Tag Archief van: richtlijn

Zorg voor ME/CVS moet beter blijkt uit rapport patiëntenfederatie

ME/CVS is een ernstige chronische ziekte en de medische zorg en de begeleiding en beoordeling bij arbeidsongeschiktheid moeten veel beter. Dat is de belangrijkste conclusie die getrokken kan worden uit het rapport “Ervaringen met ME/CVS”. Het onderzoek hiervoor is uitgevoerd door Patiëntenfederatie Nederland in samenwerking met de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, de ME/cvs Vereniging en de ME/CVS Stichting. Een nieuwe richtlijn ME/CVS moet gaan helpen bij het doorvoeren van die verbeteringen.

Dit onderzoek is tot nu toe verreweg het grootste onderzoek onder ME/CVS patiënten in Nederland: 1.531 mensen met de diagnose ME, CVS of ME/CVS deden mee. De deelnemers hadden vaak op relatief jonge leeftijd ME/CVS gekregen, meer dan de helft was jonger dan 31 jaar en bijna een derde jonger dan 21 jaar. Vaak duurt het jaren voordat de diagnose ME/CVS wordt gesteld. Bij de meesten is de ziekte ten opzichte van het begin verslechterd. Van degenen die voor hun ziekte werkten, werkten de meesten door ME/CVS daarna minder of helemaal niet meer. Ook de invloed op school en studie is groot.

Er is nog geen behandeling die de ziekte kan genezen. De nieuwe richtlijn ME/CVS moet in plaats komen van de richtlijn CVS uit 2013. Daarin worden cognitieve gedragstherapie (CGT) en graded exercise therapie (GET) als enige behandelingen geadviseerd. De deelnemers gaven deze behandelingen een zeer lage waardering: een 3,6 (CGT) en een 2,6 (GET) op een schaal van 1 tot 10.

Lees hier het rapport ‘Ervaringen met ME/CVS’

Een paar punten uit het rapport:

  • De deelnemers hadden vaak op relatief jonge leeftijd ME/CVS gekregen,
  • Van degenen die voor hun ziekte werkten, werkte na de diagnose 17% minder en 72% helemaal niet meer.
  • Hoe jonger de leeftijd waarop deelnemers ME/CVS klachten kregen, hoe langer het duurde voordat de ziekte officieel werd vastgesteld, hoe groter de mate van ernst van ME/CVS en hoe vaker de ziekte verslechterde, vergeleken met het begin van de klachten.
  • CGT en GET werd laag gewaardeerd
  • Bijna driekwart van de deelnemers die bij een bedrijfsarts waren geweest hadden de ervaring dat deze niet volledig rekening hield met hun mogelijkheden om te functioneren.
  • Ervaringen met verzekeringsartsen van het UWV waren vergelijkbaar. Deze werden gemiddeld met een 4,3 gewaardeerd
  • Verbetering van de zorg bleef jaren uit
  • Het recente onderzoek zal een rol spelen als bron van kennis voor de richtlijn ME/CVS.

Het originele artikel is geplaatst op de website van de Nederlandse patiëntenfederatie

Resultaten patiënten-enquête richtlijn ME/CVS

Ruim 1500 ME/cvs-patiënten hebben een enquête ingevuld met vragen over hun ervaringen met deze ziekte. Hun antwoorden zullen worden meegenomen door de werkgroep die een nieuwe richtlijn voor ME/cvs gaat maken. De enquête is het initiatief van de patiëntenvertegenwoordigers in de richtlijnwerkgroep en is uitgevoerd door de Patiëntenfederatie. Hier alvast een korte samenvatting.

Die eerste resultaten werden naar buiten gebracht tijdens een bijeenkomst in Utrecht van het Kenniscentrum van de Federatie Medisch Specialisten over de richtlijn. Deze bijeenkomst was bedoeld om de knelpunten waar zorgverleners en patiënten tegenaan lopen op een rijtje te zetten.

De nieuwe richtlijn ME/CVS zal immers niet alleen worden gebaseerd op wetenschappelijk bewijs en op de inbreng van zorgverleners, maar ook op de ervaringen van patiënten. Om die in kaart te brengen hebben 1531 patiënten die van de arts de diagnose ME,CVS of ME/cvs hebben gekregen, een digitale vragenlijst ingevuld over hun ervaringen met de ziekte, met behandelingen en met zorgverleners. Het is verreweg het grootste onderzoek naar ervaringen van mensen met ME/cvs dat tot nu toe in Nederland is uitgevoerd.

Brede verspreiding

De enquête is breed verspreid, vooral digitaal. De drie organisaties van ME-patiënten hebben hun achterban erover geïnformeerd, onder andere via sociale media. Ook het Nederlands Kenniscentrum Chronische Vermoeidheid (NKCV) en de Vermoeidheidkliniek hebben er bekendheid aan gegeven. Dat een veel bredere groep dan alleen de aanhang van de patiëntenorganisaties is bereikt, blijkt wel uit het feit dat 45% van de deelnemers aan de enquête geen lid is van een van deze organisaties.

Klachten, ernst en verloop

De antwoorden op de enquête geven een beeld van de klachten waar patiënten last van hebben, de ernst daarvan en de gevolgen van de ziekte. 61% van de patiënten schrijft dat hun klachten in de loop van de ziekte erger zijn geworden. De deelnemers konden ook aangeven hoe ernstig hun ziekte was. 18% noemde die ‘mild’, of ‘mild tot matig’, 68% ‘matig’ of ‘matig tot ernstig, 15% ‘ernstig’ tot ‘zeer ernstig’ en 1% ‘zeer ernstig’.

Werk, studie, zorgtaken, sociale contacten, vrijetijdsbesteding

Van de mensen die werkten voordat ze ME/cvs kregen, is 72% als gevolg van de ziekte daarmee gestopt en werkte 17% minder uren. Als het gaat om school of studie waren deze percentages 48% en 12%. Ook stopte meer dan 90% van de deelnemers met zorgtaken, sociale contacten en vrijetijdsbesteding, of besteedde hier minder tijd aan.

Diagnose en behandeling

Op het gebied van diagnostiek en behandeling moet veel verbeteren. Als knelpunt kwam onder andere naar voren dat de diagnose ME/cvs vaak pas jaren na het begin van de klachten werd gesteld. Een van de deelnemers: ‘Nadat er een heleboel onderzoeken waren gedaan stelde pas de vierde internist uiteindelijk de correcte diagnose CVS. Er is dus een gigantisch kennistekort bij de artsen wat betreft deze ziekte. Had ik de diagnose eerder gekregen dan hadden er aanpassingen kunnen plaatsvinden wat betreft school en werk en was ik niet structureel overbelast, want “niets aan de hand”. Dit heeft geleidelijk aan tot verergering van mijn CVS-klachten geleid.’

Als het gaat om behandelingen, werd het effect van cognitieve gedragstherapie (CGT) en lichamelijke oefentherapie volgens een vast schema (GET) het slechtst gewaardeerd. Het effect van uitleg en advies over het belang van liggen om verergering van klachten tegen te gaan, en over het verdelen van energie en rust (pacing), werd het meest gewaardeerd. Bij vragen over behandelaars kregen cardiologen, ergotherapeuten, alternatieve behandelaars, fysiotherapeuten en huisartsen de hoogste rapportcijfers gemiddeld 8,0 tot gemiddeld 6,7 op een schaal van 1 tot 10). Kinderartsen en revalidatieartsen kwamen gemiddeld lager uit dan een 6.

Arbeidsmogelijkheden

Verzekerings- en bedrijfsartsen werden slechter gewaardeerd dan andere behandelaars en kregen een duidelijke onvoldoende (een 4,3 en een 4,9). Slechts 29% van de patiënten die de vragenlijst invulden vond dat hun bedrijfsarts voldoende rekening had gehouden met hun mogelijkheden om te werken. Ook bij verzekeringsartsen (van het UWV) was dat een groot knelpunt. De meeste patiënten die volgens deze artsen wél zouden kunnen werken, waren daar in werkelijkheid niet toe in staat, of alleen voor een kleiner aantal uren.

Arbeidsduur haalbaar?

Een van de deelnemers: ‘De regels van het UWV zijn zo streng dat ik dus niet volledig arbeidsongeschikt ben verklaard, terwijl ik twintig uur per dag in bed moet liggen. Hoe kan ik dan überhaupt nog werken? Ik kan niet eens iedere week onder de douche omdat het te veel energie kost!’

Gebrek aan informatie en kennis

Een groot probleem was ook het gebrek aan informatie an kennis over ME/cvs bij zorgverleners. Slechts 19% van de deelnemers vond die kennis voldoende.

Een van de deelnemers: ‘Ik ben bij nieuwe behandelaars veel bezig met het voorlichten over ME, waar niet altijd iedereen voor openstaat of waar onvoldoende tijd voor is binnen een afspraak. Heel veel hiervan komt door het idee dat ME een SOLK is, en psychosomatisch, en door de naam ‘chronisch vermoeidheid syndroom’, die een verkeerd beeld geeft van de ziekte’.

Het eindrapport met de complete resultaten is aangeboden aan de richtlijnwerkgroep en wordt over enige tijd gepubliceerd. Wij houden u op de hoogte!

Zie ook: https://me-cvsvereniging.nl/nieuws/richtlijnwerkgroep-me-cvs-is-van-start-gegaan/

Werkgroep Richtlijn ME/CVS van start

Uit het bericht van het Kennisinstituut: “De richtlijn moet houvast bieden bij het stellen van de diagnose en de mogelijkheden vergroten voor patiënten en zorgverleners om samen te beslissen over de beste behandeling van klachten en symptomen, met als doel een betere kwaliteit van leven. De nieuwe richtlijn is bedoeld voor medisch specialisten, huisartsen, bedrijfs- en verzekeringsartsen en andere zorgverleners. 

De aanbevelingen in de richtlijn zullen gebaseerd worden op de actuele stand van de wetenschap, de kennis en ervaring van patiënten en zorgverleners en de overwegingen van de werkgroep.”

Patiëntenenquête

Onze organisaties hebben ieder een vertegenwoordiger in de richtlijnwerkgroep. Zij werken samen om het perspectief van ME/cvs-patiënten goed in te brengen. Daarnaast hebben we een klankbordgroep van 9 patiënten gevormd die deze vertegenwoordigers kan adviseren. In samenwerking met Patiëntenfederatie Nederland is bovendien een patiëntenenquête gemaakt, die al door veel patiënten is ingevuld. Op deze manier willen we de kennis en ervaringen van patiënten goed onderbouwd bij de richtlijn betrekken.

De enquête kon tot en met 13 augustus ingevuld worden, het is nu niet meer mogelijk om deel te nemen.

ME/cvs Vereniging
Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid
MECVS Nederland

Zie het bericht van de Federatie Medisch Specialisten: https://demedischspecialist.nl/nieuwsoverzicht/nieuws/ontwikkeling-richtlijn-mecvs-van-start

Groen licht voor ontwikkeling richtlijn ME/CVS

Het ministerie van VWS heeft de subsidieaanvraag voor het ontwikkelen van een nieuwe richtlijn ME/CVS goedgekeurd.

Dit betekent dat de ontwikkeling van de richtlijn ME/CVS nu echt van start kan gaan. Onze patiëntenvertegenwoordigers staan in de startblokken.

Onlangs is er al een eerste bijeenkomst geweest met de patiëntenklankbordgroep. Ook is de vragenlijst voor ME/CVS-patiënten om hun ervaringen met de medische zorg te melden en voorstellen voor verbetering te doen bijna klaar.


Zie ook:
https://me-cvsvereniging.nl/nieuws/uitzicht-op-nieuwe-nederlandse-richtlijn-me-cvs-2/

https://me-cvsvereniging.nl/nieuws/bestuur-zorginstituut-geeft-uitstel-voor-richtlijn-me-cvs/

https://me-cvsvereniging.nl/nieuws/dit-jaar-start-ontwikkeling-richtlijn-me-cvs/

Dit jaar start ontwikkeling nieuwe richtlijn ME/CVS

Het uitzicht op een daadwerkelijke start, waar we op 23 december 2021 over berichtten, is nooit verdwenen, maar er was wel veel uithoudingsvermogen voor nodig om dit in beeld te houden. Er kon geen standaardprocedure gevolgd worden. Daardoor hebben de betrokken instanties en ministerie veel meer tijd nodig gehad dan was voorzien.

Het goede nieuws is dat nu aan de meeste randvoorwaarden is voldaan. Het ministerie van VWS heeft de nodige financiële toezeggingen gedaan. Uitvoering en projectbegeleiding zal plaatsvinden door het Kennisinstituut van Medisch Specialisten in opdracht van de Nederlandse Internisten Vereniging. Beoogd werkgroepvoorzitter is emeritus-hoogleraar André Knottnerus. Op dit moment wordt de subsidieaanvraag beoordeeld door het Ministerie van VWS. Bij goedkeuring hopen we in mei van dit jaar een begin te kunnen maken met de ontwikkeling van de richtlijn ME/CVS. Op grond van de voorbereidende gesprekken verwachten we een goede samenwerking.

Als patiëntenorganisaties zetten we ons al vele jaren in voor een goede ME/CVS-richtlijn voor diagnose, behandeling en beoordeling. De oude richtlijn CVS had niet onze instemming en is niet meer up-to-date. We zijn er klaar voor om vanuit het patiëntenperspectief een goede inbreng in de richtlijnwerkgroep te leveren. Daartoe hebben wij ter voorbereiding de concept NICE-richtlijn ME/CFS per aanbeveling beoordeeld voor de Nederlandse situatie. We blijven alle informatie over ME/CVS die voor de richtlijn van belang kan zijn monitoren. We hebben met de Patiëntenfederatie Nederland een online patiëntenenquête voorbereid die door zoveel mogelijk patiënten ingevuld kan worden. Zodra deze enquête online is zullen we dat laten weten. De resultaten hiervan zullen bij de ontwikkeling van de richtlijn meegenomen worden.

Het wachten is nu op de goedkeuring door VWS. We hopen hierover in een volgend bericht positief nieuws te kunnen melden.

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid 
ME/CVS Stichting Nederland
ME/cvs Vereniging


Zie ook:

11-februari-2022-bestuur-zorginstituut-geeft-uitstel-voor-richtlijn-me-cvs

11-februari-2022-nieuwe-deadline-op-meerjarenagenda-voor-kwaliteitsstandaard-me-cvs

23-december-2021-uitzicht-op-nieuwe-nederlandse-richtlijn-me-cvs

Ruud Vermeulen over de Europese consensus richtlijn

EUROMENE was een Europees Netwerk voor ME/CVS. Dit werd gesubsidieerd door de EU. Het doel was om kennis te delen en een betere zorg voor Europese ME-patiënten te krijgen.

Vanuit Nederland was Dr. Ruud Vermeulen, wetenschappelijk medewerker van het CSV/ME Medisch Centrum in Amsterdam, betrokken.

Namens de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en de ME/cvs Vereniging stelden we hem een aantal vragen over deze richtlijn en zijn betrokkenheid. Ook vroegen we hem waarom patiëntenorganisaties niet bij de totstandkoming van de consensusrichtlijn zijn betrokken.

Lees hier het interview.

Richtlijn: Bestuur Zorginstituut geeft uitstel

Bestuur Zorginstituut geeft uitstel voor richtlijn ME/CVS

Goed nieuws: ook de Raad van Bestuur van het Zorginstituut vindt het belangrijk dat er een nieuwe richtlijn komt en heeft de nieuwe deadline vastgesteld op 1 mei 2023, uitgaande van een start van de ontwikkeling per 1 maart 2022.

ME/cvs Vereniging
Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid
ME/CVS Stichting Nederland


Zie ook: https://www.zorginzicht.nl/nieuws/nieuwe-deadline-op-meerjarenagenda-voor-kwaliteitsstandaard-me-cvs
en ‘Uitzicht op nieuwe Nederlandse richtlijn’

Richtlijn: Uitzicht op nieuwe Nederlandse Richtlijn

Het Zorginstituut had in december 2020 aan de betrokken partijen (organisaties van zorgverleners en patiëntenorganisaties) gevraagd of zij de nieuwe richtlijn ME/CFS van het Engelse NICE, die in concept was gepubliceerd, geheel of gedeeltelijk over wilden nemen. Daarover is geen overeenstemming bereikt. De betrokken partijen zijn het eind september wel eens geworden om gezamenlijk een nieuwe Nederlandse richtlijn voor ME/CVS te ontwikkelen.

NICE breekt met GET en CGT als behandeling voor ME/CVS

De NICE-richtlijn, die op 29 oktober definitief is vastgesteld, breekt met graded exercise therapie (GET, stapsgewijs opvoeren van lichamelijke activiteit) en stelt dat cognitieve gedragstherapie (CGT) alleen aangeboden mag worden ter ondersteuning bij het omgaan met de ziekte. De therapie mag niet gebaseerd zijn op het uitgangspunt dat ME/CVS wordt veroorzaakt door verkeerde gedachten of gedrag. In de oude CBO-richtlijn CVS worden CGT en GET juist wel aanbevolen als behandeling voor ME/CVS. Het bewijs voor deze behandelingen is volgens NICE echter van lage tot zeer lage kwaliteit. Bovendien maakt onderzoek onder patiënten duidelijk dat CGT en GET vaak niet helpen en tot (ernstige) achteruitgang kunnen leiden.

Doel vastgesteld

Het doel van een nieuwe Nederlandse richtlijn ME/CVS is verbetering van de diagnostiek van ME/CVS en van de zorg, de sociaal-medische begeleiding (bijvoorbeeld door bedrijfsartsen), de sociaal-medische beoordeling (zoals keuringen door UWV-artsen) en het verhogen van de kwaliteit van leven van volwassenen met ME/CVS. Bij het maken van de richtlijn zal niet bij nul begonnen worden. Als bron wordt gebruik gemaakt van de NICE-richtlijn ME/CVS, die op 29 oktober is gepubliceerd, en van het voorwerk van NICE daarvoor (zoals overzichten van wetenschappelijke resultaten). Daarnaast wordt ook de oude CBO-richtlijn CVS bij het proces betrokken.

De nodige kennis zal geput worden uit wetenschappelijk bewijs, ervaring en kennis van zorgverleners en ervaring en kennis van ME/CVS-patiënten.

Financiering en organisatie nog niet rond

Het Zorginstituut had de betrokken partijen gevraagd om voor 1 oktober 2021 tot overeenstemming en resultaat te komen. Op 1 oktober lag er geen nieuwe Nederlandse richtlijn. Ook is een aantal randvoorwaarden om een nieuwe richtlijn te maken, zoals financiering en organisatie, nog niet geregeld. Wel is er overeenstemming over het ontwikkelen van een nieuwe richtlijn en is duidelijk geworden welke organisaties daaraan deel zullen nemen.*

Nieuwe Richtlijn in maart 2023 verwacht

De vertegenwoordigers van deze organisaties hebben in een brief aan de Raad van Bestuur van het Zorginstituut geschreven dat er hard aan gewerkt wordt om de noodzakelijke randvoorwaarden te realiseren om daadwerkelijk van start te kunnen gaan. De organisaties verwachten dat daarna de nieuwe richtlijn uiterlijk 1 maart 2023 klaar zal zijn.

ME/CVS-patiënten wachten al veel te lang

Wij vinden dat de mensen met ME/CVS in Nederland al veel te lang moeten wachten op betere medische zorg. Maar een richtlijn maken kost nu eenmaal veel tijd en kan niet zonder de actieve medewerking van verschillende partijen. Als patiëntvertegenwoordigers hebben wij ons tot nu toe optimaal ingezet en dat blijven we doen. Wij hebben goede hoop dat we nu samen met zorgverleners kunnen gaan werken aan een nieuwe Nederlandse richtlijn ME/CVS voor betere zorg en dat het verschijnen van de nieuwe NICE-richtlijn daarbij een stimulans zal zijn.

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid
ME/CVS Stichting Nederland
ME/cvs Vereniging

*Dit zijn de, behalve de drie genoemde organisaties van ME/CVS-patiënten, de Patiëntenfederatie Nederland, de Nederlandse Internisten Vereniging (NIV), Nederlandse Vereniging van Verzekeringsgeneeskunde (NVVG), de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), de Vereniging voor Gedrags- en Cognitieve therapieën (VGCt), het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN).

De nieuwe richtlijn ME/CFS van NICE is hier te vinden: https://www.nice.org.uk/guidance/NG206 (Engels)

Nieuwe NICE Richtlijn: historische verandering voor ME/cvs

Vandaag, op 29 oktober 2021, heeft het National Institute for Health and Care Excellence (NICE) eindelijk zijn nieuwe richtlijn gepubliceerd over de diagnose en het behandelen van myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs). De ontwikkeling van de richtlijn is een lang proces geweest, doorspekt met controverse, kritiek en onverwachte vertragingen. De uiteindelijke publicatie ervan betekent echter een historische verandering voor de ME/cvs-gemeenschap. Deze blog probeert te verduidelijken waarom.

Het psychosomatische model

Voor degenen die wat achtergrondinformatie kunnen gebruiken: ME/cvs is een chronische ziekte die slopende vermoeidheid, concentratieproblemen en vele andere vreselijke symptomen veroorzaakt. Het begint vaak na een infectie, maar de oorzaak en pathologie blijven grotendeels onbekend. Patiënten kunnen vreselijk ziek worden (sommigen zijn bedlegerig) maar labonderzoeken geven meestal een normaal resultaat. Hoewel de prognose voor ME/cvs varieert, is deze meestal ongunstig. Veel patiënten blijven tientallen jaren arbeidsongeschikt.

Het syndroom kreeg meer aandacht nadat de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) in 1988 een casusdefinitie publiceerde. Gedurende de daarop volgende jaren was de standaard medische benadering van ME/cvs gebaseerd op een psychosomatisch model. Het veronderstelde dat ME/cvs-symptomen het resultaat zijn van niet-helpende gedachten en het vermijden van activiteit. De theorie ging ervan uit dat patiënten te veel rustten na hun infectie en aanhoudende vermoeidheid na het hervatten van activiteiten verkeerd interpreteerden als een teken dat ze nog steeds ziek waren en dus meer moesten rusten.

Een vicieuze cirkel werd geschetst die begon met het geloof van de patiënt in een organische ziekte als de oorzaak van haar problemen (de meeste ME/cvs-patiënten zijn vrouwen). Dit resulteerde in vermijding van activiteit, deconditionering, slaapverstoring, angst, depressie, en uiteindelijk meer vermoeidheid. Hoe meer symptomen de patiënte kreeg, hoe meer ze rustte, en dan begon de cyclus weer van voren af aan.

De groep van voornamelijk Britse psychiaters die deze angst-vermijdingstheorie hadden geformuleerd, beweerden een oplossing te hebben. Rehabiliterende interventies werden gezien als een uitweg uit de vicieuze cirkel. Het doel was om de opvattingen van patiënten over de oorzaak van hun ziekte te veranderen en te laten zien dat ze veilig hun activiteiten konden hervatten, zolang ze dat maar op een geleidelijke en begeleide manier deden. Cognitieve gedragstherapie (CGT) werd aangeboden om de “niet-helpende” gedachten van de patiënten te veranderen, terwijl graded exercise therapy (GET) het middel was om de patiënten weer in vorm te krijgen.

Deze stelling was immens populair onder gezondheidswerkers. Tot voor kort was het de dominante stroming in prestigieuze medische tijdschriften als The Lancet en BMJ. Het werd omkleed met deftige termen als kinesiofobie, somatische attributies, angst-vermijding, catastroferen, enzovoort. Omdat standaard medische tests geen afwijkingen aan het licht brachten, werd gemakkelijk aangenomen dat er iets mis moest zijn met de gedachten of het gedrag van de patiënten. Niet de onwetendheid van de dokter, maar de schuld lag bij de patiënten. En GET en CGT boden gemakkelijke oplossingen. Patiënten werd verteld dat ze beter konden worden als ze maar wilden en hard genoeg probeerden. De vorige NICE-richtlijn over ME/cvs, gepubliceerd in 2007, beval zowel GET als CGT aan. 

Post-exertionele malaise

Sinds het begin van deze theorie hebben patiënten en sommige wetenschappers die biomedisch onderzoek verrichten hun bezwaren geuit. ME/cvs-patiënten willen wanhopig actiever zijn, maar kunnen het niet. Telkens als ze proberen meer te doen en door te zetten, verergeren hun symptomen. In de wetenschappelijke literatuur wordt naar dit fenomeen verwezen als “post-exertionele malaise (PEM)”. Tegenwoordig wordt het algemeen beschouwd als een van de meest karakteristieke kenmerken van ME/cvs. Het ziet er als volgt uit: de patiënt overbelast zichzelf – bijvoorbeeld voor een doktersbezoek of een familiebijeenkomst – lijkt het relatief goed te doen maar krijgt daarna een ernstige terugslag. Deze terugslag laat vaak op zich wachten en gebeurt telkens als de patiënt zijn energielimiet overschrijdt. Het kost hen veel tijd om te herstellen en weer op het niveau te komen dat ze daarvoor hadden. Sommigen zeggen dat het voelt alsof je gevangen zit in een gevangenis van energiebeperking die steeds kleiner wordt als je probeert te ontsnappen.

GET en CGT gaan ervan uit dat deze gevangenis een gevaarlijke illusie is, dat patiënten veilig hun activiteitenniveau kunnen verhogen, en dat ze volledig kunnen herstellen door meer te doen. Zoals een berucht artikel stelde, gaan deze behandelingen “ervan uit dat het syndroom in stand wordt gehouden door omkeerbare fysiologische veranderingen van deconditionering en vermijding van activiteit”. Zodra deze behandelingen de medische standaard werden om ME/cvs te behandelen, begonnen patiënten echter schade te rapporteren. In onderzoeken die zich over meerdere decennia en verschillende landen uitstrekken, hebben ME/cvs patiënten gezegd dat ze slechter werden na GET en CGT of dat ze voortijdig met deze behandelingen moesten stoppen omdat hun gezondheid verslechterde.

Gedeeltelijk vanwege deze meldingen van schade, begonnen patiënten en onderzoekers het wetenschappelijk bewijs voor deze interventies nauwkeuriger te bekijken. ME/cvs is een heterogene aandoening met vage diagnostische criteria. Men zou kunnen veronderstellen dat sommige patiënten gunstig reageerden op deze behandelingen terwijl ze net het tegenovergestelde effect hadden in een andere subgroep. Dit was een gangbare veronderstelling in die tijd. Hoe meer men echter naar het bewijsmateriaal keek, hoe duidelijker het werd dat het ernstige gebreken vertoonde. Er was geen enkele betrouwbare aanwijzing dat deze behandelingen bij iemand werkten. Bij een follow-up op lange termijn deed de controlegroep het even goed (of even slecht, afhankelijk van hoe je het bekijkt).

Sindsdien hebben patiënten en hun families geprobeerd de aandacht van wetenschappers te trekken om deze problemen nader te bekijken. Zij schreven brieven naar wetenschappelijke tijdschriften en wezen erop dat er geen methode bestaat om nadelige uitkomsten van GET en CGT te monitoren. Een samenwerking van patiënten en wetenschappers toonde aan dat de grootste trial van deze behandelingen misleidend had beweerd dat ze effectief waren. Nadat een rechtbank de vrijgave van de ruwe gegevens had bevolen, werd aangetoond dat de verbeteringspercentages drie keer zo hoog werden voorgesteld als ze in werkelijkheid waren. Hoe meer deskundigen keken naar de wetenschap achter het psychosomatische model van ME/cvs en de voorkeursbehandelingen, hoe groter de scepsis werd. Toen, in september 2017, besloot NICE dat het tijd was om zijn richtlijn over ME/cvs te herzien.

De NICE review.

Tegen die tijd pleitten zowat alle ME/cvs organisaties tegen GET, CGT, en het psychosomatische model. De feedback die ze kregen van patiënten deed vermoeden dat er iets mis ging. Ze vroegen om een grondige herziening van het bewijsmateriaal en NICE was het geschikte instituut hiervoor, dat op bewijsmateriaal gebaseerde richtlijnen produceert die zelfs buiten Engeland en Wales gerespecteerd en invloedrijk zijn.

NICE verzamelde een panel van 21 deskundigen met verschillende invalshoeken ten aanzien van ME/cvs. Hoewel de meeste artsen waren, bestond de richtlijnwerkgroep ook uit een psycholoog, maatschappelijk werker, verpleegkundige, diëtist en verscheidene patiënten. Zij beoordeelden het bewijsmateriaal gedurende een lange periode van ongeveer 3 jaar. NICE voerde ook een grondige beoordeling uit van het wetenschappelijke bewijsmateriaal volgens een gestandaardiseerde aanpak. Het publiceerde honderden pagina’s vol beoordelingstabellen. Daarbovenop voerde zij haar eigen kwalitatieve onderzoek uit, bijvoorbeeld naar de ervaringen van kinderen met ME/cvs en patiënten met ernstige ME/cvs.

De NICE-commissie concludeerde dat het bewijs voor GET en CGT van “lage tot zeer lage kwaliteit” was. De richtlijn zegt dat GET niet langer moet worden aanbevolen, terwijl CGT alleen moet worden aangeboden om patiënten te helpen omgaan met hun chronische ziekte. Het mag niet worden aangeboden als een remedie voor ME/cvs. Hoewel de uiteindelijke richtlijn een compromis is waar veel kwesties overblijven (meer daarover in latere blog posts) is de algemene boodschap duidelijk. De psychosomatische theorie van ME/cvs wordt gezien als misplaatst terwijl veel van de zorgen die patiënten hebben geuit worden gerechtvaardigd.

NICE is niet de enige medische instelling die tot die conclusie is gekomen. De Gezondheidsraden van België en Nederland hebben onlangs een soortgelijke ommezwaai gemaakt met betrekking tot het gebruik van GET. In de Verenigde Staten beveelt de website van de CDC niet langer GET en CGT aan voor ME/cvs. Cochrane, een andere invloedrijke speler op medisch gebied, is momenteel bezig met een herziening van haar systematische review over GET voor ME/cvs.

Het Verenigd Koninkrijk is echter altijd het bolwerk geweest van de psychosomatische visie op ME/cvs. Het is waar de meeste studies van GET en CGT werden uitgevoerd. Een relatief kleine groep van Britse “deskundigen” is in staat geweest zijn psychosomatische benadering van ME/cvs als evidence-based te presenteren zonder veel tegenwerking. Met de publicaties van de nieuwe NICE richtlijn, lijkt het erop dat die dagen voorbij zijn. Voor de ME/cvs gemeenschap kan 29 oktober wel eens een historisch keerpunt blijken te zijn. Hopelijk opent dit de weg naar vruchtbaarder wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte en uiteindelijk, een genezing.

Dit artikel heeft ME-gids voor je vertaald. Het originele (Engelstalige) artikel vind je hier.

Minister slaat plank mis in brief aan Tweede Kamer

Minister slaat de plank mis in brief aan Tweede Kamer

Dit is aan de orde op de procedurevergadering van de Commissie VWS op woensdag 9 september. De vergadering vindt plaats van 10.15-12.00 uur en punt 32 op de agenda is het Verslag van een schriftelijk overleg over de uitvoering van de motie van het lid

Raemakers c.s. over onderzoek naar de toegevoegde waarde van een expertise- en voorlichtingscentrum voor ME/cvs (Kamerstuk 34170-17). Een video-livestream zal dan via deze link te vinden zijn (of in de app Debat Direct of Debat Gemist)

Huidige zorg is gebaseerd op achterhaalde richtlijnen

De minister schrijft dat de diagnostiek en therapie in de medisch specialistische zorg in de universitaire medische centra (UMC’s) gebaseerd is op de richtlijn CVS uit 2013 en de richtlijn somatisch onverklaarde lichamelijke klachten (SOLK) bij kinderen. Maar dat is nu juist het probleem. De richtlijn CVS is achterhaald, is door geen enkele patiëntenorganisatie onderschreven en sluit niet aan bij het advies van de Gezondheidsraad. Als behandeling wordt daarin uitsluitend een vorm van gedragstherapie (CGT) en bewegingstherapie (GET) aanbevolen.

En de richtlijn SOLK bij kinderen is, wat betreft kinderen met ME/cvs, volledig gebaseerd op de richtlijn CVS. Dit ondanks het feit dat bekend is dat CGT en GET in de praktijk bij een groot deel van de patiënten geen positief effect hebben, en bij een deel van hen zelfs tot ernstige en langdurige, soms blijvende verslechtering leiden. In de praktijk kunnen ME/cvs-patiënten voor de uitgebreide diagnostiek en de symptoomgerichte behandeling die de Gezondheidsraad adviseert nog steeds bij geen enkel UMC terecht.

Zorginstituut moet herziening richtlijn vlot trekken

De minister schrijft dat de Federatie Medisch Specialisten (FMS) en het Nederlands Huisartsengenootschap positieve intenties hebben om de richtlijn CVS te herzien. Dat dachten wij eerst ook. Tot nu toe heeft echter geen van deze organisaties het voortouw willen nemen bij de actualisering van de oude richtlijn.

Daarom hebben de drie patiëntenorganisaties in juli aan het Zorginstituut gevraagd om de herziening van de richtlijn CVS (dus een nieuwe richtlijn ME/CVS) op te nemen in de meerjarenagenda voor Daarna heeft ook het ministerie van VWS dit gevraagd. Dat zóu de zaak vlot kunnen trekken. Het wachten is nu op een besluit van het Zorginstituut en op de nodige inzet van de verenigingen van medisch specialisten.

Inhaalslag biomedisch onderzoek

De minister heeft in zijn brief, op gezag van de NFU, geen goed beeld gegeven van de stand van zaken bij de UMC’s.

De Gezondheidsraad heeft vastgesteld dat Nederland dringend een inhaalslag moet maken om met wetenschappelijk onderzoek te komen tot robuuste kennis over diagnostiek, ontstaan en behandeling van ME/cvs. Dat onderzoek is er nog niet. In het kader van ZonMW werkt een stuurgroep op dit moment aan een biomedische onderzoeksagenda.

De minister schrijft aan de Kamer dat onderzoek en innovatie op het gebied van ME/cvs is geconcentreerd bij de UMC’s in Groningen, Amsterdam, Utrecht en Nijmegen. Maar uit een
meegestuurd lijstje van Nederlandse publicaties blijkt dat het meeste onderzoek daar gericht is op gedragstherapie en somatisch onverklaarde lichamelijke klachten (SOLK) of
functionele stoornissen en dat er zeer weinig specifiek biomedisch onderzoek naar ME/cvs wordt gedaan.

De minister schrijft dat de vier genoemde UMC’s zijn aangesloten bij internationale kennisnetwerken en dat de internationale samenwerking vooral vanuit deze UMC’s zal plaatsvinden. Maar, op een enkele uitzondering na, is er tot nu toe in de praktijk helemaal
geen internationale samenwerking vanuit Nederlandse UMC’s met vooraanstaande buitenlandse biomedische ME/cvs-onderzoekers en zelfs geen deelname aan internationale wetenschappelijke ME/cvs-congressen en -organisaties. Ook zijn 3 van de 4 genoemde UMC’s niet vertegenwoordigd in de stuurgroep van ZonMW bij het opstellen van een biomedische onderzoeksagenda.

Expertisecentrum voor onderzoek en zorg nodig

Er is nog geen eenduidige diagnostische richtlijn ontwikkeld, zoals de Gezondheidsraad heeft geadviseerd. Voor het Nederlandse biomedische onderzoeksprogramma zal een patiëntencohort gevormd en een onderzoeksinfrastructuur tot stand gebracht moeten worden. Voor de broodnodige verbetering van de patiëntenzorg is het nodig om de in Nederland en buitenland beschikbare actuele kennis en ervaringen te verzamelen en te
verspreiden. Dit zijn allemaal zaken waar centrale coördinatie voor nodig is. Daarom is een centraal expertisecentrum noodzakelijk.

De Tweede Kamer had in de motie Raemakers gevraagd om de NFU te vragen om onderzoek te laten doen naar de meerwaarde voor ME/CVS-patiënten van zo’n centrum. De NFU heeft patiënten niet bij dat onderzoek betrokken. In zijn brief van 29 juni komt de
minister niet met een heldere conclusie. Wel deed hij op 2 juli aan de Tweede Kamer de toezegging dat hij er bij ZonMW op zal aandringen om bij de ontwikkeling van een onderzoeksagenda toe te werken naar de vorming van een expertisenetwerk, waarin
zorgverleners wetenschappers en patiënten samenwerken. Het wachten is nu nog wel op concrete stappen.

Nog geen herbeoordelingen door UWV

Ook wat betreft de toezeggingen over mogelijke herbeoordelingen door het UWV is de minister voorbarig met zijn optimisme. Er heeft inderdaad overleg plaatsgevonden van het UWV met de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid, die daarbij ook namens de twee andere patiëntenorganisaties optrad.

Maar alle stappen die herbeoordeling mogelijk moeten maken zijn nog niet gezet en er is nog niet begonnen met het informeren van patiënten, ook al schrijft de minister dat hij verwacht dit traject voor 1 september 2020 is afgerond. Ook op dit punt is het dus nog wachten op de concrete uitvoering en resultaten.

Wij zullen op al deze punten de vinger aan de pols houden.

Haal CVS uit kinderrichtlijn SOLK!

De samenwerkende patiëntenorganisaties op het gebied van ME en CVS in Nederland hebben de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK) gevraagd om herziening van de Richtlijn Somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK) bij kinderen van 22 maart 2019, conform het advies van de Gezondheidsraad (GR) over ME/CVS van maart 2018. Dat betekent dat CVS uit deze richtlijn wordt gehaald.

Lees hier het standpunt van de patiëntenorganisaties over CVS in de Richtlijn SOLK bij kinderen

Richtlijn CVS geschrapt

Het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) heeft de multidisciplinaire richtlijn CVS uit 2013 geschrapt uit de database op de pagina ‘Richtlijnen en praktijk’ op zijn website. Ook de verwijzing naar de NHG-standaard SOLK (somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten), als aanverwant product, is verwijderd. Daarmee zijn cognitieve gedragstherapie (CGT) en graded exercise therapie (GET) voor huisartsen niet meer de aanbevolen behandelingen bij ME en CVS.

De patiëntenorganisaties hadden het NHG erop geattendeerd, dat de richtlijn CVS niet up-to-date is, zowel volgens de richtlijn zelf, waarin staat dat in 2017 herziening aan de orde was, als in het licht van het recente advies van de Gezondheidsraad over ME/CVS. De Richtlijn CVS stemt niet overeen met wat in het advies van de Gezondheidsraad staat over het ontstaan van de ziekte, de typering als multisysteemziekte, de diagnostiek, de behandeling en de sociaal-medische beoordeling.

In Engeland werkt de organisatie voor medische richtlijnen NICE aan een grondige herziening van de richtlijn CFS/ME, waarmee de richtlijn CVS veel overeenkomsten heeft. Over een eventuele herziening van de richtlijn CVS is niets bekend. De patiëntenorganisaties verwachten van andere artsenorganisaties die bij de richtlijn CVS betrokken zijn dat zij het NHG zullen volgen. Zij blijven zich inzetten voor herziening van de richtlijn CVS. Daarbij heeft intrekking van de aanbeveling van cognitieve gedragstherapie (CGT) en graded exercise therapie (GET) als enige behandeling voor hen prioriteit.

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid
ME/cvs Vereniging
ME/CVS Stichting Nederland