Wat is wetenschappelijk onderzoek
WAT IS WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK?
Wetenschappelijk onderzoek is het systematisch verzamelen en analyseren van gegevens om betrouwbare kennis te verkrijgen en vragen te beantwoorden.
WAT IS WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK?
Wetenschappelijk onderzoek is het systematisch verzamelen en analyseren van gegevens om betrouwbare kennis te verkrijgen en vragen te beantwoorden.
WAAROM IS WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK NODIG?
Veel mensen vragen zich waf wat er in hun lichaam gebeurt, onderzoek helpt dat te ontdekken.
UPDATE EN ACHTERGROND BIJ GENEESMIDDELENONDERZOEK ME/CVS
Na de onrust van de afgelopen weken hebben constructieve gesprekken geleid tot de volgende informatie
ME/cvs wordt in de vigerende richtlijn SOLK ten onterecht als psychosomatisch beschouwd, waardoor kinderen verkeerde diagnoses en schadelijke behandelingen (zoals CGT/GET of Fitnet) krijgen.
Publicatiedatum: 25 oktober 2025
Vanaf 1 januari 2026 trekt de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid zich terug uit twee onderzoeks-organisaties: het onderzoeksconsortium NMCB en de klankbordgroep van ZonMw. De Steungroep zal dan nog maar zeer beperkt betrokken zijn bij het onderzoeksprogramma rond de ziekte ME/cvs.
Het afbouwen van deze activiteiten betekent echter niet dat de Steungroep dit werk minder belangrijk vindt. Integendeel: de Steungroep is trots op wat die samenwerking heeft opgeleverd. Ze hebben samen met andere patiëntenorganisaties actief bijgedragen aan georganiseerde patiëntenparticipatie in onderzoek.
De Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid zet zich sinds 1994 in voor mensen die door ME/cvs problemen hebben met werken, studeren of een uitkering aanvragen. De organisatie geeft praktisch advies, biedt betrouwbare informatie en helpt patiënten hun weg te vinden in regels en instanties zoals het UWV.
Daarnaast voert de Steungroep belangenbehartiging: ze praat met politici, beleidsmakers en organisaties om te zorgen dat de stem van patiënten gehoord wordt. Zo werken ze aan eerlijke beoordelingen bij arbeidsongeschiktheid en betere ondersteuning bij studie of re-integratie.
De Steungroep is ook een bron van ervaring en kennis. Vrijwilligers met eigen ervaringsdeskundigheid beantwoorden vragen, denken mee over oplossingen en delen informatie via nieuwsbrieven, de website en sociale media. Door deze inzet is de Steungroep al jarenlang een betrouwbaar aanspreekpunt voor iedereen die te maken heeft met de gevolgen van ME/cvs.
De Steungroep legt uit dat het steeds moeilijker werd om het werk in de onderzoeksconsortia te combineren met hun kernactiviteiten. Deze kernactiviteiten zijn bijvoorbeeld:
Er ontstaan ook steeds meer vragen van patiënten, vooral nadat de Centrale Raad van Beroep op 17 juli uitspraken deed die veel aandacht kregen. Daardoor is het advies- en voorlichtingswerk toegenomen, en daaraan wil de Steungroep graag alle aandacht geven.
De Steungroep blijft beschikbaar voor overleg en meedenken. Ook na hun terugtrekking uit de onderzoeksgroepen blijven ze bereid om samen te werken aan zaken die te maken hebben met werk, opleiding, arbeidsongeschiktheid en uitkeringen.
Daarnaast kijkt de Steungroep met hoopvol vertrouwen naar de resultaten die uit het onderzoeksprogramma ME/cvs komen. Ze zijn ervan overtuigd dat het Nederlandse biomedisch onderzoek op termijn zal bijdragen aan betere diagnostiek en behandeling van ME/cvs, en dus aan een beter leven voor mensen met ME/cvs.
De Steungroep wil zorgen voor een goede en zorgvuldige overdracht van haar kennis en betrokkenheid bij onderzoek. Daarom is afgesproken dat de ME/cvs Vereniging en de MECVS Nederland de komende tijd de taken in het onderzoeksprogramma grotendeels zal overnemen.
De Steungroep blijft daarbij beschikbaar voor overleg en ondersteuning, zodat de overgang soepel verloopt. Zo blijft de opgebouwde ervaring met onderzoeksparticipatie behouden voor de patiëntengemeenschap. Beide organisaties vinden het belangrijk dat de stem van patiënten ook in de toekomst goed wordt gehoord binnen het onderzoeksprogramma.
Wij zullen álle ME/cvs patiënten in Nederland blijven vertegenwoordigen en blijven ons inzetten voor goed biomedisch onderzoek.
De ME/cvs Vereniging spreekt haar grote waardering uit voor alles wat de Steungroep de afgelopen jaren heeft gedaan. Dankzij hun kennis, betrokkenheid en vasthoudendheid is er veel bereikt voor patiënten.
De samenwerking tussen beide organisaties was waardevol en zal ook in de toekomst blijven bestaan. De ME/cvs Vereniging kijkt ernaar uit om samen verder te werken aan betere zorg, erkenning en ondersteuning voor mensen met ME/cvs.
Wil je ons helpen dan kan dit door bijvoorbeeld vrijwilliger te worden, door lid te worden of ons financieel te steunen.
De feestdagen komen eraan. Een tijd vol lichtjes, maar voor veel mensen met ME ook een stille periode. Daarom organiseren we ook dit jaar weer onze actie Kerst VoorMEkaartjes.
Een kaartje lijkt misschien klein, maar het kan veel betekenen: een glimlach, een gevoel van verbondenheid, een beetje kerstwarmte.
Een kaartje kan zoveel betekenen: een glimlach, een lichtpuntje, een gevoel van verbondenheid.
Doe mee en geef of ontvang een beetje kerstwarmte per post!
Je kunt je opgeven tot 1 december 2025 door een mail te sturen naar:
Je kunt je opgeven om:
Daarbij is het belangrijk dat je vermeldt hoeveel kaarten je maximaal wenst te versturen.
Ook wanneer je niet in staat bent om te versturen ben je van harte welkom om je op te geven als ontvanger.
Deze actie is uitsluitend voor de kerst.
Je kunt je na 1 december niet meer opgeven. Begin december krijg je als verstuurder één of meerdere adressen toegestuurd per mail, uiteraard niet meer dan het maximum dat je hebt aangegeven.
Vermeld in je mail:
Nadat je je hebt opgegeven ontvang je van ons per mail een bevestiging van je deelname.

Laat samen zien dat niemand er alleen voor staat. Een klein gebaar, een groot verschil.
Je kunt uiteraard ook op heel veel andere manieren iets betekenen voor ME/cvs patiënten.
Publicatiedatum 18-10-2025
De zorg voor mensen met Myalgische Encefalomyelitis/Chronisch Vermoeidheidssyndroom (ME/cvs) kan en moet beter. Veel patiënten lopen nu vast: ze krijgen laat of geen diagnose, vinden het moeilijk om passende zorg te krijgen, of merken dat zorgverleners niet genoeg weten over hun ziekte.
Daarom wordt er gewerkt aan een nieuwe richtlijn voor ME/cvs. Deze richtlijn moet helpen om de zorg in Nederland te verbeteren. De richtlijn geeft straks duidelijke afspraken over hoe zorgverleners een goede diagnose kunnen stellen, welke behandelingen passend zijn, en hoe zorg beter georganiseerd kan worden.
Een belangrijk onderdeel van die richtlijn is het kijken naar de kennis en scholing van zorgverleners. Want goede zorg begint bij zorgverleners die weten wat ME/cvs is, hoe het zich uit, en hoe zij patiënten het beste kunnen ondersteunen.
Om dit goed in kaart te brengen, is er nu een vragenlijst gemaakt voor zorgverleners die (mogelijk) betrokken zijn bij mensen met ME/cvs.
Met deze vragenlijst willen onderzoekers en richtlijnmakers begrijpen:
De uitkomsten van de vragenlijst helpen om goede aanbevelingen te maken voor de richtlijn ME/cvs. Daarmee kunnen zorgverleners beter ondersteund worden in hun werk, en krijgen patiënten uiteindelijk betere zorg.
De vragenlijst wordt uitgezet en verwerkt door adviseurs van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten. Dit instituut helpt bij het ontwikkelen van medische richtlijnen in Nederland.
De antwoorden worden volledig anoniem verwerkt. Dat betekent dat er geen persoonlijke gegevens worden opgeslagen of gedeeld.
Iedere zorgverlener die betrokken is bij volwassenen met ME/cvs, of die dat in de toekomst zou kunnen zijn, mag meedoen. Denk aan:
Ook zorgverleners die nog weinig ervaring hebben met ME/cvs kunnen meedoen. Hun mening is juist waardevol om te weten welke kennis nog ontbreekt of welke ondersteuning zij nodig hebben.
De zorg voor mensen met ME/cvs is in Nederland lange tijd onvoldoende geweest. Patiënten vertellen vaak dat zij zich niet serieus genomen voelen of dat artsen te weinig weten over hun ziekte. Ook is er weinig eenduidigheid over hoe diagnose en behandeling moeten worden aangepakt.
Met de ontwikkeling van deze nieuwe richtlijn wil men hier verandering in brengen. De richtlijn moet ervoor zorgen dat:
Om dat te kunnen bereiken, is het nodig dat de richtlijn goed aansluit bij de praktijkervaring van zorgverleners. Hun kennis en inzichten zijn onmisbaar om de zorg echt te verbeteren.
Ben je zelf zorgverlener?
Dan kun je rechtstreeks meedoen door de vragenlijst in te vullen.
Ken je zorgverleners in je omgeving, bijvoorbeeld je huisarts, fysiotherapeut of een specialist, die patiënten met ME/cvs zien?
Dan kun je dit bericht of de link naar de vragenlijst met hen delen en hen vragen om ook mee te doen.
Zo helpt u mee aan betere zorg voor mensen met ME/cvs.
De nieuwe richtlijn voor ME/cvs wordt ontwikkeld door een werkgroep waarin verschillende partijen samenwerken. Daarin zitten onder andere:
De richtlijn wordt gemaakt in opdracht van het Zorginstituut Nederland.
Het doel is dat de richtlijn straks zorgt voor duidelijkheid, kwaliteit en erkenning in de zorg voor ME/cvs.
De nieuwe richtlijn ME/cvs moet leiden tot:
Om dat te bereiken, is input van zorgverleners nu hard nodig.
Iedere zorgverlener kan meedoen door de vragenlijst in te vullen vóór 24 oktober 2025.
Het invullen duurt ongeveer 10 tot 15 minuten en is volledig anoniem.
De vragenlijst vind je hier. Je kunt dit bericht uiteraard delen met je arts of hulpverlener.
Ook kun je onze ME/cvs Vereniging steunen door lid te worden zodat wij nog beter op kunnen komen voor jou.
Samen werken we aan betere kennis, betere zorg en meer erkenning voor mensen met ME/cvs.
Publicatiedatum 12-09-2025
Op 9 september 2025 spraken vijftig organisaties, waaronder de ME/cvs Vereniging, zich uit voor een ambitieuzere werkagenda voor het VN-verdrag Handicap. Hun boodschap aan de Tweede Kamer was helder: er moet nú meer gebeuren om de rechten van mensen met een beperking of chronische ziekte te waarborgen.
Het gaat om basisrechten zoals toegankelijkheid, inclusie, participatie in de samenleving, en gelijke kansen op onderwijs, werk en zorg. Mooie woorden zijn niet genoeg: er zijn concrete acties en voldoende geld nodig.
Het VN-verdrag Handicap is een internationaal mensenrechtenverdrag. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en verplicht zich daarmee om gelijke rechten te garanderen voor mensen met een beperking of chronische ziekte.
De werkagenda is het plan van de regering waarin staat hoe dat verdrag in de praktijk wordt uitgevoerd. Denk aan maatregelen voor toegankelijke gebouwen, openbaar vervoer, digitale informatie, passende zorg en goed onderwijs.
De Tweede Kamer bespreekt de nieuwe werkagenda. Het doel is goed, maar de uitvoering blijft achter. De plannen zijn vaak niet concreet genoeg, er is te weinig geld en de stem van mensen met een beperking of chronische ziekte wordt niet stevig genoeg meegenomen.
Uit de analyse van de ME/cvs Vereniging en de andere ondertekenaars blijkt dat er grote zorgen zijn:
De ME/cvs Vereniging, samen met bijna vijftig andere belangenorganisaties, vraagt de Tweede Kamer om het volgende:
Voor de achterban van de ME/cvs Vereniging is deze werkagenda extra belangrijk. Mensen met ME/cvs ervaren vaak grote belemmeringen in hun dagelijks leven:
Juist daarom is het essentieel dat de werkagenda ambitieuzer wordt en dat er structureel geld en aandacht komt voor de rechten van mensen met een chronische ziekte zoals ME/cvs.
De werkagenda VN-verdrag Handicap is er voor iedereen die een beperking of chronische ziekte heeft, waaronder:
De werkagenda VN-verdrag Handicap is een belangrijke kans om Nederland écht toegankelijk en inclusief te maken. Maar zoals de ME/cvs Vereniging en andere organisaties duidelijk maken: de huidige plannen zijn niet ambitieus genoeg.
Wat nodig is zijn duidelijke doelen, voldoende budget. Daarnaast structurele betrokkenheid van ervaringsdeskundigen en toetsing aan mensenrechten. Maar vooral de wil om ongelijkheid echt aan te pakken.
Het is nu aan de Tweede Kamer en de regering om te laten zien dat mensenrechten niet slechts woorden zijn, maar daden. Want alleen dan wordt de belofte van het VN-verdrag Handicap waargemaakt: een samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen.
IederIn schreef het volgende bericht hierover.
Ook kunnen we als ME/cvs Vereniging jullie steun gebruiken of kijk eens in onze webshop.
Deze studie onderzocht ME/cvs en Long Covid. De onderzoekers wilden begrijpen of antistoffen in het bloed van deze patiënten bijdragen aan de klachten en of zij invloed hebben op de mitochondriën.
Veel mensen met ME/cvs en mensen met Long Covid kampen met een breed scala aan klachten:
Ondanks dat deze klachten ernstig en invaliderend zijn, was het nog altijd onduidelijk wat er op biologisch niveau precies misgaat.
Onderzoekers uit Duitsland, Letland, de VS en andere landen hebben nu gekeken naar een mogelijk belangrijke veroorzaker: de antistoffen (IgG) in het bloed van deze patiënten.
Normaal gesproken zijn antistoffen bedoeld om virussen en bacteriën op te sporen en onschadelijk te maken. Maar soms kan het immuunsysteem zich “vergissen” en ook lichaamseigen structuren aanvallen – een proces dat we auto-immuniteit noemen.
De wetenschappers verzamelden bloed van vier groepen: mensen met ME/cvs, mensen met langdurige klachten na Covid (PASC/Long Covid), gezonde vrijwilligers en mensen met multiple sclerose (MS, een andere auto-immuunziekte).
Uit het bloed werden de IgG-antistoffen geïsoleerd en in het laboratorium toegevoegd aan gezonde menselijke cellen en getest in muizen. Daarbij keken ze vooral naar wat er gebeurde met de mitochondriën – de kleine energiefabriekjes in onze cellen.
De resultaten waren opvallend. Antistoffen van ME/cvs- en Long Covid-patiënten zorgden ervoor dat de mitochondriën in gezonde cellen uit elkaar vielen in kleinere stukjes. Dit fenomeen, mitochondriale fragmentatie genoemd, kan de energieproductie verstoren en cellen kwetsbaarder maken.
Bij gezonde mensen en MS-patiënten werd dit effect niet gezien, wat aangeeft dat het waarschijnlijk iets specifieks is voor deze ziekten. Opmerkelijk genoeg waren vooral de antistoffen van vrouwelijke patiënten effectief in het veroorzaken van deze schade.
De onderzoekers ontdekten dat de effecten afhankelijk waren van welk deel van het antistof actief was.
Deze wisselende effecten laten zien dat de relatie tussen antistoffen en de celenergie heel complex is.
Naast de veranderingen in de energiefabriekjes zagen de onderzoekers ook dat de antistoffen het afweersysteem op een andere manier beïnvloedden: ze zetten gezonde afweercellen aan tot het produceren van ontstekingsstoffen (cytokinen).
Bij Long Covid was deze ontstekingsreactie sterker en vaker aanwezig dan bij ME/cvs, wat kan betekenen dat Long Covid een meer “actieve” en ontstekingsrijke fase van de ziekte vertegenwoordigt, terwijl ME/cvs een latere, chronische fase kan zijn waarin vooral de stofwisseling verstoord is.
De onderzoekers onderzochten ook welke eiwitten door de antistoffen werden herkend. Daaruit bleek dat er duidelijke verschillen waren tussen ME/cvs en Long Covid.
Bij ME/cvs waren de gebonden eiwitten vaak betrokken bij de opbouw en reparatie van spieren en bindweefsel.
Bij Long Covid waren het juist vaker eiwitten die te maken hebben met bloedstolling en de regulatie van de bloedcirculatie. Dit past bij eerdere bevindingen dat stollingsproblemen een rol spelen bij Long Covid klachten.
De onderzoekers zagen ook enkele andere patronen: bepaalde eiwitten, die normaal helpen bij het herstellen van weefsels of het reguleren van ontstekingen, waren in lagere hoeveelheden aanwezig in het immuuncomplex, maar juist verhoogd in het bloed. Dat suggereert dat het evenwicht in het afweersysteem verstoord is.
Alles bij elkaar schetsen deze bevindingen een duidelijker beeld van wat er in het lichaam van deze patiënten gebeurt: antistoffen kunnen rechtstreeks de energiefabriekjes van cellen beschadigen, ontstekingsreacties aanjagen, en de eiwitbalans in het bloed veranderen.
Dit geeft meer bewijs dat ME/cvs en Long Covid een lichamelijke, biologische basis hebben – en dat het geen ‘onverklaarde’ klachten zijn.
Deze inzichten openen de deur naar nieuwe behandelmethoden. Als schadelijke antistoffen herkend kunnen worden, is het mogelijk om deze te neutraliseren of te verwijderen, bijvoorbeeld met medicijnen die het immuunsysteem bijsturen.
Ook kunnen de gevonden eiwitpatronen als basis dienen voor diagnostische tests, waardoor patiënten sneller een juiste diagnose en behandeling kunnen krijgen.
Bron: https://www.medrxiv.org/content/10.1101/2025.08.06.25332978v1
11 augustus 2025
Jarred Younger toont in nieuw onderzoek met PET-scans aan dat bij mensen met ME/cvs de hersenen ontstoken zijn. En niet maar één klein stukje van de hersenen, maar de ontstekingen zijn door de hele hersenen zichtbaar.
Jarred Younger, een Amerikaanse neuro-wetenschapper, is gespecialiseerd in pijn, vermoeidheid en ontsteking in de hersenen. Hij houdt zich al meer dan tien jaar bezig met de vraag of neuro-inflammatie een hoofdrol speelt bij ME/cvs.
Zijn hypothese is dat bepaalde hersencellen, de microglia, bij deze patiënten overdreven sterk reageren op prikkels en dat zij ontstekingsstoffen blijven produceren, zelfs zonder duidelijke aanleiding.
Dit zou kunnen verklaren waarom ME/cvs-patiënten kampen met aanhoudende vermoeidheid, pijn, prikkelgevoeligheid en cognitieve problemen. Tot nu toe waren de wetenschappelijke bewijzen hiervoor schaars en soms tegenstrijdig.
Eerdere PET-scans, de gouden standaard om microglia-activatie in beeld te brengen, gaven verschillende uitkomsten: één studie vond wijdverspreide ontsteking, een andere vond hier geen aanwijzingen voor.
Younger gebruikte nu een nieuwe, nauwkeurigere radioactieve tracer en ontdekte overtuigend bewijs voor uitgebreide ontstekingen in de hersenen van ME/cvs-patiënten.
De ontstekingen waren verspreid door het hele brein: voorin, achterin, in diepe kernen en in gebieden die cruciaal zijn voor emotie, motivatie, geheugen en het verwerken van lichamelijke signalen.
Vooral de aanwezigheid van bilaterale ontsteking – aan beide hersenhelften – is belangrijk, omdat dan geen “gezonde” kant beschikbaar is om functies over te nemen.

Het totale beeld lijkt op een brein dat blijft hangen in een aanhoudende herstelmodus.
Normaal gesproken schakelt het brein bij ziekte over op een energiebesparende toestand: vermoeidheid, verminderde motivatie en de behoefte aan rust helpen het lichaam om te herstellen.
Bij ME/cvs lijkt deze biologische herstelreactie niet uitgeschakeld te worden, zelfs lang nadat de oorspronkelijke infectie verdwenen is. Het is alsof het centrale zenuwstelsel blijft reageren alsof er nog steeds herstel nodig is.
Younger ziet ook een duidelijke link met de energieproblemen in het lichaam.
Ontstekingen in de hersenen kunnen via het autonome zenuwstelsel, de hormoonhuishouding en stofwisselingsprocessen de mitochondria (energiefabriekjes van cellen) in spieren en de immuuncellen minder efficiënt laten werken. Dat past bij de extreme uitputting die ME/cvs-patiënten ervaren.
De exacte oorzaak van de hersenontstekingen is nog onduidelijk, maar ontstekingssignalen uit het lichaam lijken een logische boosdoener.
Younger noemt verschillende mogelijke behandelopties, zoals ontstekingsremmende medicijnen en supplementen, zenuwstimulatie (bijvoorbeeld tFUS-ultrasound) en methoden om het stress- en waakzaamheidssysteem van het brein te kalmeren.
Zijn boodschap is helder:
‘We moeten hersenontstekingen verminderen als we ME/cvs willen verbeteren’
Hij werkt op dit moment aan meerdere onderzoeken en hoopt binnenkort meer nieuws te hebben over klinische trials die zich specifiek richten op het verminderen van neuro-inflammatie.
Bronnen:
Video Jarred Younger en Cort Johnson (Health Rising)