ME/cvs patiënten hebben vaak een ‘gestrest’ metabolisme. Dat betekent dat de energieproductie niet goed werkt. Dat kan komen door factoren als:
- Infecties
- Zuurstoftekort
- Ondervoeding
ME/cvs patiënten hebben verschillende afwijkingen in hun stofwisseling. Vaak is er een verminderde functie van mitochondriën en de energieproductie.
Mitochondriën, de delen van cellen die energie produceren, werken niet goed bij ME/cvs. Sommige patiënten hebben veranderingen in de structuur van de mitochondriën (meer gecondenseerde vouwingen), maar andere kenmerken blijven hetzelfde (wat erop duidt dat het niet te maken heeft met deconditionering). Uit spieronderzoek blijkt dat ME/cvs patiënten minder spiervezels met mitochondriën in de spieren hebben en meer spiervezels die een tragere energieproductie leveren.
Wanneer het lichaam niet genoeg zuurstof heeft om energie te produceren, schakelt het over naar anaerobe stofwisseling, wat minder efficiënt is en meer melkzuur produceert. Dit gebeurt vaker bij ME/cvs patiënten, wat leidt tot meer melkzuur in hun bloed, hersenvocht en spieren.
Door aanhoudende stressfactoren zoals ontstekingen of infecties kan het lichaam overschakelen naar een ‘celgevaarreactie’, waarbij het minder energie gebruikt voor niet-essentiële processen om energie te besparen voor overleving.
Spierproblemen en heat shock-eiwitten (HSP’s): Bij spiervermoeidheid worden bepaalde zenuwen in de spieren actief, wat zorgt voor de aanmaak van HSP’s. Deze eiwitten helpen spiercellen beschermen en herstellen. Bij ME/cvs is de productie van HSP’s echter verminderd, wat kan bijdragen aan spierproblemen.
Spierreflex en inspanning: Bij inspanning probeert het lichaam meer bloed naar de spieren te sturen. Bij ME/cvs werkt deze reflex niet goed, wat leidt tot meer vernauwing van de bloedvaten en verergering van symptomen.