) zodat we genoeg energie hebben om gedurende de dag aan andere dingen te besteden. Maar energiezuinige activiteit heeft niet dezelfde waarde voor ons welzijn als rust van goede kwaliteit. De sleutel tot het verbeteren van je welzijn door een goed energiebeheer is het hebben van een geplande routine die zowel weinig energie kost als goede rust bevat.

Kwalitatief goede rust

Kwaliteitsrust betekent echt ontspannen en in een vredige staat komen.Dat gebeurt meestal alleen als je jezelf toestaat aanwezig te zijn in het moment. Voor sommigen kan dat komen door naar rustgevende muziek te luisteren of door in de zon te liggen en naar de zingende vogels te luisteren. Anderen moeten misschien in een donkere, stille kamer gaan liggen of zich laten leiden door een meditatie of ontspanningsoefening. Het kan een hele uitdaging zijn om dit soort kwaliteitsrust gedurende lange perioden te doen, omdat onze geest druk kan zijn en ons weghaalt van “in het moment zijn”. Het kan ook een uitdaging zijn om überhaupt in die toestand te komen, als je door stress of een chronische ziekte een overactief zenuwstelsel hebt gekregen.

Kalmerende afleiding

Ik heb gemerkt dat ik, om in een staat van kwaliteitsvolle rust te komen, eerst wat tijd moet besteden aan het afleiden van mezelf op een manier die mijn lichaam in staat stelt tot rust te komen. Ik heb iets nodig dat mijn gedachten voldoende bezighoudt om te voorkomen dat zij overal naar toe racen, iets dat kalmeert en zachtaardig is. Bewust langzaam een ​​gemakkelijke sudoku doen of wat kleuren, kan voor mij best goed werken als voorloper van kwaliteitsrust. Het is veel gemakkelijker om te ontspannen en vredig te zijn als ik mijn zenuwstelsel eerst tot stilstand kan brengen. Als ik echt moeite heb om mijn zenuwstelsel tot rust te brengen, is Yoga Nidra mijn meest effectieve hulpmiddel om mijn geest erbij te betrekken en te kalmeren.

Dutjes doen

Een kort dutje kan een nuttige manier zijn om goed uit te rusten. Als je lichaam het nodig heeft, kan het gemakkelijker te bereiken zijn dan andere vormen van kwaliteitsrust. Veel mensen die ’s nachts moeite hebben om te slapen, maken zich zorgen over hoe dutjes de nachtrust kunnen bemoeilijken. Ik heb geleerd dat slapen belangrijk is, als niet slapen ertoe zou leiden dat ik mezelf teveel zou pushen. Als ik een dutje doe, zet ik een wekker voor 40 minuten.

Train je vaardigheden om kwalitatief goede rust te bereiken

In staat zijn om in een vredige staat te ontspannen wanneer dat nodig is, kan enige training vergen. Het kan moeilijk zijn om te leren los te laten, en alle nieuwe vaardigheden vereisen bewuste oefening voordat ze onbewust worden. Bewuste oefening vraagt energie en is moeilijk wanneer je het meest behoefte hebt aan kwaliteitsrust. Het is een goed idee om deze vaardigheden te oefenen wanneer je je het meest alert voelt. Door alle oefeningen die ik heb gedaan met geleide meditaties en ontspanningsoefeningen, kan ik nu vrij gemakkelijk in die vredige staat komen, zelfs als ik moe ben.

Afbouwen van stimulatie en stimulatiepauzes

Kwaliteitsrust hoeft niet voor lange tijd te zijn. Tenzij je echt in slaap valt, kan het zelfs moeilijk zijn om lang aanwezig te blijven en in een staat van vredige ontspanning te blijven, vooral zonder dat je aandacht voorzichtig wordt geleid.

Echt korte, regelmatige perioden van kwaliteitsrust, slechts 1 tot 5 minuten, kunnen zeer effectief zijn om het zenuwstelsel onder controle te houden, waardoor het veel gemakkelijker wordt om te ontspannen wanneer je langer wilt rusten. Bovendien, als je ervoor zorgt dat je niet te overprikkeld raakt, zul je waarschijnlijk meer ontspannen kunnen blijven terwijl je dingen doet, waardoor je energie efficiënter gebruikt wordt.

Ik heb gemerkt dat mijn korte pauzes, om echt effectief te zijn, weg moeten zijn van alle stimulatie. Ik zoek een stille, donkere kamer op. Een donkere bril en oordopjes met ruisonderdrukking zijn geweldig als dat gewoon niet mogelijk is.

Mijn meest effectieve langere rustpauzes zijn ook in een stille, donkere kamer. Het minimaliseren van stimulatie kan je helpen om die staat van rust veel gemakkelijker te bereiken, vooral wanneer je weinig middelen hebt.

Weten wanneer je moet stoppen

Een ander onderdeel van de kunst van het rusten is stoppen en rusten voordat je te moe wordt. Als je iets wilt afmaken voordat je rust, is het waarschijnlijk een stuk moeilijker om te ontspannen en los te laten. Echt goed worden in rusten houdt in dat je je bewust wordt van de inspanning die nodig is voor wat je doet en dat je stopt met rusten wanneer je merkt dat die inspanning toeneemt.

Even de tijd nemen om te genieten en rust te waarderen

Het laatste ingrediënt om van rusten echt een kunstvorm te maken, is ervoor te kiezen om ervan te genieten en het te waarderen op het moment dat je het doet. Soms helpt positief mentaal commentaar me om in die toestand te komen. Ik herinner mezelf eraan hoe fijn het is om te rusten op de manier zoals ik dat doe. Als ik mijn ontspannende romans lees, neem ik even de tijd om het vermaak waar ik van geniet te waarderen; Ik haal diep adem en ontspan in dat genieten. Als ik een geleide meditatie of ontspanningsoefening doe, heb ik de neiging om tot het einde te wachten en mezelf erop te wijzen hoe goed het voelt om op dit moment ontspannen te zijn en hoe geweldig dat moet zijn voor mijn welzijn.

Samenvatting

De kunst van het rusten houdt in dat je je energie goed beheert met een geplande combinatie van lage energieactiviteit en kwaliteitsvolle rust. Het gaat erom te weten wanneer je moet stoppen en hoe je de stimulatie laag houdt met regelmatige stimulatiepauzes. Maar bovenal betekent het dat je de rol die rust speelt in je welzijn waardeert, de behoefte om iets te doen of te wachten totdat je dit kunt doen opgeeft en aanwezig bent bij het plezier dat je in die rust kunt vinden.

Bron: https://www.prohealth.com/blogs/wellness/the-art-of-resting
Pro Health, 10 november 2021

Pacing gids voor kinderen met ME/cvs en Long Covid

Een tijdje geleden plaatsten wij hier een aantal artikelen over Pacing.

Ook voor kinderen en jongeren met ME/cvs is het een hele klus om hun activiteiten af te stemmen op hun beschikbare energie en hun grenzen niet steeds te overschrijden. 

MEAction publiceerde een gids voor kinderen en jongeren en hun ouders en verzorgers over Pacing en over het omgaan met ME/cvs en Long Covid.

Onderwerpen die worden behandeld zijn: 

  • Wat is postexertionele malaise (PEM)?
  • Wat is Pacing?
  • Opmerking over Graded Exercise Therapie (GET)
  • Veel tips over het aanpassen van activiteiten
  • Prioriteiten stellen
  • Aanpassingen op school

Lees hier de volledige pacing en management gids voor pediatrische ME/cvs en Long Covid

Pacing: Je energie envelop vinden (1 en 2)

Leven met ME/cvs en fibromyalgie is frustrerend. Niet alleen brengen de twee aandoeningen pijn en ongemak mee, ze leggen ook grenzen op. Als we er tegen vechten, of proberen die grenzen te negeren, is het resultaat een verergering van symptomen.

Bruce Campbell schreef twee artikelen waarin hij een andere manier voorstelt om te leven met ME/cvs of FM. Uitgelegd wordt hoe het vinden en respecteren van je grenzen (je energie envelop) je enige controle kan geven en je kwaliteit van leven kan verbeteren.

Dit wordt pacing genoemd. Lees meer over hoe je je eigen energie envelop kunt vinden:

Je energie envelop vinden (deel 1)
Je energie envelop vinden (deel 2)

Pacing: Hoe te leven met ME/cvs en Fibromyalgie

Bruce Campbell schreef een groot aantal artikelen over zelfhulpstrategieen bij o.a. ME/cvs, waaronder de serie “What Works for ME/CFS and Fibromyalgia”.

In deze serie van 8 artikelen gaat Bruce Campbell uit van de kracht van zelfhulp en de kracht van lotgenotengroepen. Hij illustreert dat aan de hand van uitspraken van patiënten.

  1. Veel voorkomende problemen en gedeelde oplossingen
  2. Hulpeloosheid overwinnen
  3. Stabiliteit door pacing
  4. Doelen bereiken
  5. Verminderen en voorkomen van stress
  6. Omgaan met emoties
  7. Verbeteren van relaties
  8. Minimaliseren van terugvallen

In deze artikelen gebruikt hij de ervaringen van lotgenoten met ME en Fibromyalgie die deel hebben genomen aan de zelfhulpcursussen om praktische tips te geven.

In het eerste artikel schrijft hij over veel voorkomende problemen bij chronische ziekten, leven met onzekerheid, omgaan met symptomen, relaties en over de bruikbaarste strategieën (waaronder Pacing).

In het tweede artikel schrijft hij over wat je kunt doen om je gevoel van hulpeloosheid te overwinnen en controle over je leven weer wat terug te krijgen. Hij gaat daarbij in op wat je symptomen doet verergeren en op wat je symptomen kan doen verbeteren.

In het derde artikel schrijft hij hoe Pacing jou kan helpen als strategie om meer controle te krijgen over je symptomen en stabiliteit te brengen.

In het vierde artikel schrijft hij over haalbare doelen stellen om uit te proberen wat voor jou wel of niet werkt.

In artikel 5 gaat het over het verminderen en voorkomen van stress, omdat zelfs matige stress bij ME/cvs symptomen kan doen toenemen. Wat kun je doen om stress te minimaliseren?

Het zesde artikel biedt strategieën om met emoties om te gaan. ME/cvs en fibromyalgie lijken emotionele reacties sterker te maken dan voorheen en moeilijker onder controle te houden. Hij gaat daarbij in op strategieën om met boosheid, depressie en verlies om te gaan.

In artikel 7 schrijft hij over het verbeteren van relaties en geeft hij 7 strategieën die je daar bij kunnen helpen.

Artikel 8 is het laatste artikel in deze serie en gaat over het minimaliseren en het beperken van de ernst van terugvallen.

Zelfhulp Strategie voor ME/cvs: Pacing

In de komende tijd gaan we hier een aantal vertaalde artikelen delen van Bruce Campbell die op de website “ME/CFS and Fibromyalgia Selfhelp” staan.

De cursus waar hij over schrijft wordt online gegeven in het Engels, voor veel Nederlandstalige patiënten kost dit teveel energie. Toch is een aantal teksten over pacing wel heel waardevol. Daarom hebben wij er een aantal vertaald om ze voor een breder Nederlands publiek geschikt te maken.

Lees hier een artikel van Bruce Campbell over Post Exertionele Malaise

Post-exertionele Malaise en terugval vermijden

De meeste patiënten met ME/cvs hebben in de loop van de tijd met vallen en opstaan geleerd wat ze moeten doen of laten om Post-Exertionele Malaise (het verergeren van je symptomen na inspanning) en terugval zoveel mogelijk te vermijden.

Sommigen kiezen er bewust voor toch dingen te doen die PEM veroorzaken en nemen de “straf” op de koop toe.

Anderen proberen hun leven zó in te delen dat zij zo weinig mogelijk PEM hebben en zo weinig mogelijk risico op een terugval lopen.

PEM is geen wiskunde, soms gebeurt er iets dat buiten je macht ligt, waardoor je zieker wordt of heb je geen idee wat je zieker maakt.

Zelfhulp strategieën: géén wondermiddel

Omdat er nog geen genezende behandeling is gevonden voor ME/cvs, is het belangrijk dat je kijkt naar wat je zelf wèl kunt doen om met je ziekte om te gaan. Dit geeft je wat grip op je ziekte.

  • Welke problemen kom je tegen waar je zelf nog wèl invloed op hebt?
  • Hoe kun je misschien voorkomen dat je van PEM naar PEM gaat zonder enige grip te hebben op wat je anders kunt doen?
  • Hoe voorkom je terugvallen en hoe voorkom je langdurige terugvallen?

In deze artikelen gaat Bruce Campbell uit van de kracht van zelfhulp en de kracht van lotgenotengroepen. Hij illustreert dat aan de hand van uitspraken van patiënten.

Zelfhulp in een groep biedt daarnaast ook steun, inspiratie en aanmoediging van mede-patiënten. Lotgenotencontact is erg belangrijk.

Zelfhulp is géén wondermiddel, maar vereist hard werken en geduld.

Wie is Bruce Campbell?

Bruce Campbell, heeft het ME/cvs and Fibromyalgia Self-Help programma ontwikkeld. Hij studeerde en werkte o.a. aan Stanford Medical School en adviseerde daar over zelfhulp programma’s. Ook is hij afgestudeerd aan de University of California. Hij kreeg ME/cvs en herstelde weer tot zijn oude niveau van vóórdat hij ziek werd.

Daarover schrijft hij zelf:

“In de loop van een paar dagen in 1997 kreeg ik ME/cvs, van volledig gezond naar 25% van normaal. In de vier jaar daarna keerde ik langzamerhand terug naar hetzelfde niveau van functioneren dat ik had voordat ik ziek werd en ben daarna gezond gebleven. Ik deel mijn verhaal in de hoop dat anderen er zowel aanmoediging in vinden als praktische strategieën.”

Hij gaat daarbij uit van de kracht van zelfhulpgroepen, die oplossingsgericht zijn, waarbij gebruik wordt gemaakt van wetenschappelijk onderbouwde ideeën en technieken.

Daarbij is het belangrijk dat binnen de groep een veilige en positieve omgeving wordt gecreëerd, waarin mensen zich veilig en begrepen voelen.

Zelf-management geneest ME/cvs en Fibromyalgie niet. In plaats daarvan verschaft het je het gereedschap voor coping dat ook verbetering kan geven waar dat mogelijk is.

Wat is coping?

Coping betekent “omgaan met” of “opgewassen zijn tegen”, alles wat je als patiënt doet (of nalaat) om de stressoren die het ziek-zijn met zich meebrengt het hoofd te bieden. Probleemgerichte coping is gericht op het oplossen van problemen.

Coping strategieën zijn o.a.

  • het probleem analyseren en oplossen
  • troost en begrip zoeken bij anderen, samen met een ander het probleem oplossen.
  • het probleem ontkennen en vermijden
  • zich richten op andere dingen dan het probleem
  • piekeren, zichzelf de schuld geven, twijfel aan zichzelf
  • gevoel van frustratie, spanning en agressie uiten
  • men houdt zich voor dat het probleem vanzelf wel goed komt of dat anderen het nog veel zwaarder hebben

Wil je meer weten over de cursus?

Op de website van ME/CFS & Fibromyalgia Selfhelp staat meer informatie. Er is ook een Nederlandse Pacinggroep op Facebook.

Wat is pacing?

Pacing is geen manier om via een schema activiteiten op te bouwen en uit te breiden. Het is het zoeken naar de juiste balans. Daarbij kan het zijn dat je voorzichtig wat kunt gaan opbouwen, maar ook dat je flink moet snoeien in je activiteiten, zodat je meer rust kunt inbouwen.

Pacing technieken zijn o.a.

  • voorzichtig zijn met betrekking tot algehele activiteiten niveau
  • leven volgens een schema met activiteit en rust
  • beperken van de duur van een activiteit
  • activiteiten inplannen voor de “goede” momenten van de dag en “slechte” momenten vermijden
  • “nee” zeggen tegen sommige uitnodigingen
  • de duur van je sociale contacten beperken.

In de komende tijd delen we een aantal vertaalde artikelen over pacing

Dit keer delen we een Pacing en management gids voor ME/cvs van MEAction

Video: LongCovid, postviraal vermoeidheidssyndroom en ME/cvs

Vertaald transcript:

Bijna 1 op de 7 mensen met COVID-19 heeft symptomen die 3 maanden of langer aanhouden. In het VK [1] denkt men dat meer dan een miljoen mensen Long COVID en ME/cvs hebben. Deze mensen zijn vaak jong, voorheen gezond en hadden bij aanvang [2] relatief milde symptomen. Long COVID omvat een grote en diverse groep patiënten in termen van klinische presentatie, ernst, fluctuatie en oorzakelijke factoren [3]. Onderzoek suggereert dat Long COVID tot wel vier verschillende syndromen kan zijn, die sommige patiënten tegelijkertijd kunnen ervaren [4].

“Als je anekdotisch kijkt, lijdt het geen twijfel dat er een aanzienlijk aantal individuen is met een postviraal syndroom”[5]. Uit onderzoek dat mensen in de loop van de tijd volgde, bleek dat veel mensen met het postvirale vermoeidheidssyndroom binnen een jaar na de eerste infectie herstellen [6].

In een kleine minderheid van de gevallen kunnen patiënten ME/cvs ontwikkelen, een complexe multisysteemziekte die vaak wordt veroorzaakt door een virus of infectie [7]. Voorlopig onderzoek naar Long COVID suggereert dat er veel overlappingen zijn met ME/cvs [8]. Een aanzienlijk aantal mensen met Long COVID zou kunnen voldoen aan de diagnostische criteria voor ME/cvs [9].

Het kenmerkende symptoom van ME/cvs is dat zelfs minimale inspanning kan leiden tot een opflakkering van symptomen en een vermindering van het fysieke vermogen (een crash) die dagen, weken of zelfs maanden kan aanhouden. In een groot onderzoek onder Long COVID-patiënten meldde een groot deel dat ze post-exertionele malaise ervaren en terugvielen na activiteit [10].

Het is van vitaal belang dat onderzoekers en clinici die Long COVID-patiënten behandelen en bestuderen de diagnostische criteria voor ME/cvs en managementadvies begrijpen [11]. Al meer dan 20 jaar wordt aan ME/cvs-patiënten graduele oefentherapie [red.: Graded Exercise Therapie of GET, in Nederland vaak onderdeel van Cognitieve Gedragstherapie speciaal voor CVS] aanbevolen, een controversiële behandeling waarbij fysieke activiteit in de loop van de tijd geleidelijk wordt verhoogd. Patiëntenonderzoeken melden consequent dat graduele oefentherapie meer dan 50% van de patiënten met ME/cvs erger maakt. Sommigen herstellen nooit [12]. Na een uitgebreide evaluatie van 3 jaar liet NICE Graded Exercise Therapy vallen uit hun conceptrichtlijnen voor ME/cvs vanwege verbeterde normen voor bewijs en bezorgdheid over schade [13].

Een groeiend aantal patiënten met Long COVID ondervindt nadelige effecten van oefentherapie [14]. Fysiotherapie die voor de ene groep Long COVID-patiënten zou kunnen werken, kan een andere verergeren. De uitdaging is om degenen te identificeren die post-exertionele malaise ervaren en te voorkomen dat de aandoening verergert [15].

Om hun energie te helpen beheersen en post-exertionele malaise te voorkomen, moeten patiënten Symptoom Contingente Pacing toepassen, omdat activiteiten worden gestuurd door symptomen en niet vaststaan ​​of geleidelijk worden verhoogd [16]. Zowel fysieke als mentale activiteiten moeten in kleine behapbare brokken worden uitgevoerd met een periode van rust of ontspanning ertussen. Benaderingen die gebruik maken van draagbare hartslagmeters kunnen ook effectief zijn [16].

Referenties:
[1] https://www.ons.gov.uk/peoplepopulati…
[2] https://www.theguardian.com/commentis…
[3] https://meassociation.org.uk/2020/08/…
[4] https://www.bmj.com/content/371/bmj.m…
[5] https://meassociation.org.uk/2020/07/…
[6] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/arti…
[7] https://youtu.be/OyFNVayKYCg (8 min 50)
[8] https://www.mdpi.com/1648-9144/57/5/418
[9] https://www.medscape.com/viewarticle/…
[10] https://www.medrxiv.org/content/10.11…
[11] https://www.meaction.net/2020/06/26/p…
[12] https://meassociation.org.uk/2017/09/…
[13] https://www.nice.org.uk/guidance/inde…
[14] https://www.jospt.org/doi/10.2519/jos…
[15] https://www.csp.org.uk/frontline/arti…
[16] https://www.physiosforme.com/pacing

Informatie en begeleiding:
Long-covid-and-MECFS-May-2021.pdf
Pacing:
https://www.physiosforme.com
Online CPD-module over ME/cvs voor zorgverleners:
https://www.studyprn.com/p/chronic-fatigue-syndrome

Credits
https://www.emerge.org.au
https://solvecfs.org
https://me-cvsvereniging.nl
http://superpooped.blogspot.com

Voorspellen van de ernst van PEM

Belangrijkste bevindingen

Drie factoren werden gevonden die verband houden met toename van de ernst van PEM. Deze factoren kunnen helpen om patiënten de identificeren die baat kunnen hebben bij pacing strategieën.

Deze patiënten:

  • hebben ME/cvs gekregen na de leeftijd van 32 jaar
  • zijn vatbaar voor terugkerende virusinfecties
  • Hebben ME/cvs gekregen na een maag/darm infectie

Wat hebben ze gedaan?

De onderzoekers identificeerden 197 patiënten die allen door de zelfde arts de diagnose ME/cvs kregen. De diagnose is gesteld op basis van de Internationale Consensus Criteria. De groep bestond uit 51 mannen en 146 vrouwen. Bij bijna de helft van hen leek hun ziekte te zijn uitgelokt door een infectie.

Er werd informatie verzameld over het begin van de ME/cvs, zoals de leeftijd en symptomen. De huidige vermoeidheidsniveaus werden onderzocht door gevalideerde vragenlijsten te gebruiken. De ernst van de PEM werd onderzocht over de voorafgaande maand, waarbij de patiënten werd gevraagd hoe vaak en hoe intens zij PEM hadden ervaren. Dit resulteerde in een PEM ernst score voor elke patiënt.

Wat hebben ze gevonden?

Personen die 32 jaar of ouder waren bij het begin van de ME/cvs en ook patiënten die vatbaar waren voor virusinfecties tijdens hun ziekte, hadden meer kans op hogere PEM ernst scores.

Maag/darm infecties voorafgaand aan het begin van ME/cvs werden eveneens geïdentificeerd als risico factor voor ernstigere PEM. De onderzoekers merkten echter op dat dit betrekking had op slechts een klein aantal patiënten in deze groep, dus dit verband is minder duidelijk.

Desondanks hebben de auteurs 3 belangrijke risicofactoren geïdentificeerd die allemaal verband houden met ernstiger PEM, zowel met betrekking tot frequentie van PEM als de intensiteit van de symptomen.

Wat betekent dit?

Omdat er tot op heden nog geen genezende behandeling is voor ME/cvs, moeten veel patiënten pacingtechnieken toepassen om te proberen hun symptomen te managen. De onderzoekers hopen dat deze risicofactoren zullen helpen om de patiënten de identificeren die een groter risico lopen op ernstige PEM. Deze patiënten kunnen daardoor in het bijzonder profiteren van het volgen van pacing strategieën.

Hier vind je het originele (Engelstalige) artikel

Hier vind je het volledige (Engelstalige) onderzoek