Tag Archief van: zorg

Woorden die je als zorgverlener niet moet gebruiken

13 februari 2025

Woorden zijn belangrijk: Wat je niet moet zeggen tegen patiënten met Long Covid, ME/cvs en andere complexe chronische ziektes.

Mensen met Long Covid, ME/cvs en andere complexe chronische aandoeningen melden consequent dat ze moeite hebben om effectieve en betrokken medische zorg te krijgen en dat ze door professionals in de gezondheidszorg niet geloofd, veroordeeld, beschimpt en zelfs afgewezen worden.

Wij geloven dat deze vijandige interacties en taal vaker voorkomen wanneer zorgverleners te maken hebben met complexe chronische aandoeningen zonder de juiste opleiding, diagnostische biomarkers of door de FDA goedgekeurde therapieën.

Deze problematische gesprekken tussen behandelaars en patiënten gaan vaak over specifieke woorden en zinnen – de zogenaamde “nooit-woorden” – die patiënten in ernstige emotionele moeilijkheden kunnen brengen en een negatieve invloed kunnen hebben op de arts-patiënt relatie en het herstel.

Om deze destructieve interacties te voorkomen, beoordelen we de belangrijkste literatuur over de beste werkwijzen voor moeilijke klinische gesprekken en bespreken we de toepassing van deze werkwijzen voor mensen met Long Covid, ME/cvs, dysautonomie en andere complexe chronische aandoeningen.

We geven aanbevelingen voor alternatieve, favoriete bewoordingen voor de nooit-woorden, die de therapeutische relatie en de zorg voor patiënten met een chronische ziekte kunnen verbeteren door middel van meelevend, bemoedigend en niet-oordelend taalgebruik.

Bekijk hier de tabel met “nooit-woorden”

1. Inleiding over woorden

Klinische zorg en communicatie rondom complexe chronische aandoeningen, zoals Long Covid, ME/cvs, dysautonomie en andere aandoeningen waarbij chronische vermoeidheid en chronische pijn een rol spelen, is een uitdagende taak.

Dit wordt beïnvloed door een gebrek aan medische training, controverse, geïnternaliseerde vooroordelen en stigmatisering.

Hoewel er sterke aanwijzingen zijn voor een abnormaal ziektebeeld dat ten grondslag ligt aan deze aandoeningen [ 1 ], blijven biopsychosociale en psychologische verklaring van de oorzaak van invloed op de manier waarop medische professionals omgaan met en communiceren met patiënten die lijden aan deze aandoeningen: paternalistische relaties en het ten onrechte toeschrijven van lichamelijke aandoeningen aan verstoringen van de geest en psyche behoren tot de belangrijkste barrières voor een effectieve therapeutische relatie en behandeling van patiënten met deze aandoeningen. [2,3].

Zowel Long Covid als ME/cvs zijn complexe aandoeningen, waarbij Long Covid een relatief nieuwe diagnostische vorm is en ME/cvs, ondanks haar langere geschiedenis, nog steeds niet onderwezen wordt in medische opleidingen.

Dit maakt beide aandoeningen kwetsbaar voor stigmatisering en bagatellisering [2,3,4]. Beide aandoeningen zijn gekarakteriseerd als complex, multisystemisch en uitgebreid gepsychologiseerd.

Patiënten worden geconfronteerd met ondermaatse medische zorg, ongeloof en stigma [3]. Dit benadrukt een structurele barrière die uniek is voor ME/cvs, Long Covid en andere complexe chronische ziekten die onderbelicht blijven.

Beperkte onderzoeksfinanciering en een gebrek aan voorlichting en medische scholing dragen er in belangrijke mate toe bij dat deze aandoeningen worden bestempeld als “onzichtbare ziekten” [4].

De multisystemische aard en complexiteit van deze aandoeningen kan ertoe leiden dat patiënten en hun zorgverleners lijnrecht tegenover elkaar staan wat betreft hun perspectieven op deze aandoeningen.

Zorgverleners beweren één versie van de werkelijkheid (“u ziet er niet ziek uit”; “uw testen zijn normaal”), en patiënten zijn gefrustreerd over hun ervaring (diepe uitputting en onvermogen om fysieke en cognitieve taken uit te voeren) die niet wordt geloofd en de juiste medische zorg wordt geweigerd, waarbij deze interacties worden omschreven als “gaslighting” [5].

Wij geloven dat deze vijandige relaties en taalgebruik vaker voorkomen wanneer zorgverleners te maken hebben met complexe chronische ziekten zonder de juiste scholing, diagnostische biomarkers of door de FDA goedgekeurde therapieën.

De problematische gesprekken die plaatsvinden tussen zorgverleners en patiënten hebben vaak te maken met specifieke woorden en zinnen – de zogenaamde “nooit-woorden [6]” – die patiënten van streek kunnen maken, boos kunnen maken of een gevoel van onbehagen kunnen geven. – waardoor patiënten zich overstuur, boos, angstig, verward en gedemoraliseerd kunnen voelen.

Situaties waarin patiënten de schuld krijgen van hun eigen ziekte (bijv. “je voelt je ziek omdat je niet in vorm bent”) of waarin hen wordt verteld dat ze positief moeten denken (bijv. “je moet ophouden zoveel aan je symptomen te denken”) wanneer ze aanzienlijke postacute infectieuze cardiovasculaire, pulmonale, neurologische en immunologische complicaties hebben, of als deze zich voordoen in de samenhang van een systemische ziekte, veroorzaken aanzienlijk ongemak en wantrouwen bij patiënten en ondermijnen de therapeutische relaties, de behandeling en de kansen op verbetering of herstel.

Om deze destructieve klinische interacties te voorkomen, bespreken we de belangrijkste literatuur over de beste werkwijzen voor moeilijke gesprekken en vervolgens de toepassing van deze werkwijzen voor mensen met Long COVID, ME/cvs, dysautonomie en andere complexe, chronische en invaliderende aandoeningen.

We zullen aanbevelingen doen voor alternatieve, betere bewoordingen dan de nooit-woorden, die de therapeutische relatie en de zorg voor patiënten met een chronische ziekte kunnen verbeteren door middel van meelevend, bemoedigend en niet-oordelend taalgebruik.

2. Wat zijn Long Covid, ME/cvs en dysautonomie?

Long Covid, ME/cvs en dysautonomie zijn complexe chronische aandoeningen die vaak gepaard gaan met uitdagende gesprekken en interacties tussen patiënten en zorgverleners. Inzicht in deze aandoeningen is essentieel om de moeilijkheden te begrijpen die zich in deze gesprekken kunnen voordoen.

Volgens de definitie van de National Academy of Sciences, Engineering and Medicine wordt Long Covid gedefinieerd als “een met een infectie geassocieerde chronische aandoening die optreedt na een SARS-CoV-2 infectie en die gedurende minstens 3 maanden aanwezig is als een continue, terugkerende en remitterende of progressieve ziektetoestand die een of meer orgaansystemen aantast [3]”.

Het kan volgen op asymptomatische, milde of ernstige SARS-CoV-2 infectie [3].

De aandoening kan variëren van mild tot ernstig, met klachten zoals vermoeidheid, inspanningsintolerantie, malaise na inspanning, cognitieve stoornissen (vaak “brain fog” genoemd), uiteenlopende chronische pijn, slaapstoornissen, autonome disfunctie, waaronder POTS, migraine, gastro-intestinale symptomen en vele andere.

De symptomen kunnen continu optreden vanaf het moment van infectie of weken of maanden vertraagd optreden na een ogenschijnlijk volledig herstel van de acute fase van de infectie [3].

Invaliditeit als gevolg van Long Covid kan leiden tot ernstige functionele beperkingen in zelfzorg, maar ook in gezins-, sociale, school- en beroepstaken.

Vijftig procent van de patiënten met Long Covid komt in aanmerking voor de diagnose ME/cvs [7], wat op vergelijkbare wijze resulteert in veel van dezelfde thema’s, vooroordelen en controverses die ME/cvs van oudsher kenmerken.

In tegenstelling tot Long Covid, bestaat ME/cvs al heel lang en wordt het geteisterd door controverse, politisering en mishandeling van patiënten.

In een rapport gepubliceerd door de National Academy of Medicine (voorheen het Institute of Medicine) in 2015, werden de diagnostische criteria voor ME/cvs bij volwassenen en kinderen gedefinieerd.

Drie vereiste symptomen en ten minste één van de twee bijkomende symptomen moesten aanwezig zijn voor de diagnose ME/cvs, waaronder een substantiële vermindering of beperking van het vermogen om deel te nemen aan activiteitenniveaus van voor de ziekte (beroepsmatig, educatief, sociaal of persoonlijk leven) die langer dan 6 maanden duurt en gepaard gaat met ernstige vermoeidheid, die niet verlicht wordt door rust.

Er moet sprake zijn van post-exertionele malaise (PEM) en niet-verwkikkende slaap  [2,8]. Ook cognitieve stoornissen of orthostatische intolerantie zijn vereist voor de diagnose [2].

Dysautonomie is een overkoepelende term die verwijst naar elke verstoring of disfunctie van het autonome zenuwstelsel en is een belangrijk mechanisme van Long Covid en ME/cvs.

Autonome stoornissen, zoals het posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom (POTS), neurocardiogene syncope en orthostatische hypotensie, kunnen volgen op SARS-CoV-2 en andere infecties en zijn vaak voorkomende comorbiditeiten van ME/cvs, auto-immuun- en ontstekingsaandoeningen en hypermobiliteitsstoornissen  [9,10,11].

Andere complexe chronische aandoeningen die in het verleden slecht begrepen of verwaarloosd zijn door de medische gemeenschap zijn onder andere fibromyalgie, chronische pijnsyndromen, ongedifferentieerde bindweefselaandoeningen, mestcelactiveringssyndroom, hypermobiliteitsaandoeningen, auto-immuunaandoeningen die niet passen in de huidige geaccepteerde diagnostische labels (syndroom van Sjogren, antifosfolipidensyndroom en andere), en genetische aandoeningen, waaronder mitochondriale aandoeningen, die tot op heden niet gedefinieerd zijn.

Zorgprofessionals zijn vaak niet bekend met de herkenning, diagnose en behandeling van deze aandoeningen [2,3,4,5,9]. Onlangs is financiering verstrekt voor Long Covid-opleiding voor zorgprofessionals om het bewustzijn en de kennis onder artsen en andere zorgverleners te vergroten [12].

3. Communicatieve vaardigheden in de gezondheidszorg bij ernstige ziekten

Effectieve communicatie tussen zorgverleners en patiënten is essentieel voor het leveren van kwaliteitszorg – de kwaliteit van de relatie tussen de patiënt en de arts is sterk bepalend voor de positieve resultaten van de patiëntenzorg [13,14,15].

Het kan echter een uitdaging zijn om dit voorop te stellen in de drukke dagelijkse gezondheidszorg, vooral als je zorg verleent aan patiënten met complexe chronische aandoeningen.

Patiënten die geconfronteerd worden met moeilijke medische situaties, zoals levensveranderende chronische medische aandoeningen, voelen zich vooral bang, kwetsbaar en hebben geen controle meer, wat deze interacties nog intenser en emotioneler maakt.

In deze emotioneel geladen situaties kunnen zorgverleners zich gedesillusioneerd voelen en terugvallen op een meer autoritaire taalgebruik en communicatiestijl, waardoor patiënten zich buitengesloten en niet gehoord voelen, wat angst en wantrouwen oproept.

Het resultaat is dat de communicatie hapert en er barrières ontstaan in de patiëntenzorg.

Gelukkig biedt de literatuur over communicatie bij kanker, ernstige ziekten en zorg rond het levenseinde richtlijnen die uitgebreid kunnen worden naar de communicatie tussen behandelaar en patiënt bij andere ernstige, complexe ziekten.

Helaas is er weinig training of begeleiding over hoe deze communicatievaardigheden aan te passen aan communicatie over chronische, invaliderende en levensveranderende chronische medische aandoeningen zoals neurologische en auto-immuunziekten.

Er zijn verschillende goed gevalideerde modellen voor effectieve communicatiegesprekken tussen behandelaar en patiënt bij ernstige ziekten.

Het Critical Care Communication (C3)-project [16] past het veelgebruikte VitalTalk-vaardighedenpakket [17,18], toe, een uitgebreid onderzocht programma [19] met vier kernvaardigheden (“ Vraag- Vertel- Vraag”, gevoelens herkennen/reageren, toestemming vragen om het gesprek verder te brengen, en nieuwsgierigheid uitdrukken “vertel me meer”) [17].

C3 richt zich op het geven van slecht nieuws, het bereiken van gedeelde behandeldoelen en het verkennen van de beperkingen van levensverlengende zorg.

CLEAR gesprekken (Connect, Listen, Empathize, Align, Respect) [20] is opgenomen in een app om de overdracht van gebundelde gesimuleerde communicatietraining (rollenspel simulaties met acteurs) en gestructureerde feedback naar echte Intensive Care Unit familiebijeenkomsten te vergemakkelijken – de app is gemaakt om behandelaars te helpen vaardigheden toe te passen in deze stressvolle omgeving.

Het REDE-model (Relationship, Establishment, Development, Engagement) [21] is breder gericht op de algemene gezondheidszorg, niet alleen op ernstige medische ziekten, en maakt gebruik van geleide oefeningen en coaching voor communicatie in de REDE-fasen.

Tot slot richt de SICG (Serious Illness Conversation Guide) [22,23] zich op gesprekken over het levenseinde die peilen naar het begrip van patiënten, informatievoorkeuren, doelen, angsten/ zorgen en belangrijke functies/functies naast andere belangrijke aspecten met betrekking tot het plannen van het levenseinde met oncologische patiënten.

Gemeenschappelijk in deze communicatietrainingsprogramma’s is (a) het opbouwen van een relatie (door vragen te stellen, te luisteren, empathie over te brengen), (b) het eerst kort delen van informatie, met een hoofdlijn, (c) vragen om het perspectief en de waarden van de patiënt te verzamelen, en (d) samenwerking voor zorgplanning.

Belangrijk is dat de meeste van deze programma’s worden aangepast om de zorgen en kwesties te weerspiegelen die uniek zijn voor een bepaalde klinische focus, zoals Intensive Care (C3 en CLEAR), gesprekken rond het levenseinde en palliatieve gesprekken, evenals oncologie (SICG).

Dit is logisch omdat we communiceren over specifieke inhoud, bijvoorbeeld: “Als je zieker wordt, hoeveel ben je dan bereid om te ondergaan voor de mogelijkheid om meer tijd te winnen [22]?” of chirurgen die getraind zijn om verhalen te presenteren om de best- en worst-case scenario’s van een operatie te benadrukken [24].

Uit de literatuur blijkt duidelijk dat het opnemen van unieke aspecten van de gespecialiseerde zorgpraktijk kan helpen bij het toepassen van effectieve communicatievaardigheden in deze specifieke zorgcontexten.

4. Structurele barrières voor effectieve communicatie bij complexe chronische aandoeningen

Lee en collega’s [6] benadrukten dat de behandeling van een ernstige ziekte stressvol kan zijn voor zowel de behandelaar als de patiënt.

In het bijzonder merkten ze op dat de emotioneel geladen aard van deze gesprekken ervoor kan zorgen dat behandelaars hun toevlucht nemen tot zinnen en woorden die slecht zijn afgestemd op de omstandigheden van de patiënt op een moment dat de patiënt zich bijzonder kwetsbaar en gestrest voelt en aandachtig luistert naar elk woord.

Ze merkten op dat er ook structurele barrières zijn die effectieve communicatie in de weg kunnen staan, te beginnen met de machtsongelijkheid tussen behandelaar en patiënt.

Artsen hebben uitgebreide kennis en expertise, toch zijn patiënten experts op het gebied van hun eigen leven en waarden. Ze gaan de relatie aan terwijl ze zich kwetsbaar voelen – door hun ziekte – wat het voor hen moeilijker kan maken om hun gedachten te verwoorden en te ordenen, vooral in een interactie die beperkt is in de tijd.

Deze interacties vinden ook plaats in een zorgomgeving waar de tijd voor interactie tussen arts en patiënt beperkt is, en binnen ziekenhuizen, waar het onduidelijk kan zijn wie in het team de leiding moet nemen om ervoor te zorgen dat belangrijke gesprekken met een patiënt plaatsvinden.

In aanvulling hierop merken we op dat twintig tot vijftig procent van een aanzienlijke subgroep van patiënten in de eerstelijnsgezondheidszorg melding maakt van ervaringen met misbruik in de kindertijd [25,26] waardoor ze op volwassen leeftijd wantrouwig kunnen staan tegenover professionals in de gezondheidszorg, ook in zorgomgevingen [27].

Vaardigheden in het opbouwen van relaties, het onderzoeken van zorgen en het samenwerken aan zorg bieden een goede start om deze uitdagingen te overwinnen.

Het is vanwege deze noodzaak om communicatie aan te passen aan de unieke problemen met ernstige ziekten dat Lee en collega’s het belang van nooit-woorden identificeerden.

Op basis van dit model, en in overeenstemming met de eerder besproken literatuur, stellen wij voor dat de nooit-woorden voor patiënten moeten worden afgestemd op de unieke ervaring van patiënten met ME/cvs, Long COVID en/of andere chronische invaliderende aandoeningen.

Hoewel alle soorten ernstige ziekten angst en machteloosheid oproepen, worden deze emoties versterkt bij complexe chronische aandoeningen die breed gedefinieerd zijn, mechanistisch slecht begrepen worden en klinisch beschikbare diagnostische biomarkers en FDA-goedgekeurde therapieën missen.

Ten slotte is het, zelfs wanneer artsen en patiënten het eens zijn over een chronische complexe aandoening, vanwege de complexiteit en het chronisch karakter van deze ziekten, gemakkelijk voor zorgverleners om zich ontoereikend en ineffectief te voelen in hun professionele hoedanigheid vanwege een gebrek aan door de FDA goedgekeurde therapieën voor patiënten met Long Covid, ME/cvs en andere complexe chronische aandoeningen.

Deze gevoelens kunnen ertoe leiden dat artsen afkeurende zinnen gebruiken of de patiënt simpelweg vertellen dat hun aandoeningen niet behandelbaar zijn.

Degenen die deze communicatiebarrières aanpakken hebben ook vastgesteld dat nederigheid, dat wil zeggen specifiek erkennen wat je niet weet, vertrouwen opbouwt [4,28], en recent onderzoek naar wetenschapscommunicatie bevestigt dit ook [29].

Als gevolg hiervan breiden we het belangrijke werk van Lee et al. [6] uit door nooit-woorden te presenteren die zorgverleners moeten vermijden in de communicatie met patiënten met Long Covid, ME/cvs, dysautonomie en andere complexe chronische aandoeningen, door de waarschijnlijke impact ervan uit te leggen en alternatieven voor te stellen.

De eerste auteur heeft tientallen jaren ervaring als clinicus met patiëntenbetrokkenheid, hij heeft patiënten geleerd hoe te communiceren over onzichtbare ziekten en, meer recentelijk, hij heeft mensen met Long COVID geholpen om te communiceren en te pleiten met zorgverleners en werkgevers.

De tweede auteur heeft uitgebreide ervaring als arts gespecialiseerd in complexe chronische aandoeningen, waaronder Long Covid, dysautonomie en ME/cvs.

Gezien ons perspectief als professionals in de gezondheidszorg, is het belangrijk op te merken dat dit van invloed is op hoe we tegen dit onderwerp aankijken.

Dit zou kunnen leiden tot vooringenomenheid over nooit-woorden. Om deze reden hebben we feedback gevraagd van een belangenbehartiger van patiënten met betrekking tot de nooit-woorden en hebben we hun feedback in overweging genomen….

In Tabel 1 benoemen we de nooit-woorden, bespreken we hun impact en stellen we alternatieve bewoordingen voor, die de therapeutische relatie en patiëntenzorg kunnen verbeteren met medelevende, bemoedigende en niet-oordelende taal.

Klik hier voor Tabel 1. Nooit-woorden, hun impact en voorgestelde alternatieven.

We kozen ervoor om deze specifieke situaties op te nemen om er zeker van te zijn dat we de breedte van de soorten negatieve interacties die door patiënten worden gemeld, konden vastleggen [5,30,31,32].

Het bood ons ook de gelegenheid om zorgverleners te informeren over de verschillende gevolgen die deze uitspraken kunnen hebben.

Tot slot merken we op dat sommige nooit-woorden de rol benadrukken die gendervooroordelen kunnen spelen in deze uitdagende dialogen [5,30,33], wat niet verrassend is gezien het feit dat zowel Long Covid als ME/cvs vaker voorkomen bij vrouwen [2,3,34].

5. Conclusies

Communiceren met patiënten over complexe, chronische en invaliderende ziekten kan een ongemakkelijke, genuanceerde of zeer emotionele interactie zijn die maar weinig zorgverleners tijdens hun medische opleiding hebben geleerd.

Artsen kunnen terughoudend zijn bij het benaderen van de diagnostische en therapeutische behandeling van deze complexe chronische ziekten zonder de juiste training, diagnostische biomarkers of door de FDA goedgekeurde therapieën.

Patiënten gaan waarschijnlijk deze relaties aan nadat ze al meerdere obstakels hebben ondervonden bij het verkrijgen van effectieve en meelevende medische zorg, waaronder afwijzing, ontkenning, verkeerde diagnoses van psychiatrische stoornissen, persoonlijke vooroordelen en medische verwaarlozing [5].

Daarnaast hebben patiënten met Long Covid, ME/cvs en andere chronische aandoeningen aanzienlijke verliezen geleden als gevolg van deze aandoeningen, en deze verliezen hebben een negatieve impact op hen en hun families.

Om deze redenen zijn vaardigheden om relaties op te bouwen, zoals vragen stellen over hun ervaringen voordat ze bij u in behandeling gingen en empathie overbrengen, evenals het vermijden van nooit-woorden, allemaal belangrijk voor het ontwikkelen van een sterke therapeutische relatie.

Terwijl tussen zorgverlener en patiënt effectieve communicatie moet plaatsvinden volgens gevestigde structuren en processen voor communicatie over ernstige ziekten, moeten ook nooit-woorden worden vermeden die een speciale betekenis hebben binnen deze unieke zorgsituatie.

Deze nooit-woorden kunnen schadelijk zijn voor effectieve communicatie en dienen als belangrijke barrières voor effectieve klinische zorg en therapeutische relaties.

Bron: https://www.mdpi.com/1660-4601/22/2/275

Ook ME/cvs-patiënten hebben recht op goede medische zorg!

27 november 2024

Recht op goede medische zorg; de media hebben de afgelopen tijd veel aandacht besteed aan de start van de expertisecentra voor Long Covid bij drie universitaire medische centra per 1 november. Op korte termijn zal dit uitgebreid worden met vier anderen. ‘En wij dan?’ Zo zullen veel ME/cvs-patiënten denken en voelen. De post-COVID expertisecentra bouwen voort op kennis over ME/cvs, maar ME/cvs-patiënten kunnen er niet terecht.

Op 19 november publiceerde de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid dit artikel. Omdat wij er als ME/cvs Vereniging achter staan plaatsen wij het graag op onze website en informeren je. Want ook ME/cvs patiënten hebben recht op goede medische zorg.

Al in 2018 expertisecentrum voor ME/cvs geadviseerd

Er zijn veel overeenkomsten in het klachtenpatroon van ernstige Long Covid en ME/cvs. Ook ME/cvs ontstaat vaak na een infectie en bij beide ziektes zijn, naast verschillen, ook overeenkomstige biomedische afwijkingen gevonden. De Nederlandse Federatie van Universitaire medische centra (NFU) speelt een overkoepelende rol bij de centra voor Long Covid. Dezelfde NFU weigerde in 2018 om werk te maken van het advies van de Gezondheidsraad om bij enkele universitaire medische centra een polikliniek te openen voor de ernstige chronische multi-systeemaandoening ME/cvs. De Gezondheidsraad adviseerde ook om artsen te scholen over deze ziekte.

Onnodige schade

Als deze adviezen waren uitgevoerd zou veel onnodige schade voor ME/cvs-patiënten, én voor iedereen met Long Covid, voorkomen zijn. Nu liepen ook Long Covid-patiënten lange tijd tegen een muur van onbegrip aan, konden ze bijna nergens terecht voor passende medische zorg, werd hun verteld dat ze ziek bleven door verkeerde gedachten en gedrag en zijn ze blootgesteld aan therapieën die hen nog zieker maakten. De gezamenlijke ME/cvs-patiëntenorganisaties benadrukten in nog eens 2020 de noodzaak van een kenniscentrum en zorg- en onderzoeksnetwerk voor ME/cvs, want ook deze patiënten hebben recht op goede medische zorg, maar tevergeefs.

Hoop voor Long Covidpatiënten 

De expertisecentra zullen nog niet alle Long Covid-patiënten toelaten. Maar Long Covidpatiënten kunnen nu wel wat meer hoop hebben, en dat werd tijd. De centra kunnen nog geen genezende behandeling bieden, maar ze vormen wel het begin van betere zorg voor deze groep. De klachten zullen daar goed in kaart gebracht worden. Medisch onderzoek en behandelingen worden daarop afgestemd. De behandeling van de klachten wordt gebaseerd op actuele wetenschappelijke kennis en op praktijkervaring, ook van patiënten. En de zorgverzekeraars vergoeden de behandeling. Dat alles is precies waar ME/cvs-patiënten in Nederland al heel lang behoefte aan hebben! Toch is besloten dat zij niet terecht kunnen bij zo’n expertisecentrum, ook niet in de toekomst. 

Recht op goede medische zorg

Long Covid bestaat ongeveer 4 jaar, ME/cvs is al vele tientallen jaren bekend. Wat de post-COVID expertisecentra te bieden hebben is voor een belangrijk deel gebaseerd op de kennis en ervaringsdeskundigheid die bij ME/cvs-patiënten is opgebouwd. De centra staan dus op de schouders van ME/cvs-patiënten, miljoenen wereldwijd, tienduizenden in Nederland. Maar dit zijn niet de sterkste schouders. ME/cvs-patiënten lijden al vele (soms tientallen) jaren onder de invaliderende ziekte. Een aantal van hen kon niet verder leven door gebrek aan perspectief. 

Ook ME/CVS-patiënten hebben recht op goede zorg, niet later, maar nu!

Oorspronkelijk artikel: https://www.steungroep.nl/nieuws/alle-berichten/nieuwsberichten-over-me-cvs-en-medische-zorg/19-november-2024-ook-me-cvs-pati%C3%ABnten-hebben-recht-op-goede-medische-zorg

Schokkende aanklacht tegen Europees ME/cvs beleid

De European ME Alliance (EMEA) publiceert vandaag de bevindingen van een uitgebreide enquête dat licht werpt op de schrijnende toestand van Myalgische Encefalomyelitis (ME, in sommige landen ook wel ME/cvs genoemd) patiënten in heel Europa.

Een kort citaat uit het rapport: “Onwetendheid, apathie en een gebrek aan onderzoek naar myalgische encefalomyelitis in Europa mogen niet voortduren. Als er nu niet daadkrachtig wordt opgetreden, zal dit onnodig lijden en verwaarlozing van mensen met ME/cvs bestendigen…”

Het onderzoek, uitgevoerd onder meer dan 11.000 mensen met ME/cvs in Europa, vormt een scherpe aanklacht tegen het Europese en nationale beleid voor het negeren van het voortdurende en langdurige lijden van miljoenen patiënten en hun families die getroffen zijn door deze onvoldoende bestudeerde ziekte. Daarom roepen we overheden, zorgverleners, onderzoeksbureaus, beleidsmakers in de gezondheidszorg, ministers van gezondheidszorg, politici en Europese organisaties op om samen te werken met de EMEA en actie te ondernemen om tegemoet te komen aan de onvervulde behoeften van mensen met ME/cvs.

De resultaten van het onderzoek onderstrepen een zorgwekkend gebrek aan erkenning en ondersteuning voor mensen die worstelen met deze slopende ziekte en schetsen een grimmig beeld van de overweldigende uitdagingen waarmee mensen met ME/cvs in Europa worden geconfronteerd.

Uit de enquête blijkt dat gezondheidszorgsystemen hen in de steek laten: drie van de vier patiënten (74%) hebben het gevoel dat ze weinig of geen ondersteuning in de gezondheidszorg krijgen, terwijl slechts 1 op de 8 (12%) goede of zeer goede ondersteuning krijgt.

De belangrijkste bevindingen van de enquête onthullen het niveau van invaliditeit en de onvervulde behoeften onder ME/cvs-patiënten, en benadrukken de dringende noodzaak voor gezondheidszorgsystemen om ME/cvs te erkennen als een ernstige lichamelijke ziekte en de medische zorg, financiële steun en sociale diensten te verbeteren en een volledig gefinancierde langetermijnstrategie van biomedisch onderzoek naar deze ziekte na te streven.

Verder onthulde de enquête significante verschillen in toegang tot medische zorg en sociale ondersteuning in heel Europa, met verschillende benaderingen door nationale gezondheidsautoriteiten die het ziekteverloop en de ziekte-uitkomsten beïnvloeden.
Het falen van gezondheidszorgsystemen om adequaat in te spelen op de behoeften van ME/cvs-patiënten heeft ernstige gevolgen, zoals naar voren komt uit de onderzoeksresultaten.

Hoewel er geen objectieve diagnostische tests voor ME/cvs, geverifieerde biomarkers, curatieve medicijnen of behandelingen voor ME/cvs bestaan, is ondersteuning van de gezondheidszorg niettemin belangrijk voor het beheer van de symptomen en de verbetering van de functionele capaciteit, en dus het ziekteverloop. Vroege diagnose, activiteitenmanagement (pacing) en het vermijden van overbelasting (post exertionele malaise (PEM)) zijn essentieel om het risico op progressie naar ernstige ziekte te verminderen.

Uit het onderzoek bleek dat het binnen de energie-enveloppe houden van het activiteitenniveau – algemeen bekend als pacing – de meest gunstige strategie bleek om de aandoening onder controle te houden. Omgekeerd bleken op activiteiten gebaseerde therapieën de symptomen te verergeren, waarbij bijna de helft van de respondenten als gevolg daarvan een verslechterend ziekteverloop rapporteerde.

Het onderzoek weerlegt sterk het Biopsychosociale (BPS) model en bestempelt het als een mislukte en schadelijke benadering van ME/cvs. Therapieën waarbij de activiteit voortdurend werd verhoogd, bleken de symptomen te verergeren, wat het belang van pacing en het vermijden van overmatige inspanning benadrukte.

Er bestaan hardnekkige mythes over ME/cvs als een ziekte die geleidelijk ‘opbrandt’ en waarvan patiënten na verloop van tijd herstellen. Hoewel sommige patiënten na verloop van tijd inderdaad beter worden, gebeurt dat bij de meeste niet. De symptomen zijn ernstig en kunnen een leven lang aanhouden.

Doordat de ziekte in veel landen niet als een ernstige lichamelijke ziekte wordt erkend, krijgen patiënten geen tijdige diagnose en geen toegang tot adequate sociale voorzieningen en uitkeringen die nodig zijn om te kunnen overleven.
Uit het onderzoek blijkt dat lange vertragingen bij de diagnose vanaf het begin van de ziekte gebruikelijk zijn, gemiddeld 6,8 jaar in Europa, met grote verschillen tussen lande.

ME/cvs moet gezien worden als een chronische aandoening,  aangezien deze perceptie grote gevolgen heeft voor uitkeringen en andere verleende diensten.
Vroegtijdige diagnose, activiteitsmanagement (pacing) en het vermijden van overmatige inspanning zijn van cruciaal belang om de progressie naar een ernstige ziekte te helpen voorkomen.

Omdat prospectieve onderzoeken van hoge kwaliteit over typische ziekteverlopen ontbreken, kunnen grote patiëntenenquêtes zoals deze de beste beschikbare informatie opleveren.

De penibele situatie voor de meeste ME/cvs-patiënten in heel Europa is deels het gevolg van zowel onwetendheid als gebrek aan kennis bij gezondheidswerkers, maatschappelijk werkers en beleidsmakers. Toch wordt ME/cvs sinds 1969 door de Wereldgezondheidsorganisatie erkend als een ziekte van het zenuwstelsel.

Gebrek aan financiering van biomedisch onderzoek draagt bij aan het feit dat ME/cvs wordt gecategoriseerd als een ziekte met een hoge last en een te lage prioriteit, die dringend een speciale EU-strategie nodig heeft.

Europese regeringen moeten stappen ondernemen om bestaande expertisecentra voor ME/cvs te financieren en nieuwe te ontwikkelen om een gezamenlijke pan-Europese strategie uit te voeren van gecoördineerd, collaboratief translationeel biomedisch onderzoek in heel Europa, dat zich richt op het verkrijgen van een volledig begrip van de ziekte en de ontwikkeling van behandelingen om de ziekte te verzachten of te genezen.
De EMEA heeft al het voortouw genomen door samenwerkende Europese groepen op te richten voor onderzoekers, artsen, jonge onderzoekers en uiteraard patiënten. Door in heel Europa samen te werken, kunnen we de beste talenten van de beste instellingen die willen samenwerken, benutten.
Dit zal helpen bij het opbouwen van de capaciteit van onderzoeksmiddelen binnen Europa die nodig is om grote ontdekkingen over deze ziekte mogelijk te maken.
Belangrijker is dat het de voortzetting van onderzoek mogelijk maakt en de basis legt voor vooruitgang bij het opzetten van Europees fundamenteel onderzoek naar ME/cvs.
Nu moeten de Europese regeringen handelen.

EMEA dringt er ook op aan dat er een specialistische discipline voor ME wordt gecreëerd in alle Europese landen met ten minste één gespecialiseerd klinisch centrum, verbonden aan expertisecentra in elk land, samen met de ontwikkeling en implementatie van een gestandaardiseerd diagnostisch en behandelingsprotocol.

EMEA roept overheden op om een pan-Europees epidemiologisch onderzoek uit te voeren, gebruikmakend van de meest actuele diagnostische criteria, om de prevalentie en de kostenlast van ME in Europa te bepalen.
Zoals EMEA eerder heeft aangetoond in haar webinars ‘ME/cvs in Europa’ is het heel goed mogelijk voor alle Europese landen om SNOMED-criteria te implementeren om de juiste prevalentiecijfers vast te stellen.

EMEA dringt er bij beleidsmakers en belanghebbenden in de gezondheidszorg in heel Europa op aan om gehoor te geven aan de bevindingen van de Pan-Europese ME-Enquête van EMEA en dringend actie te ondernemen om het leven van ME-patiënten te verbeteren.

Terwijl we Wereldgezondheidsdag 2024 vieren, onder het motto ‘Mijn gezondheid, mijn recht‘, onderstreept dit allereerste pan-Europese onderzoek de dringende prioriteit voor gezondheidszorgsystemen om ME/cvs te erkennen als een ernstige lichamelijke ziekte en betere medische zorg, financiële ondersteuning en sociale diensten te bieden, evenals een volledig gefinancierde langetermijnstrategie van biomedisch onderzoek naar deze ziekte.

Onwetendheid, apathie en een gebrek aan onderzoek naar myalgische encefalomyelitis in Europa mogen niet voortduren. Als er nu niet daadkrachtig wordt opgetreden, zal dit onnodig lijden en verwaarlozing van mensen met ME/cvs bestendigen – een duidelijke schending van de mensenrechten voor deze burgers, die niet achter mogen blijven terwijl de wereld werkt aan het bereiken van Universele Gezondheidszorg om de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties in 2030 te bereiken.

© EMEA, 7 april 2024.
Vertaling ME-gids

Lees het volledige onderzoeksrapport, EMEA survey of ME/CFS patients in Europe: Same disease, different approaches and experiences [EMEA-enquête onder ME/cvs-patiënten in Europa: zelfde ziekte, verschillende benaderingen en ervaringen], inclusief landenprofielen over hoe de toegang tot medische zorg en sociale ondersteuning varieert in Europa, en hoe de verschillende benaderingen van de nationale gezondheidsautoriteiten het ziekteverloop en de ziekte-uitkomsten beïnvloeden, met ernstige gevolgen voor patiënten.

Zorg voor ME/CVS moet beter blijkt uit rapport patiëntenfederatie

ME/CVS is een ernstige chronische ziekte en de medische zorg en de begeleiding en beoordeling bij arbeidsongeschiktheid moeten veel beter. Dat is de belangrijkste conclusie die getrokken kan worden uit het rapport “Ervaringen met ME/CVS”. Het onderzoek hiervoor is uitgevoerd door Patiëntenfederatie Nederland in samenwerking met de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, de ME/cvs Vereniging en de ME/CVS Stichting. Een nieuwe richtlijn ME/CVS moet gaan helpen bij het doorvoeren van die verbeteringen.

Dit onderzoek is tot nu toe verreweg het grootste onderzoek onder ME/CVS patiënten in Nederland: 1.531 mensen met de diagnose ME, CVS of ME/CVS deden mee. De deelnemers hadden vaak op relatief jonge leeftijd ME/CVS gekregen, meer dan de helft was jonger dan 31 jaar en bijna een derde jonger dan 21 jaar. Vaak duurt het jaren voordat de diagnose ME/CVS wordt gesteld. Bij de meesten is de ziekte ten opzichte van het begin verslechterd. Van degenen die voor hun ziekte werkten, werkten de meesten door ME/CVS daarna minder of helemaal niet meer. Ook de invloed op school en studie is groot.

Er is nog geen behandeling die de ziekte kan genezen. De nieuwe richtlijn ME/CVS moet in plaats komen van de richtlijn CVS uit 2013. Daarin worden cognitieve gedragstherapie (CGT) en graded exercise therapie (GET) als enige behandelingen geadviseerd. De deelnemers gaven deze behandelingen een zeer lage waardering: een 3,6 (CGT) en een 2,6 (GET) op een schaal van 1 tot 10.

Lees hier het rapport ‘Ervaringen met ME/CVS’

Een paar punten uit het rapport:

  • De deelnemers hadden vaak op relatief jonge leeftijd ME/CVS gekregen,
  • Van degenen die voor hun ziekte werkten, werkte na de diagnose 17% minder en 72% helemaal niet meer.
  • Hoe jonger de leeftijd waarop deelnemers ME/CVS klachten kregen, hoe langer het duurde voordat de ziekte officieel werd vastgesteld, hoe groter de mate van ernst van ME/CVS en hoe vaker de ziekte verslechterde, vergeleken met het begin van de klachten.
  • CGT en GET werd laag gewaardeerd
  • Bijna driekwart van de deelnemers die bij een bedrijfsarts waren geweest hadden de ervaring dat deze niet volledig rekening hield met hun mogelijkheden om te functioneren.
  • Ervaringen met verzekeringsartsen van het UWV waren vergelijkbaar. Deze werden gemiddeld met een 4,3 gewaardeerd
  • Verbetering van de zorg bleef jaren uit
  • Het recente onderzoek zal een rol spelen als bron van kennis voor de richtlijn ME/CVS.

Het originele artikel is geplaatst op de website van de Nederlandse patiëntenfederatie

Passende hulp vinden via “Het Juiste Loket”

“Help! Ik weet het niet meer, wat nu?”

Regelmatig krijgen wij aan de infolijn of via de mail vragen van ME/cvs-patiënten, die de wanhoop nabij zijn. Zij hebben dan eigenlijk alles al geprobeerd, maar werkelijk nergens vinden ze enige vorm van passende hulp of zorg.

Al vaker hebben wij aangegeven, dat wanneer het niet lukt om passende zorg te organiseren Het Juiste Loket kan worden ingeschakeld. 

Het Juiste Loket is een onafhankelijk informatie- en adviespunt voor vragen over de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Wet langdurige zorg (Wlz) en de zorgverzekeringswet (Zvw).

Het Juiste Loket hoort met u mee te denken over welke stappen u kunt zetten. U kunt op werkdagen bellen met het Juiste Loket via 030-7897878 (open van 10:00-12:00 en van 13:00-15:00 uur) of mailen naar [email protected].

Zo nodig zet het Juiste Loket meldingen door naar het Ministerie van VWS. Medewerkers van VWS denken actief mee met de melder en kijken wat er nodig is om toch tot passende zorg en ondersteuning te komen in de meest complexe situaties. 

De ervaring leert ons echter, dat er ME/cvs-patiënten zijn die helaas ook hier geen stap verder komen. Als dit op u van toepassing is, dan kunt u mailen naar [email protected].

n.b.: Je ervaringen kun je met ons delen via de mail [email protected] en telefonisch via de infolijn op maandag en donderdag.

12 mei Wereld ME-dag, waar is het feestje?

Door het voortdurende gemis aan (h)erkenning voor deze ernstige, chronische multisysteemziekte is er geen reden voor een feestje.

ME/cvs komt voor op alle leeftijden, dus ook bij kinderen en jongeren! De situatie voor deze groep is dramatisch, er is enorm veel stil leed. Wij willen ze vandaag wel een stem geven!

Waarom stil leed?

Het blijkt, dat veel van deze kinderen/jongeren zich schamen voor hun ziekte en/of hun stem niet durven laten horen. Ze willen anoniem blijven. Stel je eens voor hoe het voelt om doodziek te zijn en je schaamt  je voor jouw ziekte, omdat volwassenen in de zorg of het onderwijs je in de steek laten, je niet serieus nemen. Als zij jou een schuldgevoel aanpraten of jouw verzorgende ouders (jouw steunpilaren) aanvallen over hun zorg voor jou?  Het klinkt onvoorstelbaar, maar het is de dagelijkse harde realiteit voor veel van deze kinderen/jongeren.

Helpen jullie mee om hun stilte te doorbreken?!

(deel, like, geef een reactie). Een schreeuw om hulp, om (h)erkenning, zodat zij ooit weer een feestje kunnen vieren!!!

Noodkreet van een meisje van 14 jaar, dat al 66 weken in bed ligt in het donker:

“Ik wil zo graag hulp. Ik wil weer kunnen leven, ook al is het een momentje, al is het heel even”.

Iedereen benoemen lukt natuurlijk niet … maar onze gedachten zijn bij alle kinderen/jongeren met ME/cvs!

Groen licht voor ontwikkeling richtlijn ME/CVS

Het ministerie van VWS heeft de subsidieaanvraag voor het ontwikkelen van een nieuwe richtlijn ME/CVS goedgekeurd.

Dit betekent dat de ontwikkeling van de richtlijn ME/CVS nu echt van start kan gaan. Onze patiëntenvertegenwoordigers staan in de startblokken.

Onlangs is er al een eerste bijeenkomst geweest met de patiëntenklankbordgroep. Ook is de vragenlijst voor ME/CVS-patiënten om hun ervaringen met de medische zorg te melden en voorstellen voor verbetering te doen bijna klaar.


Zie ook:
https://me-cvsvereniging.nl/nieuws/uitzicht-op-nieuwe-nederlandse-richtlijn-me-cvs-2/

https://me-cvsvereniging.nl/nieuws/bestuur-zorginstituut-geeft-uitstel-voor-richtlijn-me-cvs/

https://me-cvsvereniging.nl/nieuws/dit-jaar-start-ontwikkeling-richtlijn-me-cvs/

Kinderen met ME: Lotgenoten over ouders zijn van kinderen met ME

Lotgenoten over: Ouders zijn van kinderen met ME

Knelpunten

In de korte voorstelronde werden al veel knelpunten genoemd.

  • Hoe moet het met mijn kind als ik er niet meer ben?
  • Hoe zorg ik voor balans tussen privé, werk en de zorg voor mijn kind? En hoe hou ik die balans?
  • Hoe kunnen we van een ernstige ziekte naar een minder ernstige situatie komen?
  • Is er ook zorg voor gezinnen?
  • Hoe ga je om met familie die je laten vallen?
  • Zijn er psychologen met kennis van ME?
  • Hoe hou je een enigszins sociaal leven voor je kind?

De zorg en zorgen

De zorg voor één of meerdere kinderen met ME heeft grote impact op het leven van de ouders. Zorg wordt vaak verleend naast werk, het huishouden en het gezinsleven. Soms is één van de ouders zelf ook ziek. Dit geeft een enorme overbelasting voor de ouders. Een burn-out of er tegenaan zitten is dan ook een veelgehoorde klacht.

Ouders hebben ook grote zorgen over hoe het kind in de toekomst een zelfstandig leven kan gaan opbouwen als het nu volledig afhankelijk is van de verzorging door de ouder(s). Hoe moet het verder als zij er niet meer zijn? Of als zij zelf niet meer in staat zijn om voor hun kind te zorgen? “Wie gaat er dan voor mijn kind zorgen?”, “waar moet mijn kind dan wonen?” zijn reële vragen die leven bij de ouders.

Vanaf 18 jaar kan er weliswaar een Wajong uitkering worden aangevraagd, maar door de totale willekeur en de afhankelijkheid van de visie van verzekeringsartsen over de ziekte ME is de toekenning van een uitkering zeker geen vanzelfsprekendheid. Maar naast de zorg over financiële onafhankelijkheid is er nog een andere zorg, de woonruimte. Passende woonruimte voor zieke jongeren is er nauwelijks.

Er werd ook gesproken over jezelf niet te vergeten, dat het belangrijk is om ook goed voor jezelf te zorgen voordat je voor een ander kunt zorgen. Het kan helpen om als mantelzorger af en toe een dag of weekend alleen weg te gaan om te proberen jezelf iets op te laden. Maar  dan moet je wel iemand hebben die  de zorg voor je kind van je kan overnemen en daar wringt het vaak. Het ontlasten van de ouders is afhankelijk van onder meer familie, vrijwilligers, oppas aan huis, zelf hulp inkopen via het PGB, de WMO of de Wet langdurige zorg.

Een ander punt was hoe je kind van ernstig ziek naar een minder ernstige situatie kan komen. Iedereen was het er wel over eens dat de grenzen bewaken en daar niet overheen gaan het beste was. Met veel rust, geen prikkels en geen stress eerst tot een niveau te komen waarop er geen achteruitgang meer is. Maar soms liggen de grenzen zo laag dat het al snel onmogelijk is om niet regelmatig over de grenzen te gaan. Hoe ga je met inspanningsintolerantie en het bewaken van de grenzen om? Waar het ene kind bijna niets meer kan en alles eigenlijk een terugslag veroorzaakt, ligt de grens bij een ander kind iets hoger. Maar hoe zorg je ook bij kinderen die wel iets meer kunnen dat zij niet de grens over gaan? Je wilt ook dat je kind iets van een sociaal leven heeft.

Een ander probleem was de druk die vaak wordt opgelegd door artsen, school, leerplichtambtenaren en instanties als Veilig Thuis. Hoe voorkom je dat je kind een therapie moet gaan volgen waar het alleen maar zieker van wordt, met kans op een blijvende verslechtering?

De lotgenotenbijeenkomst werd na ruim een uur afgesloten. De deelnemers waren erg openhartig over de problemen waar zij tegenaan lopen. Er was herkenning en er werden tips en suggesties gedeeld. Het is pittig te horen waar ouders met kinderen met ME allemaal tegenaan lopen. Veel respect en sterkte voor de ouders.


Besloten Facebook groep

Ouders van kinderen met ME en ME/cvs hebben vaak specifieke vragen, en willen soms van andere ouders horen hoe zij ermee omgaan of iets regelen. Denk aan: kinderartsen, school, leerplicht, enz. Ervaringen uitwisselen en elkaar steunen kan dan heel erg fijn zijn.

Voor deze ouders heeft de ME/cvs Vereniging een besloten Facebook groep ‘Ouders van kinderen met ME of ME/cvs’. Dit is een privégroep, dus alleen leden kunnen zien wie lid is en kunnen de berichten lezen.

Wil je toegang tot de besloten groep?
Mail dan naar [email protected].

Aandacht voor ME/cvs bij regelhulp.nl

Omdat Regelhulp een officiële website van de overheid is kan verwijzing daarnaar helpen om te zorgen dat je arts, zorgverlener, school of anderen met wie je te maken hebt je ziekte serieus nemen.

Regelhulp is een wegwijzer van het ministerie van VWS voor mensen die langdurige zorg of hulp zoeken voor zichzelf of voor iemand anders. Op Regelhulp staat welke mogelijkheden er zijn en waar je naartoe kunt om zorg of hulp te regelen. Ook worden de zorgwetten uitgelegd.

https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/ME-cvs

Tips voor mantelzorgers

Ben je mantelzorger en werk je voor een werkgever? Dan kun je gebruik maken van een aantal wettelijke regelingen. Deze regelingen vallen onder de Wet arbeid en zorg (met verschillende verlofregelingen) en de Wet flexibel werken (over de aanpassing van het aantal werkuren). Ook bevatten sommige cao’s specifieke afspraken met betrekking tot mantelzorg.

Lees het gehele artikel van Marjolijn Bruurs op mantelzorgelijk.nl

Richtlijn: Uitzicht op nieuwe Nederlandse Richtlijn

Het Zorginstituut had in december 2020 aan de betrokken partijen (organisaties van zorgverleners en patiëntenorganisaties) gevraagd of zij de nieuwe richtlijn ME/CFS van het Engelse NICE, die in concept was gepubliceerd, geheel of gedeeltelijk over wilden nemen. Daarover is geen overeenstemming bereikt. De betrokken partijen zijn het eind september wel eens geworden om gezamenlijk een nieuwe Nederlandse richtlijn voor ME/CVS te ontwikkelen.

NICE breekt met GET en CGT als behandeling voor ME/CVS

De NICE-richtlijn, die op 29 oktober definitief is vastgesteld, breekt met graded exercise therapie (GET, stapsgewijs opvoeren van lichamelijke activiteit) en stelt dat cognitieve gedragstherapie (CGT) alleen aangeboden mag worden ter ondersteuning bij het omgaan met de ziekte. De therapie mag niet gebaseerd zijn op het uitgangspunt dat ME/CVS wordt veroorzaakt door verkeerde gedachten of gedrag. In de oude CBO-richtlijn CVS worden CGT en GET juist wel aanbevolen als behandeling voor ME/CVS. Het bewijs voor deze behandelingen is volgens NICE echter van lage tot zeer lage kwaliteit. Bovendien maakt onderzoek onder patiënten duidelijk dat CGT en GET vaak niet helpen en tot (ernstige) achteruitgang kunnen leiden.

Doel vastgesteld

Het doel van een nieuwe Nederlandse richtlijn ME/CVS is verbetering van de diagnostiek van ME/CVS en van de zorg, de sociaal-medische begeleiding (bijvoorbeeld door bedrijfsartsen), de sociaal-medische beoordeling (zoals keuringen door UWV-artsen) en het verhogen van de kwaliteit van leven van volwassenen met ME/CVS. Bij het maken van de richtlijn zal niet bij nul begonnen worden. Als bron wordt gebruik gemaakt van de NICE-richtlijn ME/CVS, die op 29 oktober is gepubliceerd, en van het voorwerk van NICE daarvoor (zoals overzichten van wetenschappelijke resultaten). Daarnaast wordt ook de oude CBO-richtlijn CVS bij het proces betrokken.

De nodige kennis zal geput worden uit wetenschappelijk bewijs, ervaring en kennis van zorgverleners en ervaring en kennis van ME/CVS-patiënten.

Financiering en organisatie nog niet rond

Het Zorginstituut had de betrokken partijen gevraagd om voor 1 oktober 2021 tot overeenstemming en resultaat te komen. Op 1 oktober lag er geen nieuwe Nederlandse richtlijn. Ook is een aantal randvoorwaarden om een nieuwe richtlijn te maken, zoals financiering en organisatie, nog niet geregeld. Wel is er overeenstemming over het ontwikkelen van een nieuwe richtlijn en is duidelijk geworden welke organisaties daaraan deel zullen nemen.*

Nieuwe Richtlijn in maart 2023 verwacht

De vertegenwoordigers van deze organisaties hebben in een brief aan de Raad van Bestuur van het Zorginstituut geschreven dat er hard aan gewerkt wordt om de noodzakelijke randvoorwaarden te realiseren om daadwerkelijk van start te kunnen gaan. De organisaties verwachten dat daarna de nieuwe richtlijn uiterlijk 1 maart 2023 klaar zal zijn.

ME/CVS-patiënten wachten al veel te lang

Wij vinden dat de mensen met ME/CVS in Nederland al veel te lang moeten wachten op betere medische zorg. Maar een richtlijn maken kost nu eenmaal veel tijd en kan niet zonder de actieve medewerking van verschillende partijen. Als patiëntvertegenwoordigers hebben wij ons tot nu toe optimaal ingezet en dat blijven we doen. Wij hebben goede hoop dat we nu samen met zorgverleners kunnen gaan werken aan een nieuwe Nederlandse richtlijn ME/CVS voor betere zorg en dat het verschijnen van de nieuwe NICE-richtlijn daarbij een stimulans zal zijn.

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid
ME/CVS Stichting Nederland
ME/cvs Vereniging

*Dit zijn de, behalve de drie genoemde organisaties van ME/CVS-patiënten, de Patiëntenfederatie Nederland, de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging van Verzekeringsgeneeskunde (NVVG), de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën (VGCt), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

De nieuwe richtlijn ME/CFS van NICE is hier te vinden: https://www.nice.org.uk/guidance/NG206 (Engels)

Het Juiste Loket biedt ondersteuning

Het Juiste Loket

Voor deze situaties heeft het ministerie van VWS samen met Iederin en Per Saldo Het Juiste Loket opgezet.

Wie zijn Het Juiste Loket?

Bij Het Juiste Loket werken mensen van Per Saldo en Ieder(in). Het wordt mede mogelijk gemaakt door het ministerie van VWS.

Wat doet Het Juiste Loket?

Het Juiste Loket geeft informatie aan mensen die vragen hebben over langdurige zorg. Bijvoorbeeld als zij niet weten waar zij voor zorg of ondersteuning terecht kunnen. Het gaat dan om zorg en ondersteuning die valt onder de:

  • Jeugdwet;
  • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo);
  • Zorgverzekeringswet (Zvw);
  • Wet langdurige zorg (Wlz);
  • zorg en ondersteuning aan kinderen die persoonlijke verzorging, begeleiding en/of verpleging nodig hebben;
  • zorg van patiënten tussen het ziekenhuis, thuis en/of een kortdurende opname.

Wie kan contact opnemen?

Het Juiste Loket is er voor mensen die zorg (willen) ontvangen en hun vertegenwoordigers. Ook zorgverleners, cliëntondersteuners, medewerkers van gemeenten en zorgverzekeraars kunnen bij Het Juiste Loket terecht.

Wat kost het?

De hulp van Het Juiste Loket is gratis.

Hoe kom je in contact met Het Juiste Loket?

Het Meldpunt Juiste Loket is te benaderen op de volgende manieren:

Wanneer is Het Juiste Loket bereikbaar?

Maandag tot en met vrijdag van 10.00 uur tot 16.00 uur.

Wat doet Het Juiste Loket als ik contact opneem?

Bij het Juiste Loket kun je met een deskundige praten over passende zorg en ondersteuning voor jezelf of voor een cliënt. De medewerker denkt met je mee welke stappen je kunt zetten. Hij/zij bekijkt bijvoorbeeld wie verantwoordelijk is om de zorg en/of ondersteuning geregeld te krijgen: het zorgkantoor, de zorgverzekeraar, de gemeente of de zorgaanbieder. Het Juiste Loket regelt zelf geen zorg of ondersteuning maar kijkt wat nodig is voor passende zorg. Ook kan het je helpen met een aanvraag of knelpunten.

Het kan voorkomen dat je in een individuele situatie toch vastloopt en het antwoord op je vragen niet vindt. Je kunt bij het juiste loket terecht als je op zoek bent naar informatie over actuele afspraken en richtlijnen en wilt weten wat dit in jouw situatie betekent of waar jij recht op hebt.

Ook kun je Het Juiste Loket benaderen wanneer zorg niet- of anders geregeld wordt vanwege het coronavirus en deze voor jou niet (meer) passend is.

Als je vraag niet meteen kan worden beantwoord, krijg je via de mail achteraf het antwoord en de regelgeving toegestuurd die daar aan ten grondslag ligt. Dit kun je gebruiken in het contact met zorgkantoor, zorgverzekeraar, gemeente of zorgaanbieder.

Heeft Het Juiste Loket kennis over ME/cvs?

De expertise van de medewerkers ligt bij kennis over de regelgeving, niet bij kennis over ME. Patiëntenorganisaties kunnen vragen bundelen en contact opnemen met Het Juiste Loket.

Wat gebeurt er als Het Juiste Loket geen passend antwoord heeft?

Zo nodig wordt contact gezocht met betrokken instanties om tot een passende oplossing te komen. Wanneer nodig en gewenst kan er ook contact worden gezocht met een landelijk expertiseteam om tot een oplossing te komen.

Wat gebeurt er wanneer er veel vragen binnenkomen over een zelfde onderwerp?

Het Juiste Loket signaleert waar er problemen zijn bij het verkrijgen van passende zorg. De vragen en knelpunten worden gebundeld en neergelegd bij het Ministerie van VWS of bij één van de directies waar Het Juiste Loket mee te maken heeft. Dit kan tot resultaat hebben dat veel voorkomende knelpunten worden opgelost!

(Wanneer geen signalen worden gemeld door patiënten bij het Juiste Loket komen er dus geen signalen binnen bij VWS en kan het beleid niet worden bijgestuurd.)