Tag Archief van: UWV

CRvB: UWV moet opnieuw beoordelen

Update 16-09-2025:

Op 16 september 2025 kwam het verlossende woord dat in alle drie de lopende dossiers bij de Raad voor Rechtsbijstand de beslissing door het UWV is gevallen ten gunste van de Cliënten van Jeejar en er met terugwerkende kracht de IVA uitkeringen alsnog worden toegekend en daarnaast heeft het UWV zowel Dr. Prof. van der Meer en Stichting Cardiozorg aangegeven dat de juiste kennis in deze zaken is ingeschakeld.

Wat betekent dit nu voor toekomstige zaken, maar ook zaken die in het verleden gelopen hebben, maar waarbij alles afgewezen is.

De Centrale Raad voor Beroep (CrvB) heeft aangegeven dat de aantal zaken die op korte termijn lopen op dezelfde wijze dienen te worden bekeken. Daarnaast gaat Steungroep gaat zich nu focussen om zoveel mogelijk mensen die buiten de boot vallen nog omdat hun zaak al gediend heeft en dus herbekeken dienen te worden om deze samen, in samenwerking met een aantal advocaten, inzetten voor herstel voor zoveel mogelijk ME/cvs-patiënten die het UWV in het licht van de recente ontwikkelingen onjuist heeft beoordeeld. Betrokkenen kunnen het nieuws op de website van de Steungroep volgen en zich melden via [email protected], met naam en telefoonnummer, met als onderwerp ‘CRvB’. Vermeld ook of je een deadline hebt vanwege komende keuring of een termijn om bezwaar te maken of in beroep te gaan. Daar zullen we zoveel mogelijk rekening mee houden.

17 juli 2025

CRvB doet uitspraak in ME/cvs-zaken

Uitspraak in ME/cvs-zaken themazitting 28 mei 2025

Op 17 juli 2025 deed de Centrale Raad van Beroep (CRvB) uitspraak in 3 zaken die mensen met ME/cvs hebben aangespannen tegen het UWV en de uitspraak van de rechtbank in het hoger beroep. Deze zaken zijn behandeld in een themazitting van Centrale Raad van Beroep op 28 mei 2025.

De zitting van vandaag kon door middel van een livestream worden bijgewoond. De rechter, mevrouw Van der Kris, opende de zitting door iedereen welkom te heten. Ze lichtte toe dat er is gekozen om de uitspraak via een livestream bekend te maken. Ook deelt ze geen medische en persoonlijke gegevens van de personen in kwestie.

Drie zaken

De 3 zaken gaan over het recht op een WIA-uitkering en er wordt in 3 dossiers uitspraak gedaan. Het 4e dossier dat tijdens de zitting van de CRvB van 28 mei 2025 ook is behandeld, is inmiddels heropend. Dit wordt daarom vandaag niet meegenomen.

CRvB: Tussenvonnis

De rechter geeft aan dat dit een tussenvonnis is. Daarmee krijgt het UWV de tijd om het gebrek, dat in deze dossiers is ontstaan, uit te werken, toe te lichten en aan te passen. Dit dient te gebeuren binnen 8 weken na vandaag (17 juli 2025).

Expertise

De patiënten in deze dossiers hebben medische rapportage van de Stichting Cardiozorg aangevoerd. Het UWV gaat hier echter niet mee akkoord. Het verschil in inzicht tussen Cardiozorg en het UWV op belangrijke punten is groot.

In alle 3 dossiers is eerder om een expertise gevraagd en hiervoor is Prof. Dr. J. van der Meer benaderd.

Prof. Dr. v.d. Meer heeft in alle dossiers een basisrapportage gemaakt en nadat het UWV hierop had gereageerd ook een aanvullende rapportage gemaakt.

Hij heeft daarbij gekeken naar de methodes van onderzoek bij Cardiozorg. Hij heeft ook aandacht besteed aan PEM, OI en POTS. Hij concludeert dat de methodes die Cardiozorg gebruikt wetenschappelijk onderbouwd zijn en geschikt om belastbaarheid vast te stellen bij ME/cvs-patiënten.

Gebrek

Het UWV gaf tijdens de zitting van 28 mei 2025 aan dat sommige zaken die Prof. Dr. van der Meer in zijn rapportages heeft aangegeven wel gevolgd hadden moeten worden. Op de vraag van de rechter kon het UWV niet meteen aangeven wat dan vervangen of vermeld had moeten zijn.

Conclusie CRvB

De Centrale Raad van Beroep ziet een groot verschil tussen de rapportages van Prof. Dr. van der Meer en de reacties van het UWV. Het UWV krijgt daarom de kans opnieuw in overleg te gaan met Van der Meer. Daarbij moet besproken worden welke beperkingen in de betreffende dossiers nog had moeten staan of alsnog toegevoegd dienen te worden.

De uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van vandaag vind je hier (990), hier (991)  en hier (992) .

De Livestream is hier nog te bekijken.

Het persbericht over deze zaak vind je op rechtspraak.nl.

Reactie Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid kun je hier lezen.

In de pers:

  • Ook Zembla wil aandacht besteden aan dit onderwerp.


 

Zorg voor ME/CVS moet beter blijkt uit rapport patiëntenfederatie

ME/CVS is een ernstige chronische ziekte en de medische zorg en de begeleiding en beoordeling bij arbeidsongeschiktheid moeten veel beter. Dat is de belangrijkste conclusie die getrokken kan worden uit het rapport “Ervaringen met ME/CVS”. Het onderzoek hiervoor is uitgevoerd door Patiëntenfederatie Nederland in samenwerking met de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, de ME/cvs Vereniging en de ME/CVS Stichting. Een nieuwe richtlijn ME/CVS moet gaan helpen bij het doorvoeren van die verbeteringen.

Dit onderzoek is tot nu toe verreweg het grootste onderzoek onder ME/CVS patiënten in Nederland: 1.531 mensen met de diagnose ME, CVS of ME/CVS deden mee. De deelnemers hadden vaak op relatief jonge leeftijd ME/CVS gekregen, meer dan de helft was jonger dan 31 jaar en bijna een derde jonger dan 21 jaar. Vaak duurt het jaren voordat de diagnose ME/CVS wordt gesteld. Bij de meesten is de ziekte ten opzichte van het begin verslechterd. Van degenen die voor hun ziekte werkten, werkten de meesten door ME/CVS daarna minder of helemaal niet meer. Ook de invloed op school en studie is groot.

Er is nog geen behandeling die de ziekte kan genezen. De nieuwe richtlijn ME/CVS moet in plaats komen van de richtlijn CVS uit 2013. Daarin worden cognitieve gedragstherapie (CGT) en graded exercise therapie (GET) als enige behandelingen geadviseerd. De deelnemers gaven deze behandelingen een zeer lage waardering: een 3,6 (CGT) en een 2,6 (GET) op een schaal van 1 tot 10.

Lees hier het rapport ‘Ervaringen met ME/CVS’

Een paar punten uit het rapport:

  • De deelnemers hadden vaak op relatief jonge leeftijd ME/CVS gekregen,
  • Van degenen die voor hun ziekte werkten, werkte na de diagnose 17% minder en 72% helemaal niet meer.
  • Hoe jonger de leeftijd waarop deelnemers ME/CVS klachten kregen, hoe langer het duurde voordat de ziekte officieel werd vastgesteld, hoe groter de mate van ernst van ME/CVS en hoe vaker de ziekte verslechterde, vergeleken met het begin van de klachten.
  • CGT en GET werd laag gewaardeerd
  • Bijna driekwart van de deelnemers die bij een bedrijfsarts waren geweest hadden de ervaring dat deze niet volledig rekening hield met hun mogelijkheden om te functioneren.
  • Ervaringen met verzekeringsartsen van het UWV waren vergelijkbaar. Deze werden gemiddeld met een 4,3 gewaardeerd
  • Verbetering van de zorg bleef jaren uit
  • Het recente onderzoek zal een rol spelen als bron van kennis voor de richtlijn ME/CVS.

Het originele artikel is geplaatst op de website van de Nederlandse patiëntenfederatie

22 voorstellen voor rechtvaardige behandeling door UWV

De organisaties van patiënten met Long Covid, chronische Lyme, Q-koorts en ME/cvs hebben per brief 22 voorstellen aangeboden aan minister van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De voorstellen moeten een eind maken aan de negatieve ervaringen van patiënten bij hun contacten met het UWV.

Met deze voorstellen dragen de patiëntenorganisaties bij aan de uitvoering van de motie Van Kent van 12 april 2022. Daarin verzoekt de Tweede Kamer de regering om een protocol te maken, zodat het UWV ziektes zoals Long Covid, chronische Lyme, Q-koorts en ME/cvs erkent en serieus neemt bij keuringen in het kader van de Ziektewet en de WIA. In de motie vraagt de Tweede Kamer om dit protocol vooral samen met betrokken partijen, zoals de patiëntenorganisaties, op te stellen.

Op dit moment voelen de betreffende patiënten zich bij het UWV vaak overgeleverd aan willekeurige visies en vooroordelen. Hun beperkingen worden te vaak onderschat. De gevolgen zijn ingrijpend: inkomensachteruitgang, verlies van werk en van kwaliteit van leven en grote onzekerheid

De organisaties hebben minister Van Gennip gevraagd om een gesprek over hun voorstellen.

Initiatiefnemers van de 22 voorstellen zijn:
Steungroep ME en arbeidsongeschiktheid
Long Covid Nederland
Lymevereniging
Q-uestion

De voorstellen zijn medeondertekend door:
Lymefonds
ME/cvs Vereniging
Stichting tekenbeetziekten
ME/CVS stichting


Bijlagen:
Aanbiedingsbrief minister van Gennip
22 voorstellen protocol motie Van Kent



Richtlijn: Uitzicht op nieuwe Nederlandse Richtlijn

Het Zorginstituut had in december 2020 aan de betrokken partijen (organisaties van zorgverleners en patiëntenorganisaties) gevraagd of zij de nieuwe richtlijn ME/CFS van het Engelse NICE, die in concept was gepubliceerd, geheel of gedeeltelijk over wilden nemen. Daarover is geen overeenstemming bereikt. De betrokken partijen zijn het eind september wel eens geworden om gezamenlijk een nieuwe Nederlandse richtlijn voor ME/CVS te ontwikkelen.

NICE breekt met GET en CGT als behandeling voor ME/CVS

De NICE-richtlijn, die op 29 oktober definitief is vastgesteld, breekt met graded exercise therapie (GET, stapsgewijs opvoeren van lichamelijke activiteit) en stelt dat cognitieve gedragstherapie (CGT) alleen aangeboden mag worden ter ondersteuning bij het omgaan met de ziekte. De therapie mag niet gebaseerd zijn op het uitgangspunt dat ME/CVS wordt veroorzaakt door verkeerde gedachten of gedrag. In de oude CBO-richtlijn CVS worden CGT en GET juist wel aanbevolen als behandeling voor ME/CVS. Het bewijs voor deze behandelingen is volgens NICE echter van lage tot zeer lage kwaliteit. Bovendien maakt onderzoek onder patiënten duidelijk dat CGT en GET vaak niet helpen en tot (ernstige) achteruitgang kunnen leiden.

Doel vastgesteld

Het doel van een nieuwe Nederlandse richtlijn ME/CVS is verbetering van de diagnostiek van ME/CVS en van de zorg, de sociaal-medische begeleiding (bijvoorbeeld door bedrijfsartsen), de sociaal-medische beoordeling (zoals keuringen door UWV-artsen) en het verhogen van de kwaliteit van leven van volwassenen met ME/CVS. Bij het maken van de richtlijn zal niet bij nul begonnen worden. Als bron wordt gebruik gemaakt van de NICE-richtlijn ME/CVS, die op 29 oktober is gepubliceerd, en van het voorwerk van NICE daarvoor (zoals overzichten van wetenschappelijke resultaten). Daarnaast wordt ook de oude CBO-richtlijn CVS bij het proces betrokken.

De nodige kennis zal geput worden uit wetenschappelijk bewijs, ervaring en kennis van zorgverleners en ervaring en kennis van ME/CVS-patiënten.

Financiering en organisatie nog niet rond

Het Zorginstituut had de betrokken partijen gevraagd om voor 1 oktober 2021 tot overeenstemming en resultaat te komen. Op 1 oktober lag er geen nieuwe Nederlandse richtlijn. Ook is een aantal randvoorwaarden om een nieuwe richtlijn te maken, zoals financiering en organisatie, nog niet geregeld. Wel is er overeenstemming over het ontwikkelen van een nieuwe richtlijn en is duidelijk geworden welke organisaties daaraan deel zullen nemen.*

Nieuwe Richtlijn in maart 2023 verwacht

De vertegenwoordigers van deze organisaties hebben in een brief aan de Raad van Bestuur van het Zorginstituut geschreven dat er hard aan gewerkt wordt om de noodzakelijke randvoorwaarden te realiseren om daadwerkelijk van start te kunnen gaan. De organisaties verwachten dat daarna de nieuwe richtlijn uiterlijk 1 maart 2023 klaar zal zijn.

ME/CVS-patiënten wachten al veel te lang

Wij vinden dat de mensen met ME/CVS in Nederland al veel te lang moeten wachten op betere medische zorg. Maar een richtlijn maken kost nu eenmaal veel tijd en kan niet zonder de actieve medewerking van verschillende partijen. Als patiëntvertegenwoordigers hebben wij ons tot nu toe optimaal ingezet en dat blijven we doen. Wij hebben goede hoop dat we nu samen met zorgverleners kunnen gaan werken aan een nieuwe Nederlandse richtlijn ME/CVS voor betere zorg en dat het verschijnen van de nieuwe NICE-richtlijn daarbij een stimulans zal zijn.

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid
ME/CVS Stichting Nederland
ME/cvs Vereniging

*Dit zijn de, behalve de drie genoemde organisaties van ME/CVS-patiënten, de Patiëntenfederatie Nederland, de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging van Verzekeringsgeneeskunde (NVVG), de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën (VGCt), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

De nieuwe richtlijn ME/CFS van NICE is hier te vinden: https://www.nice.org.uk/guidance/NG206 (Engels)

Minister slaat plank mis in brief aan Tweede Kamer

Minister slaat de plank mis in brief aan Tweede Kamer

Dit is aan de orde op de procedurevergadering van de Commissie VWS op woensdag 9 september. De vergadering vindt plaats van 10.15-12.00 uur en punt 32 op de agenda is het Verslag van een schriftelijk overleg over de uitvoering van de motie van het lid

Raemakers c.s. over onderzoek naar de toegevoegde waarde van een expertise- en voorlichtingscentrum voor ME/cvs (Kamerstuk 34170-17). Een video-livestream zal dan via deze link te vinden zijn (of in de app Debat Direct of Debat Gemist)

Huidige zorg is gebaseerd op achterhaalde richtlijnen

De minister schrijft dat de diagnostiek en therapie in de medisch specialistische zorg in de universitaire medische centra (UMC’s) gebaseerd is op de richtlijn CVS uit 2013 en de richtlijn somatisch onverklaarde lichamelijke klachten (SOLK) bij kinderen. Maar dat is nu juist het probleem. De richtlijn CVS is achterhaald, is door geen enkele patiëntenorganisatie onderschreven en sluit niet aan bij het advies van de Gezondheidsraad. Als behandeling wordt daarin uitsluitend een vorm van gedragstherapie (CGT) en bewegingstherapie (GET) aanbevolen.

En de richtlijn SOLK bij kinderen is, wat betreft kinderen met ME/cvs, volledig gebaseerd op de richtlijn CVS. Dit ondanks het feit dat bekend is dat CGT en GET in de praktijk bij een groot deel van de patiënten geen positief effect hebben, en bij een deel van hen zelfs tot ernstige en langdurige, soms blijvende verslechtering leiden. In de praktijk kunnen ME/cvs-patiënten voor de uitgebreide diagnostiek en de symptoomgerichte behandeling die de Gezondheidsraad adviseert nog steeds bij geen enkel UMC terecht.

Zorginstituut moet herziening richtlijn vlot trekken

De minister schrijft dat de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en het Nederlands Huisartsengenootschap positieve intenties hebben om de richtlijn CVS te herzien. Dat dachten wij eerst ook. Tot nu toe heeft echter geen van deze organisaties het voortouw willen nemen bij de actualisering van de oude richtlijn.

Daarom hebben de drie patiëntenorganisaties in juli aan het Zorginstituut gevraagd om de herziening van de richtlijn CVS (dus een nieuwe richtlijn ME/CVS) op te nemen in de meerjarenagenda voor Daarna heeft ook het ministerie van VWS dit gevraagd. Dat zóu de zaak vlot kunnen trekken. Het wachten is nu op een besluit van het Zorginstituut en op de nodige inzet van de verenigingen van medisch specialisten.

Inhaalslag biomedisch onderzoek

De minister heeft in zijn brief, op gezag van de NFU, geen goed beeld gegeven van de stand van zaken bij de UMC’s.

De Gezondheidsraad heeft vastgesteld dat Nederland dringend een inhaalslag moet maken om met wetenschappelijk onderzoek te komen tot robuuste kennis over diagnostiek, ontstaan en behandeling van ME/cvs. Dat onderzoek is er nog niet. In het kader van ZonMW werkt een stuurgroep op dit moment aan een biomedische onderzoeksagenda.

De minister schrijft aan de Kamer dat onderzoek en innovatie op het gebied van ME/cvs is geconcentreerd bij de UMC’s in Groningen, Amsterdam, Utrecht en Nijmegen. Maar uit een
meegestuurd lijstje van Nederlandse publicaties blijkt dat het meeste onderzoek daar gericht is op gedragstherapie en somatisch onverklaarde lichamelijke klachten (SOLK) of
functionele stoornissen en dat er zeer weinig specifiek biomedisch onderzoek naar ME/cvs wordt gedaan.

De minister schrijft dat de vier genoemde UMC’s zijn aangesloten bij internationale kennisnetwerken en dat de internationale samenwerking vooral vanuit deze UMC’s zal plaatsvinden. Maar, op een enkele uitzondering na, is er tot nu toe in de praktijk helemaal
geen internationale samenwerking vanuit Nederlandse UMC’s met vooraanstaande buitenlandse biomedische ME/cvs-onderzoekers en zelfs geen deelname aan internationale wetenschappelijke ME/cvs-congressen en -organisaties. Ook zijn 3 van de 4 genoemde UMC’s niet vertegenwoordigd in de stuurgroep van ZonMW bij het opstellen van een biomedische onderzoeksagenda.

Expertisecentrum voor onderzoek en zorg nodig

Er is nog geen eenduidige diagnostische richtlijn ontwikkeld, zoals de Gezondheidsraad heeft geadviseerd. Voor het Nederlandse biomedische onderzoeksprogramma zal een patiëntencohort gevormd en een onderzoeksinfrastructuur tot stand gebracht moeten worden. Voor de broodnodige verbetering van de patiëntenzorg is het nodig om de in Nederland en buitenland beschikbare actuele kennis en ervaringen te verzamelen en te
verspreiden. Dit zijn allemaal zaken waar centrale coördinatie voor nodig is. Daarom is een centraal expertisecentrum noodzakelijk.

De Tweede Kamer had in de motie Raemakers gevraagd om de NFU te vragen om onderzoek te laten doen naar de meerwaarde voor ME/CVS-patiënten van zo’n centrum. De NFU heeft patiënten niet bij dat onderzoek betrokken. In zijn brief van 29 juni komt de
minister niet met een heldere conclusie. Wel deed hij op 2 juli aan de Tweede Kamer de toezegging dat hij er bij ZonMW op zal aandringen om bij de ontwikkeling van een onderzoeksagenda toe te werken naar de vorming van een expertisenetwerk, waarin
zorgverleners wetenschappers en patiënten samenwerken. Het wachten is nu nog wel op concrete stappen.

Nog geen herbeoordelingen door UWV

Ook wat betreft de toezeggingen over mogelijke herbeoordelingen door het UWV is de minister voorbarig met zijn optimisme. Er heeft inderdaad overleg plaatsgevonden van het UWV met de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, die daarbij ook namens de twee andere patiëntenorganisaties optrad.

Maar alle stappen die herbeoordeling mogelijk moeten maken zijn nog niet gezet en er is nog niet begonnen met het informeren van patiënten, ook al schrijft de minister dat hij verwacht dit traject voor 1 september 2020 is afgerond. Ook op dit punt is het dus nog wachten op de concrete uitvoering en resultaten.

Wij zullen op al deze punten de vinger aan de pols houden.

Adviesrapport gezondheidsraad

Zorg beter voor ME

ME/cvs* is een ernstige chronische ziekte, die het functioneren en de kwaliteit van leven substantieel beperkt. Dat concludeert de Gezondheidsraad in zijn nieuwe advies. ME wordt veroorzaakt door biomedische processen, waar nog veel onderzoek naar nodig is.

Uit recent onderzoek** blijkt dat de levenskwaliteit van ME-patiënten slechter is dan bij vele andere ernstige ziektes. In de ‘lichtere’ gevallen kunnen patiënten niet meer volledig meedoen op school of werk en in het sociale leven. Zij zijn gedeeltelijk afhankelijk van verzorging door anderen. In de zwaarste gevallen zijn ME-patiënten volledig bedlegerig, afgeschermd van licht en geluid en bijna zonder sociaal contact. Sommige patiënten zijn zelfs aangewezen op kunstmatige voeding.

De zorg moet beter en wetenschappelijk onderzoek is hoognodig, aldus de Gezondheidsraad. Wij steunen de aanbevelingen in het advies. Wij dringen aan op een voortvarende uitvoering en roepen op tot onderstaande maatregelen.

Stimulering biomedisch onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek is dringend geboden om tot meer kennis over diagnostiek en behandeling van de ziekte te komen. De Gezondheidsraad adviseert om een langjarig onderzoeksprogramma op te zetten. Op het gebied van biomedisch onderzoek naar ME heeft Nederland een inhaalslag te maken. ZonMw heeft desgevraagd berekend dat hiervoor ten minste 2 miljoen euro per jaar nodig is gedurende een tienjarig programma. Wij vragen de minister dit budget beschikbaar te stellen.

Verouderde richtlijn herzien

De richtlijn CVS uit 2013, die ook bij ME wordt toegepast, is in het licht van het advies achterhaald. Deze richtlijn beveelt gedragstherapie (CGT) en bewegingstherapie (GET) aan als (enige) voorkeursbehandelingen. Op basis van het advies concluderen wij dat deze aanbevelingen, in navolging van de Amerikaanse CDC***, onmiddellijk ingetrokken moeten worden. Voor de onvermijdelijke verdere herziening van de richtlijn is geld nodig. Wij vragen de minister spoedige herziening te stimuleren.

Behandeling en zorg

De zorg voor patiënten kan en moet hier en nu beter, aldus de Gezondheidsraad. Een eerste vereiste is de scholing van zorgverleners, gebaseerd op de actuele stand van de wetenschap en de kennis en ervaringen van patiënten. Waarborg de zorg voor ME-patiënten in gespecialiseerde behandelcentra (al dan niet een UMC) verspreid over het land. De overheid dient hier voldoende middelen voor vrij te maken.

Sociaal-medische beoordeling

Veel ME-patiënten zijn door hun ziekte aangewezen op een uitkering of op voorzieningen en aanpassingen. Bedrijfsartsen, verzekeringsartsen en medisch adviseurs spelen een belangrijke rol bij de beoordeling van het toekennen daarvan. Daarbij horen zij volledig rekening te houden met de invaliderende gevolgen van de ziekte. Dat gaat nu te vaak niet goed. Wij vragen de overheid de betrokkenen aan te sporen hierin hun verantwoordelijkheid te nemen. Bij- en nascholing is ook voor deze beroepsgroepen noodzakelijk.

Tijd voor actie

Wij doen een beroep op alle verantwoordelijken om bovengenoemde verbeteringen op het gebied van onderzoek en zorg mogelijk te maken. Betrokkenheid van de patiëntenorganisaties, met al hun kennis en kunde, is daarbij onmisbaar. Wij zien uit naar een vruchtbare samenwerking met alle betrokkenen. Voor een betere toekomst voor ME-patiënten.

De patiëntenorganisaties op het gebied van ME en CVS:
ME/CVS Stichting Nederland, Theo Kuiphof, voorzitter
ME/cvs Vereniging, Yvonne van der Ploeg
Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, Catrinus Egas, voorzitter

Lees hier het rapport van de Gezondheidsraad, of de samenvatting daarvan.

* ME (Myalgische Encefalomyelitis) wordt ook chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) genoemd. Veel ME-patiënten krijgen de diagnose CVS. De patiëntenorganisaties en internationaal vooraanstaande medici willen van de naam CVS af omdat deze leidt tot een verkeerd beeld en vooroordelen.

** Falk Hvidberg M, Brinth LS, Olesen AV, Petersen KD, Ehlers L (2015) The Health-Related Quality of Life for Patients with Myalgic Encephalomyelitis / Chronic Fatigue Syndrome (ME/CFS). PLoS ONE 10(7):e0132421. doi:10.1317 /journal.pone.0132421.

*** CDC: Centers for Disease Control and Prevention, de overheidsorganisatie voor ziektebestrijding, preventie en gezondheidsvoorlichting in de Verenigde Staten.