Patiënten over resultaten behandelingen

Door patiënten gerapporteerde resultaten behandelingen bij ME/cvs en Long Covid

8 juli 2025

In een vragenlijst onder bijna 4000 patiënten delen patiënten met ME/cvs en Long Covid hun ervaringen met behandelingen. Wat helpt hen het meest? En wat levert de minste bijwerkingen op? 

Er is nog geen effectieve behandeling bekend voor ME/cvs en Long Covid. Wel proberen patiënten van alles uit om klachten een beetje te verlichten. Hieronder staan de resultaten van een vragenlijst onder bijna 4000 patiënten. 

Welke behandelingen helpen hen het meest/vaakst en levert de minste bijwerkingen op?

  • Uit de studie blijkt dat er grote overeenkomsten zijn tussen Long-covid en ME/cvs. 
  • Ook blijkt pacing een strategie waar de meeste patiënten baat bij hebben.
  • CGT/GET blijkt voor de meeste patiënten juist voor een verslechtering te zorgen. 

Hoe patiënten zelf behandelingen ervaren

Deze studie onderzoekt hoe mensen met ME/cvs (myalgische encefalomyelitis of chronisch vermoeidheidssyndroom) en mensen met Long Covid verschillende behandelingen zelf ervaren. Er is gekozen om naar hun eigen ervaringen te luisteren, omdat er nog weinig officiële behandelingen bestaan voor deze ziektes. 

Bijna vierduizend mensen vulden een uitgebreide vragenlijst in over hun klachten en wat voor hen wel of niet werkt. Dat maakt dit onderzoek bijzonder: het gaat niet om wat artsen voorschrijven of wat in het lab wordt getest, maar om wat patiënten zelf vertellen over hun dagelijks leven met deze aandoeningen.

Overeenkomsten en verschillen

Wat opviel, is dat mensen met ME/cvs en mensen met Long Covid erg veel dezelfde klachten hebben. Zo noemden bijna alle deelnemers dat ze last hebben van extreme vermoeidheid na zelfs kleine inspanningen. Ook andere symptomen kwamen sterk overeen. 

De onderzoekers zagen dat de behandelingen die mensen proberen, en wat zij daarvan vinden, ook opvallend veel overeenkomsten laten zien. Er was dus veel overlap tussen beide groepen, wat erop wijst dat deze ziektes waarschijnlijk sterk aan elkaar verwant zijn.

Overeenkomsten

Sommige behandelingen kwamen vaak terug in de antwoorden van patiënten. 

  • Eén daarvan is “pacing“, waarbij mensen hun activiteiten heel bewust doseren om overbelasting te voorkomen. 
  • Ook het aanvullen van vocht en zouten (elektrolyten) werd vaak als helpend genoemd. 
  • Verder noemden mensen ook medicijnen zoals lage doses naltrexon (LDN) en immunoglobuline (een soort afweerstoffen die via infuus of injectie worden toegediend). 
  • Sommigen hadden baat bij behandelingen zoals manuele lymfedrainage, een zachte vorm van massage.

Verschillen

Wat belangrijk is om te begrijpen, is dat niet iedereen hetzelfde reageert op een behandeling. 

  • Mensen die bijvoorbeeld vooral last hebben van duizeligheid en problemen met hun bloeddruk (een verschijnsel dat bekendstaat als POTS), gaven aan dat zij meer baat hadden bij middelen die het autonome zenuwstelsel ondersteunen. 
  • Aan de andere kant bleken mensen met ernstige concentratieproblemen soms meer geholpen te zijn met medicijnen die het centrale zenuwstelsel stimuleren. 
  • Het laat zien dat er geen behandeling bestaat die voor iedereen werkt, maar dat het belangrijk is om naar het totaalplaatje van iemands klachten te kijken.

Waarom is dit belangrijk?

De betekenis van dit onderzoek is dat het waardevolle informatie oplevert die direct uit de praktijk komt. 

In plaats van alleen te vertrouwen op kleine studies in laboratoria of op klinische testen, hebben de onderzoekers hier geluisterd naar duizenden mensen die dagelijks met deze ziektes leven. Dat maakt het mogelijk om behandelingen beter af te stemmen op de ervaring van patiënten zelf. 

Bovendien helpt het om richting te geven aan toekomstig onderzoek, waarin de meest genoemde en als positief ervaren behandelingen verder onderzocht kunnen worden.

Al met al laat deze studie zien dat zowel ME/cvs als Long Covid veel gemeen hebben, dat patiënten zelf heel goed kunnen aangeven wat wel of niet helpt, en dat er dringend behoefte is aan meer maatwerk in de zorg voor deze groepen. 

Het geeft hoop dat er stappen gezet kunnen worden richting behandelingen die beter aansluiten bij de werkelijkheid van patiënten.

Het peer-reviewed artikel werd gepubliceerd in PNAS: 

https://doi.org/10.1073/pnas.2426874122

Let op! Dit geen behandeladvies. 

Woorden die je als zorgverlener niet moet gebruiken

13 februari 2025

Woorden zijn belangrijk: Wat je niet moet zeggen tegen patiënten met Long Covid, ME/cvs en andere complexe chronische ziektes.

Mensen met Long Covid, ME/cvs en andere complexe chronische aandoeningen melden consequent dat ze moeite hebben om effectieve en betrokken medische zorg te krijgen en dat ze door professionals in de gezondheidszorg niet geloofd, veroordeeld, beschimpt en zelfs afgewezen worden.

Wij geloven dat deze vijandige interacties en taal vaker voorkomen wanneer zorgverleners te maken hebben met complexe chronische aandoeningen zonder de juiste opleiding, diagnostische biomarkers of door de FDA goedgekeurde therapieën.

Deze problematische gesprekken tussen behandelaars en patiënten gaan vaak over specifieke woorden en zinnen – de zogenaamde “nooit-woorden” – die patiënten in ernstige emotionele moeilijkheden kunnen brengen en een negatieve invloed kunnen hebben op de arts-patiënt relatie en het herstel.

Om deze destructieve interacties te voorkomen, beoordelen we de belangrijkste literatuur over de beste werkwijzen voor moeilijke klinische gesprekken en bespreken we de toepassing van deze werkwijzen voor mensen met Long Covid, ME/cvs, dysautonomie en andere complexe chronische aandoeningen.

We geven aanbevelingen voor alternatieve, favoriete bewoordingen voor de nooit-woorden, die de therapeutische relatie en de zorg voor patiënten met een chronische ziekte kunnen verbeteren door middel van meelevend, bemoedigend en niet-oordelend taalgebruik.

Bekijk hier de tabel met “nooit-woorden”

1. Inleiding over woorden

Klinische zorg en communicatie rondom complexe chronische aandoeningen, zoals Long Covid, ME/cvs, dysautonomie en andere aandoeningen waarbij chronische vermoeidheid en chronische pijn een rol spelen, is een uitdagende taak.

Dit wordt beïnvloed door een gebrek aan medische training, controverse, geïnternaliseerde vooroordelen en stigmatisering.

Hoewel er sterke aanwijzingen zijn voor een abnormaal ziektebeeld dat ten grondslag ligt aan deze aandoeningen [ 1 ], blijven biopsychosociale en psychologische verklaring van de oorzaak van invloed op de manier waarop medische professionals omgaan met en communiceren met patiënten die lijden aan deze aandoeningen: paternalistische relaties en het ten onrechte toeschrijven van lichamelijke aandoeningen aan verstoringen van de geest en psyche behoren tot de belangrijkste barrières voor een effectieve therapeutische relatie en behandeling van patiënten met deze aandoeningen. [2,3].

Zowel Long Covid als ME/cvs zijn complexe aandoeningen, waarbij Long Covid een relatief nieuwe diagnostische vorm is en ME/cvs, ondanks haar langere geschiedenis, nog steeds niet onderwezen wordt in medische opleidingen.

Dit maakt beide aandoeningen kwetsbaar voor stigmatisering en bagatellisering [2,3,4]. Beide aandoeningen zijn gekarakteriseerd als complex, multisystemisch en uitgebreid gepsychologiseerd.

Patiënten worden geconfronteerd met ondermaatse medische zorg, ongeloof en stigma [3]. Dit benadrukt een structurele barrière die uniek is voor ME/cvs, Long Covid en andere complexe chronische ziekten die onderbelicht blijven.

Beperkte onderzoeksfinanciering en een gebrek aan voorlichting en medische scholing dragen er in belangrijke mate toe bij dat deze aandoeningen worden bestempeld als “onzichtbare ziekten” [4].

De multisystemische aard en complexiteit van deze aandoeningen kan ertoe leiden dat patiënten en hun zorgverleners lijnrecht tegenover elkaar staan wat betreft hun perspectieven op deze aandoeningen.

Zorgverleners beweren één versie van de werkelijkheid (“u ziet er niet ziek uit”; “uw testen zijn normaal”), en patiënten zijn gefrustreerd over hun ervaring (diepe uitputting en onvermogen om fysieke en cognitieve taken uit te voeren) die niet wordt geloofd en de juiste medische zorg wordt geweigerd, waarbij deze interacties worden omschreven als “gaslighting” [5].

Wij geloven dat deze vijandige relaties en taalgebruik vaker voorkomen wanneer zorgverleners te maken hebben met complexe chronische ziekten zonder de juiste scholing, diagnostische biomarkers of door de FDA goedgekeurde therapieën.

De problematische gesprekken die plaatsvinden tussen zorgverleners en patiënten hebben vaak te maken met specifieke woorden en zinnen – de zogenaamde “nooit-woorden [6]” – die patiënten van streek kunnen maken, boos kunnen maken of een gevoel van onbehagen kunnen geven. – waardoor patiënten zich overstuur, boos, angstig, verward en gedemoraliseerd kunnen voelen.

Situaties waarin patiënten de schuld krijgen van hun eigen ziekte (bijv. “je voelt je ziek omdat je niet in vorm bent”) of waarin hen wordt verteld dat ze positief moeten denken (bijv. “je moet ophouden zoveel aan je symptomen te denken”) wanneer ze aanzienlijke postacute infectieuze cardiovasculaire, pulmonale, neurologische en immunologische complicaties hebben, of als deze zich voordoen in de samenhang van een systemische ziekte, veroorzaken aanzienlijk ongemak en wantrouwen bij patiënten en ondermijnen de therapeutische relaties, de behandeling en de kansen op verbetering of herstel.

Om deze destructieve klinische interacties te voorkomen, bespreken we de belangrijkste literatuur over de beste werkwijzen voor moeilijke gesprekken en vervolgens de toepassing van deze werkwijzen voor mensen met Long COVID, ME/cvs, dysautonomie en andere complexe, chronische en invaliderende aandoeningen.

We zullen aanbevelingen doen voor alternatieve, betere bewoordingen dan de nooit-woorden, die de therapeutische relatie en de zorg voor patiënten met een chronische ziekte kunnen verbeteren door middel van meelevend, bemoedigend en niet-oordelend taalgebruik.

2. Wat zijn Long Covid, ME/cvs en dysautonomie?

Long Covid, ME/cvs en dysautonomie zijn complexe chronische aandoeningen die vaak gepaard gaan met uitdagende gesprekken en interacties tussen patiënten en zorgverleners. Inzicht in deze aandoeningen is essentieel om de moeilijkheden te begrijpen die zich in deze gesprekken kunnen voordoen.

Volgens de definitie van de National Academy of Sciences, Engineering and Medicine wordt Long Covid gedefinieerd als “een met een infectie geassocieerde chronische aandoening die optreedt na een SARS-CoV-2 infectie en die gedurende minstens 3 maanden aanwezig is als een continue, terugkerende en remitterende of progressieve ziektetoestand die een of meer orgaansystemen aantast [3]”.

Het kan volgen op asymptomatische, milde of ernstige SARS-CoV-2 infectie [3].

De aandoening kan variëren van mild tot ernstig, met klachten zoals vermoeidheid, inspanningsintolerantie, malaise na inspanning, cognitieve stoornissen (vaak “brain fog” genoemd), uiteenlopende chronische pijn, slaapstoornissen, autonome disfunctie, waaronder POTS, migraine, gastro-intestinale symptomen en vele andere.

De symptomen kunnen continu optreden vanaf het moment van infectie of weken of maanden vertraagd optreden na een ogenschijnlijk volledig herstel van de acute fase van de infectie [3].

Invaliditeit als gevolg van Long Covid kan leiden tot ernstige functionele beperkingen in zelfzorg, maar ook in gezins-, sociale, school- en beroepstaken.

Vijftig procent van de patiënten met Long Covid komt in aanmerking voor de diagnose ME/cvs [7], wat op vergelijkbare wijze resulteert in veel van dezelfde thema’s, vooroordelen en controverses die ME/cvs van oudsher kenmerken.

In tegenstelling tot Long Covid, bestaat ME/cvs al heel lang en wordt het geteisterd door controverse, politisering en mishandeling van patiënten.

In een rapport gepubliceerd door de National Academy of Medicine (voorheen het Institute of Medicine) in 2015, werden de diagnostische criteria voor ME/cvs bij volwassenen en kinderen gedefinieerd.

Drie vereiste symptomen en ten minste één van de twee bijkomende symptomen moesten aanwezig zijn voor de diagnose ME/cvs, waaronder een substantiële vermindering of beperking van het vermogen om deel te nemen aan activiteitenniveaus van voor de ziekte (beroepsmatig, educatief, sociaal of persoonlijk leven) die langer dan 6 maanden duurt en gepaard gaat met ernstige vermoeidheid, die niet verlicht wordt door rust.

Er moet sprake zijn van post-exertionele malaise (PEM) en niet-verwkikkende slaap  [2,8]. Ook cognitieve stoornissen of orthostatische intolerantie zijn vereist voor de diagnose [2].

Dysautonomie is een overkoepelende term die verwijst naar elke verstoring of disfunctie van het autonome zenuwstelsel en is een belangrijk mechanisme van Long Covid en ME/cvs.

Autonome stoornissen, zoals het posturaal orthostatisch tachycardiesyndroom (POTS), neurocardiogene syncope en orthostatische hypotensie, kunnen volgen op SARS-CoV-2 en andere infecties en zijn vaak voorkomende comorbiditeiten van ME/cvs, auto-immuun- en ontstekingsaandoeningen en hypermobiliteitsstoornissen  [9,10,11].

Andere complexe chronische aandoeningen die in het verleden slecht begrepen of verwaarloosd zijn door de medische gemeenschap zijn onder andere fibromyalgie, chronische pijnsyndromen, ongedifferentieerde bindweefselaandoeningen, mestcelactiveringssyndroom, hypermobiliteitsaandoeningen, auto-immuunaandoeningen die niet passen in de huidige geaccepteerde diagnostische labels (syndroom van Sjogren, antifosfolipidensyndroom en andere), en genetische aandoeningen, waaronder mitochondriale aandoeningen, die tot op heden niet gedefinieerd zijn.

Zorgprofessionals zijn vaak niet bekend met de herkenning, diagnose en behandeling van deze aandoeningen [2,3,4,5,9]. Onlangs is financiering verstrekt voor Long Covid-opleiding voor zorgprofessionals om het bewustzijn en de kennis onder artsen en andere zorgverleners te vergroten [12].

3. Communicatieve vaardigheden in de gezondheidszorg bij ernstige ziekten

Effectieve communicatie tussen zorgverleners en patiënten is essentieel voor het leveren van kwaliteitszorg – de kwaliteit van de relatie tussen de patiënt en de arts is sterk bepalend voor de positieve resultaten van de patiëntenzorg [13,14,15].

Het kan echter een uitdaging zijn om dit voorop te stellen in de drukke dagelijkse gezondheidszorg, vooral als je zorg verleent aan patiënten met complexe chronische aandoeningen.

Patiënten die geconfronteerd worden met moeilijke medische situaties, zoals levensveranderende chronische medische aandoeningen, voelen zich vooral bang, kwetsbaar en hebben geen controle meer, wat deze interacties nog intenser en emotioneler maakt.

In deze emotioneel geladen situaties kunnen zorgverleners zich gedesillusioneerd voelen en terugvallen op een meer autoritaire taalgebruik en communicatiestijl, waardoor patiënten zich buitengesloten en niet gehoord voelen, wat angst en wantrouwen oproept.

Het resultaat is dat de communicatie hapert en er barrières ontstaan in de patiëntenzorg.

Gelukkig biedt de literatuur over communicatie bij kanker, ernstige ziekten en zorg rond het levenseinde richtlijnen die uitgebreid kunnen worden naar de communicatie tussen behandelaar en patiënt bij andere ernstige, complexe ziekten.

Helaas is er weinig training of begeleiding over hoe deze communicatievaardigheden aan te passen aan communicatie over chronische, invaliderende en levensveranderende chronische medische aandoeningen zoals neurologische en auto-immuunziekten.

Er zijn verschillende goed gevalideerde modellen voor effectieve communicatiegesprekken tussen behandelaar en patiënt bij ernstige ziekten.

Het Critical Care Communication (C3)-project [16] past het veelgebruikte VitalTalk-vaardighedenpakket [17,18], toe, een uitgebreid onderzocht programma [19] met vier kernvaardigheden (“ Vraag- Vertel- Vraag”, gevoelens herkennen/reageren, toestemming vragen om het gesprek verder te brengen, en nieuwsgierigheid uitdrukken “vertel me meer”) [17].

C3 richt zich op het geven van slecht nieuws, het bereiken van gedeelde behandeldoelen en het verkennen van de beperkingen van levensverlengende zorg.

CLEAR gesprekken (Connect, Listen, Empathize, Align, Respect) [20] is opgenomen in een app om de overdracht van gebundelde gesimuleerde communicatietraining (rollenspel simulaties met acteurs) en gestructureerde feedback naar echte Intensive Care Unit familiebijeenkomsten te vergemakkelijken – de app is gemaakt om behandelaars te helpen vaardigheden toe te passen in deze stressvolle omgeving.

Het REDE-model (Relationship, Establishment, Development, Engagement) [21] is breder gericht op de algemene gezondheidszorg, niet alleen op ernstige medische ziekten, en maakt gebruik van geleide oefeningen en coaching voor communicatie in de REDE-fasen.

Tot slot richt de SICG (Serious Illness Conversation Guide) [22,23] zich op gesprekken over het levenseinde die peilen naar het begrip van patiënten, informatievoorkeuren, doelen, angsten/ zorgen en belangrijke functies/functies naast andere belangrijke aspecten met betrekking tot het plannen van het levenseinde met oncologische patiënten.

Gemeenschappelijk in deze communicatietrainingsprogramma’s is (a) het opbouwen van een relatie (door vragen te stellen, te luisteren, empathie over te brengen), (b) het eerst kort delen van informatie, met een hoofdlijn, (c) vragen om het perspectief en de waarden van de patiënt te verzamelen, en (d) samenwerking voor zorgplanning.

Belangrijk is dat de meeste van deze programma’s worden aangepast om de zorgen en kwesties te weerspiegelen die uniek zijn voor een bepaalde klinische focus, zoals Intensive Care (C3 en CLEAR), gesprekken rond het levenseinde en palliatieve gesprekken, evenals oncologie (SICG).

Dit is logisch omdat we communiceren over specifieke inhoud, bijvoorbeeld: “Als je zieker wordt, hoeveel ben je dan bereid om te ondergaan voor de mogelijkheid om meer tijd te winnen [22]?” of chirurgen die getraind zijn om verhalen te presenteren om de best- en worst-case scenario’s van een operatie te benadrukken [24].

Uit de literatuur blijkt duidelijk dat het opnemen van unieke aspecten van de gespecialiseerde zorgpraktijk kan helpen bij het toepassen van effectieve communicatievaardigheden in deze specifieke zorgcontexten.

4. Structurele barrières voor effectieve communicatie bij complexe chronische aandoeningen

Lee en collega’s [6] benadrukten dat de behandeling van een ernstige ziekte stressvol kan zijn voor zowel de behandelaar als de patiënt.

In het bijzonder merkten ze op dat de emotioneel geladen aard van deze gesprekken ervoor kan zorgen dat behandelaars hun toevlucht nemen tot zinnen en woorden die slecht zijn afgestemd op de omstandigheden van de patiënt op een moment dat de patiënt zich bijzonder kwetsbaar en gestrest voelt en aandachtig luistert naar elk woord.

Ze merkten op dat er ook structurele barrières zijn die effectieve communicatie in de weg kunnen staan, te beginnen met de machtsongelijkheid tussen behandelaar en patiënt.

Artsen hebben uitgebreide kennis en expertise, toch zijn patiënten experts op het gebied van hun eigen leven en waarden. Ze gaan de relatie aan terwijl ze zich kwetsbaar voelen – door hun ziekte – wat het voor hen moeilijker kan maken om hun gedachten te verwoorden en te ordenen, vooral in een interactie die beperkt is in de tijd.

Deze interacties vinden ook plaats in een zorgomgeving waar de tijd voor interactie tussen arts en patiënt beperkt is, en binnen ziekenhuizen, waar het onduidelijk kan zijn wie in het team de leiding moet nemen om ervoor te zorgen dat belangrijke gesprekken met een patiënt plaatsvinden.

In aanvulling hierop merken we op dat twintig tot vijftig procent van een aanzienlijke subgroep van patiënten in de eerstelijnsgezondheidszorg melding maakt van ervaringen met misbruik in de kindertijd [25,26] waardoor ze op volwassen leeftijd wantrouwig kunnen staan tegenover professionals in de gezondheidszorg, ook in zorgomgevingen [27].

Vaardigheden in het opbouwen van relaties, het onderzoeken van zorgen en het samenwerken aan zorg bieden een goede start om deze uitdagingen te overwinnen.

Het is vanwege deze noodzaak om communicatie aan te passen aan de unieke problemen met ernstige ziekten dat Lee en collega’s het belang van nooit-woorden identificeerden.

Op basis van dit model, en in overeenstemming met de eerder besproken literatuur, stellen wij voor dat de nooit-woorden voor patiënten moeten worden afgestemd op de unieke ervaring van patiënten met ME/cvs, Long COVID en/of andere chronische invaliderende aandoeningen.

Hoewel alle soorten ernstige ziekten angst en machteloosheid oproepen, worden deze emoties versterkt bij complexe chronische aandoeningen die breed gedefinieerd zijn, mechanistisch slecht begrepen worden en klinisch beschikbare diagnostische biomarkers en FDA-goedgekeurde therapieën missen.

Ten slotte is het, zelfs wanneer artsen en patiënten het eens zijn over een chronische complexe aandoening, vanwege de complexiteit en het chronisch karakter van deze ziekten, gemakkelijk voor zorgverleners om zich ontoereikend en ineffectief te voelen in hun professionele hoedanigheid vanwege een gebrek aan door de FDA goedgekeurde therapieën voor patiënten met Long Covid, ME/cvs en andere complexe chronische aandoeningen.

Deze gevoelens kunnen ertoe leiden dat artsen afkeurende zinnen gebruiken of de patiënt simpelweg vertellen dat hun aandoeningen niet behandelbaar zijn.

Degenen die deze communicatiebarrières aanpakken hebben ook vastgesteld dat nederigheid, dat wil zeggen specifiek erkennen wat je niet weet, vertrouwen opbouwt [4,28], en recent onderzoek naar wetenschapscommunicatie bevestigt dit ook [29].

Als gevolg hiervan breiden we het belangrijke werk van Lee et al. [6] uit door nooit-woorden te presenteren die zorgverleners moeten vermijden in de communicatie met patiënten met Long Covid, ME/cvs, dysautonomie en andere complexe chronische aandoeningen, door de waarschijnlijke impact ervan uit te leggen en alternatieven voor te stellen.

De eerste auteur heeft tientallen jaren ervaring als clinicus met patiëntenbetrokkenheid, hij heeft patiënten geleerd hoe te communiceren over onzichtbare ziekten en, meer recentelijk, hij heeft mensen met Long COVID geholpen om te communiceren en te pleiten met zorgverleners en werkgevers.

De tweede auteur heeft uitgebreide ervaring als arts gespecialiseerd in complexe chronische aandoeningen, waaronder Long Covid, dysautonomie en ME/cvs.

Gezien ons perspectief als professionals in de gezondheidszorg, is het belangrijk op te merken dat dit van invloed is op hoe we tegen dit onderwerp aankijken.

Dit zou kunnen leiden tot vooringenomenheid over nooit-woorden. Om deze reden hebben we feedback gevraagd van een belangenbehartiger van patiënten met betrekking tot de nooit-woorden en hebben we hun feedback in overweging genomen….

In Tabel 1 benoemen we de nooit-woorden, bespreken we hun impact en stellen we alternatieve bewoordingen voor, die de therapeutische relatie en patiëntenzorg kunnen verbeteren met medelevende, bemoedigende en niet-oordelende taal.

Klik hier voor Tabel 1. Nooit-woorden, hun impact en voorgestelde alternatieven.

We kozen ervoor om deze specifieke situaties op te nemen om er zeker van te zijn dat we de breedte van de soorten negatieve interacties die door patiënten worden gemeld, konden vastleggen [5,30,31,32].

Het bood ons ook de gelegenheid om zorgverleners te informeren over de verschillende gevolgen die deze uitspraken kunnen hebben.

Tot slot merken we op dat sommige nooit-woorden de rol benadrukken die gendervooroordelen kunnen spelen in deze uitdagende dialogen [5,30,33], wat niet verrassend is gezien het feit dat zowel Long Covid als ME/cvs vaker voorkomen bij vrouwen [2,3,34].

5. Conclusies

Communiceren met patiënten over complexe, chronische en invaliderende ziekten kan een ongemakkelijke, genuanceerde of zeer emotionele interactie zijn die maar weinig zorgverleners tijdens hun medische opleiding hebben geleerd.

Artsen kunnen terughoudend zijn bij het benaderen van de diagnostische en therapeutische behandeling van deze complexe chronische ziekten zonder de juiste training, diagnostische biomarkers of door de FDA goedgekeurde therapieën.

Patiënten gaan waarschijnlijk deze relaties aan nadat ze al meerdere obstakels hebben ondervonden bij het verkrijgen van effectieve en meelevende medische zorg, waaronder afwijzing, ontkenning, verkeerde diagnoses van psychiatrische stoornissen, persoonlijke vooroordelen en medische verwaarlozing [5].

Daarnaast hebben patiënten met Long Covid, ME/cvs en andere chronische aandoeningen aanzienlijke verliezen geleden als gevolg van deze aandoeningen, en deze verliezen hebben een negatieve impact op hen en hun families.

Om deze redenen zijn vaardigheden om relaties op te bouwen, zoals vragen stellen over hun ervaringen voordat ze bij u in behandeling gingen en empathie overbrengen, evenals het vermijden van nooit-woorden, allemaal belangrijk voor het ontwikkelen van een sterke therapeutische relatie.

Terwijl tussen zorgverlener en patiënt effectieve communicatie moet plaatsvinden volgens gevestigde structuren en processen voor communicatie over ernstige ziekten, moeten ook nooit-woorden worden vermeden die een speciale betekenis hebben binnen deze unieke zorgsituatie.

Deze nooit-woorden kunnen schadelijk zijn voor effectieve communicatie en dienen als belangrijke barrières voor effectieve klinische zorg en therapeutische relaties.

Bron: https://www.mdpi.com/1660-4601/22/2/275

ME/cvs informatie voor behandelaars

Download de update – ME/cvs informatie voor behandelaars

De ME/cvs Vereniging, Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid en MECVS Nederland publiceren vandaag een nieuwe versie van de brochure “ME/CVS – Informatie voor Behandelaars”.

Patiënten met ME/cvs worden regelmatig geconfronteerd met huisartsen en andere behandelaars die weinig afweten van de ziekte, of er verouderde denkbeelden over hebben. Om behandelaars te voorzien van actuele, bruikbare informatie hebben de drie ME/cvs-patiëntenorganisaties een informatieblad gemaakt over wat de ziekte inhoudt, hoe de diagnose gesteld kan worden, en hoe de patiënten het beste geholpen kunnen worden. De inhoud is gebaseerd op betrouwbare bronnen: de NICE richtlijn voor ME/cvs uit 2021 en het advies over ME/cvs van de Gezondheidsraad uit 2018.

Up-to-date

In het afgelopen decennium is de wetenschappelijke kennis over de ziekte myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs) flink toegenomen. Dit heeft gezorgd voor een belangrijke verschuiving in het inzicht over deze ziekte. Deze verschuiving komt tot uiting in publicaties
over ME/cvs van gezaghebbende instanties, waaronder de
Gezondheidsraad in Nederland en NICE (National Institute for Health and Care Excellence) in Engeland.

Naar aanleiding van het advies van de Gezondheidsraad heeft het
ministerie van VWS opdracht gegeven voor een biomedisch
onderzoeksprogramma. Ook wordt een nieuwe Nederlandse richtlijn ME/cvs verwacht.

Deze brochure voor behandelaars is bedoeld om hen te informeren over wat nu bekend is over ME/cvs en hoe zij patiënten met deze ziekte kunnen helpen.

Ⓜ️ Verbeterde versie

In de nieuwe versie van het informatieblad zijn extra handige links toegevoegd.

Er is een link opgenomen naar de PEM-Factsheet van C-Support, waarin informatie wordt gegeven over PEM bij Long COVID, ME/cvs, Q-koorts en andere chronisch ziektes waaraan een infectie voorafging.

Ook is de lijst van handige links uitgebreid met een verwijzing naar de Open Medicine Foundation. Die biedt een kennisbank voor behandelaars én voor patiënten met actuele en gecontroleerde informatie over ME/cvs en Long COVID.

Behandelaars kunnen “ME/cvs– Informatie voor behandelaarshier downloaden.

Patiënten kunnen het ook uitprinten en aan hun behandelaars geven. 

Ⓜ️ Deel je ervaring!

We houden het informatieblad één keer per jaar tegen het licht om het eventueel te verbeteren. We horen daarom graag wat de ervaringen zijn. Wat vind je als behandelaar van het informatieblad? Wat is je ervaring als patiënt, heeft je behandelaar zijn aanpak of houding veranderd? Heb je suggesties voor verbeteringen? Stuur je ervaringen naar één van de onderstaande organisaties:

ME/cvs Vereniging ([email protected])

Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid ([email protected]

MECVS Nederland ([email protected])

ME/cvs: Top tips. Een overzicht voor artsen

ME/cvs is…

Een chronische, biologische, complexe multisysteemziekte met vaak verwoestende gevolgen. Het komt voor bij alle leeftijdsgroepen, inclusief kinderen, en bij alle sociaaleconomische groepen. Ongeveer 75% van de patiënten is vrouw. ME/cvs kan alle aspecten van het leven beïnvloeden, zowel voor mensen met ME/cvs als voor hun familie en verzorgers. De levenskwaliteit is slechter dan bij veel andere ernstige ziekten zoals kanker, beroerte, reumatoïde artritis en multiple sclerose.

ME/cvs is niet…

“Functioneel” of psychosomatisch. Het is geen angst of depressie, Medisch Onverklaarbare Symptomen (MUS), Perplexe/Persistente Fysieke Symptomen (PPS), Functionele Neurologische stoornis (FND), Pervasive Refusal Syndrome (PRS), Verzonnen of Geïnduceerde Ziekte (FII), eetstoornis of andere psychologische labels.
Differentiating ME/CFS from Psychiatric Disorders door Dr. Eleanor Stein

Post-exertionele malaise (PEM)/PESE

Het belangrijkste symptoom van ME/cvs is post-exertionele malaise (PEM) / post-exertionele symptoomverergering (PESE). Dit is de verergering van de ziekte die optreedt wanneer de energielimiet van een patiënt wordt overschreden. Afhankelijk van de ernst van de ziekte, kan dit worden uitgelokt door een zeer kleine inspanning, die mentaal, fysiek, sensorisch, orthostatisch, sociaal of emotioneel kan zijn. De resulterende “crash” kan tot 72 uur vertraagd optreden, is langdurig (duurt dagen, weken, maanden of langer) en staat niet in verhouding tot de trigger. PEM zorgt voor een duidelijke vermindering van activiteit in vergelijking met het niveau van voor de ziekte. Het is een essentieel criterium voor de diagnose.

Andere symptomen van ME/cvs

De andere belangrijkste symptomen van ME/cvs zijn:

  • Invaliderende vermoeidheid die verergert door activiteit, niet veroorzaakt wordt door overmatige cognitieve, fysieke, emotionele of sociale inspanning, en niet aanzienlijk verminderd door rust.
  • Niet-verkwikkende slaap of slaapstoornissen.
  • Cognitieve problemen of ‘brain fog’ ( vergeleken met normaal functioneren).

De volgende bijbehorende symptomen kunnen ook aanwezig zijn:

  • Orthostatische intolerantie, autonome disfunctie, duizeligheid, hartkloppingen, flauwvallen, misselijkheid bij opstaan of rechtop gaan zitten vanuit een liggende positie.
  • Overgevoeligheid voor temperatuur die resulteert in overvloedig zweten, koude rillingen, opvliegers of een erg koud gevoel.
  • Neuromusculaire symptomen, waaronder stuiptrekkingen en schokken.
  • Griepachtige symptomen, waaronder keelpijn, gevoelige klieren, misselijkheid, rillingen of spierpijn.
  • Intolerantie voor alcohol of bepaalde voedingsmiddelen en chemicaliën.
  • Overgevoelig voor licht, geluid, aanraking, smaak en geur.
  • Pijn, inclusief pijn bij aanraking, myalgie, hoofdpijn, oogpijn, buikpijn of gewrichtspijn zonder acute roodheid, zwelling of effusie.                                                                     (NICE 2021)

Hoe ME/cvs te diagnosticeren

Er moet een vermoeden van ME/cvs zijn als de vier belangrijkste symptomen zes weken aanwezig zijn bij volwassenen of vier weken bij kinderen. Doe een grondig onderzoek om andere mogelijke oorzaken uit te sluiten. Als er geen andere oorzaken worden gevonden en de symptomen nog steeds aanwezig zijn na 3 maanden, kan ME/cvs worden bevestigd. (NICE 2021)

De IOM diagnostische criteria en International Consensus Primer worden ook gebruikt. Al deze diagnostische criteria vereisen PEM als een essentieel kenmerk voor het stellen van de diagnose. Oudere diagnostische criteria zoals de Oxford en Fukuda criteria, die PEM niet als essentieel kenmerk hebben, zijn onjuist en mogen niet gebruikt worden. essentieel kenmerk hebben, zijn onjuist en moeten niet gebruikt worden.

TOP TIPS

1. Veroorzaak geen schade
Aangezien PEM het kenmerkende symptoom van ME/cvs is, kan lichaamsbeweging zeer schadelijk zijn. Een uitgebreide review van het National Institute for Health and Care Excellence, (NICE)  van alle studies naar Graded Exercise Therapy (GET) en Cognitieve Gedragstherapie (CGT) vond dat ze over het algemeen van lage tot zeer lage kwaliteit waren.

NICE stelt: “Bied aan mensen met ME/cvs niet aan:

  • Alle therapieën gebaseerd op fysieke activiteit of lichaamsbeweging als een genezende behandeling voor ME/cvs.
  • Algemene fysieke activiteiten- of bewegingsprogramma’s – dit omvat programma’s ontwikkeld voor gezonde mensen of mensen met andere ziekten.
  • Alle programma’s die gebruik maken van vaste stapsgewijze verhogingen van lichamelijke activiteit of lichaamsbeweging., bijvoorbeeld Graded Exercise Therapy.
  • Lichamelijke activiteitsprogramma’s die gebaseerd zijn op deconditionering en vermijding van lichaamsbeweging vermijdingstheorieën die ME/cvs in stand zouden houden.
  • Het Lightning-proces, of daarop gebaseerde therapieën.”    

                                                                                   (NICE, pg. 33, 41)

CGT kan in het beste geval psychologische ondersteuning bieden en in het slechtste geval bijdragen aan schade door het verbruiken van kostbare energie of het verkeerd informeren van patiënten. Het is geen genezende behandeling en NICE stelt dat behandelaars niet mogen aannemen dat mensen abnormale ziekteovertuigingen en gedragingen hebben als onderliggende oorzaak van hun ME/cvs.

2. Leer meer over ME/cvs
Leer over de vele symptomen van ME/cvs, hoe u daarbij kunt helpen, en de veel voorkomende bijkomende aandoeningen die op zichzelf behandeld moeten worden.
NICE guideline 2021 | US Consensus Recommendations | Bateman Horne Center | Dialogues project | Dysautonomia International | POTS UK

3.Leer patiënten te pacen
Er bestaat geen genezing voor ME/cvs. Het belangrijkste aspect van de behandeling is te leren hoe je met activiteiten moet omgaan om binnen de energiegrens van de patiënt te blijven en zo PEM te vermijden. Adviseer patiënten om te rusten en te pacen zodra de ME/cvs diagnose wordt vermoed. Een ergotherapeut met kennis van ME/cvs kan van onschatbare waarde zijn bij het aanleren van pacing-technieken en het verstrekken van hulpmiddelen en aanpassingen die helpen energie te besparen.

4. Bied symptomatische behandelingen aan
Medelevende zorg kan een enorm verschil maken in de ervaring van de patiënt. Besteed aandacht aan problemen zoals slaapstoornissen, orthostatische intolerantie en pijn om het functioneren en de levenskwaliteit te verbeteren. Wees creatief en toegewijd, maar wees voorzichtig. Begin laag en langzaam met het voorschrijven van medicijnen, want ME/cvs-patiënten zijn gevoeliger voor bijwerkingen. Pas op voor starre slaaphygiëne interventies omdat deze niet geschikt zijn bij ME/cvs en bekend is dat ze veel schade kunnen aanrichten.

5. Zorg voor voedingsondersteuning
Ernstig zieke ME/cvs-patiënten kunnen moeite hebben om hun voeding op peil te houden door spierzwakte/-verlamming, slikproblemen, misselijkheid/buikpijn, dysautonomie van het maag-darmkanaal, voedselintoleranties en het mestcelactivatiesyndroom. Screen op niet gediagnosticeerde maag-darmaandoeningen, zoals coeliakie. Voedingstekorten kunnen tot de dood leiden bij ME/cvs en sommige patiënten hebben sondevoeding rechtstreeks in de maag of de dunne darm nodig of intraveneuze sondevoeding nodig. Verwijs vroegtijdig door een voedingsdeskundige voor beoordeling en ondersteuning.

6. Beperk de belasting van de zorg tot een minimum
Zorg ervoor dat de zintuiglijke beperkingen en allergieën van patiënten worden gerespecteerd, omdat dit ook kan leiden tot PEM. Ernstig zieke en bedlegerige patiënten kunnen extreem gevoelig zijn voor zelfs de lichtste aanraking, het kleinste beetje licht en het zachtste gefluister. Uiterste voorzichtigheid is hier dus geboden. Omgevingsfactoren zoals geluid, licht en geuren zijn ook belangrijke overwegingen als ME/cvs-patiënten in het ziekenhuis moeten worden opgenomen of andere zorgomgevingen moeten bezoeken, zoals een radiologieafdeling.

7. Beschermen tegen verkeerde beslissingen
Gebrekkig klinische kennis van ME/cvs heeft ertoe geleid dat patiënten zijn beschuldigd van simulatie of werden opgenomen in psychiatrische ziekenhuizen. Gezinnen worden er vaak van verdacht de ziekte van hun kind te hebben verzonnen of in stand te houden. Als misbruik of verwaarlozing wordt vermoed, moet een deskundige ME/cvs specialist worden geraadpleegd.
NICE heeft een handige lijst met kenmerken die vaak voorkomen bij ME/cvs, maar die niet per se betekenen dat dat een patiënt mishandeld of verwaarloosd wordt:

  • Fysieke symptomen die niet passen in een algemeen erkend ziektepatroon.
  • Meer dan één kind of gezinslid met ME/cvs.
  • Het oneens zijn met, weigeren van of zich terugtrekken uit een deel van hun zorg- en ondersteuningsplan, door het kind zelf of door de ouders of verzorgers namens het kind.
  • Ouders of verzorgers die optreden als belangenbehartiger en namens het kind communiceren.
  • Verminderd of niet aanwezig zijn op school.

Poor clinical knowledge | Tymes Trust paper | Action for ME survey | Voices film | British Association of Social Workers (BASW) guidance on FII

8. Ondersteun aanvragen voor financiële hulp en sociale zorg
Slechts een minderheid van de ME/cvs-patiënten is in staat om te werken en de meeste van hen kunnen slechts beperkte uren werken. Sociale en andere activiteiten worden opgeofferd om de energie die nodig is voor het werk te behouden. Toegang tot alle hulp waar patiënten recht op hebben, is daarom cruciaal.

9. Steun aanpassingen op het werk en op school
Er moeten redelijke aanpassingen worden gedaan om ME/cvs-patiënten in staat te stellen aan het werk te blijven of onderwijs te blijven volgen. Aanpassingen kunnen bestaan uit aanpassingen aan de werkomgeving, verstelbare werkplekken, rustfaciliteiten, kortere werktijden, thuiswerken en vervoers- of parkeerregelingen. In het Verenigd Koninkrijk kunnen patiënten recht hebben op ondersteuning via het ‘Toegang tot werk’-schema
Overweeg voor kinderen en jongeren om waar nodig thuisonderwijs met behulp van online hulpmiddelen en communicatiemiddelen, bijles aan huis en flexibele regelingen, om zoveel mogelijk gelijke toegang tot onderwijs te bieden. ME/cvs is de belangrijkste oorzaak van langdurig ziekteverzuim in Engelse scholen, daarom moeten er oplossingen gevonden worden om de gevolgen van deze ziekte voor het onderwijs van de getroffen kinderen en jongeren tot een minimum te beperken.

10. Bied medische zorg van hoge kwaliteit
Zorg voor ME/cvs-patiënten moet worden verleend door medisch opgeleide artsen, huisartsen of kinderartsen, die een uitgebreide beoordeling en de juiste onderzoeken kunnen (laten) doen  en een diagnose kunnen stellen (NICE, Box 3, blz. 16). Medische diensten moeten toegang bieden tot zorgverleners zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten en diëtisten, die indien nodig patiënten thuis kunnen beoordelen en behandelen. Een contactpersoon moet worden toegewezen zodat patiënten weten waar ze hulp kunnen krijgen als dat nodig is.

11. Wees toegankelijk
De zorg moet toegankelijk zijn. 25% van de ME/cvs-patiënten is aan huis gebonden of bedlegerig, en degenen die naar een dokterspraktijk kunnen gaan, hebben vaak last van post-exertionele malaise als gevolg daarvan. Daarom hebben deze patiënten telefonische of videoconsulten en huisbezoeken nodig. Om deze reden zou de hulpverlening bij voorkeur in de thuisomgeving moeten plaatsvinden.

12. Zie de patiënten regelmatig
Patiënten kunnen gemakkelijk vergeten worden als ze nooit hun huis uitkomen of bedlegerig en te zwak zijn om medische zorg te zoeken. ME/cvs-patiënten moeten regelmatig gezien worden, jaarlijks voor volwassenen, halfjaarlijks voor kinderen (NICE 2021).  Evalueren en onderzoek nieuwe symptomen en veranderingen in symptomen om te bepalen of ze te wijten zijn aan ME/cvs of aan een andere aandoening. Vergeet daarbij niet de gebruikelijke eerstelijns preventie (bijv. routinecontroles, uitstrijkjes) en vaccinaties.

Bron: https://doctorswith.me/me-cfs-top-tips-for-doctors/
Doctors with ME, 10 mei 2023
Vertaling ME/cvs Vereniging

Klik hier voor de downloadbare pdf

Schending van de beroepscode door psychologen

Schending van de beroepscode door psychologen bij huidige richtlijn CVS

M. Bloks (GZ-psycholoog n.p. door ME/CVS) in samenwerking met B. Khouri (GZ-psycholoog) schreven een artikel waarin zij uitleggen op welke manier handelen volgens de huidige richtlijn CVS de beroepscode voor psychologen schendt.

“De wetenschappelijke inzichten rondom het Chronisch Vermoeidheidssyndroom (ME/CVS) zijn veranderd en daardoor heeft er een essentiële paradigmaverschuiving plaatsgevonden.

Wij constateren dat deze vooralsnog niet doordringt tot de richtlijn CVS en daarmee het werkveld van medici en paramedici, waaronder psychologen.

Een nieuwe richtlijn voor volwassenen is in ontwikkeling, maar de oplevering hiervan is uitgesteld tot uiterlijk 1 mei 2026. Voor kinderen is er nog geen datum bekend waarop de richtlijn herzien zal worden.

Dit is zorgelijk omdat de nieuwe inzichten aannemelijk maken dat een essentieel deel van de patiënten die momenteel tot de CVS patiëntengroep wordt gerekend, schade kan oplopen door navolging van de huidige (verouderde) richtlijn CVS.”

Lees hier het hele artikel van M. Bloks (GZ-psycholoog n.p. door ME/CVS) in samenwerking met B. Khouri (GZ-psycholoog)



NIH vindt nieuwe mitochondriale afwijking bij ME/cvs

  • De studie “WASF3 verstoort de mitochondriale ademhaling en kan een rol spelen bij inspanningsintolerantie in myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom” viel op door een aantal redenen. Het werd gepubliceerd in de Proceedings of the National Academy of Sciences – een van de meest prestigieuze wetenschappelijke tijdschriften, en werd geproduceerd door onderzoekers van de National Institutes of Health (NIH) – een zeldzaamheid.
  • Het begon met een onderzoek naar een kankerverwekkende mutatie bij een 38-jarige vrouw die last had van toenemende vermoeidheid sinds ze op 16-jarige leeftijd infectieuze mononucleose had opgelopen.
  • In haar spierweefsel werden hoge niveaus van een eiwit met de naam WASF3 aangetroffen. Toen de onderzoekers een link naar WASF3 vonden in een onduidelijk artikel over ME/cvs uit 2011 waren ze geïntrigeerd door haar ernstige vermoeidheid.
  • Dat artikel was een van de vele die voortkwamen uit een baanbrekende ME/cvs-inspanningen van Suzanne Vernon bij het CDC, die een enorme dataset afkomstig van honderden ME/cvs patienten aan een groep gaf die gespecialiseerd was in rekenkundige uitdagingen.. Het kleine artikel had echter tot nu toe nooit de aandacht getrokken.
  • Verschillende testen wezen uit dat de cellen van de vrouw minder energie produceerden en, in het bijzonder, een defect hadden in hun vermogen om elektronen over te brengen van complex 3 naar complex 4 in de elektronentransportketen in de mitochondriën.
  • Een toename van 40% in haar WASF3 eiwitniveaus in combinatie met een toename van 34% in het cytochroomoxidase-enzym bezegelde de zaak: de overgang van complex 3 naar complex 4 in de mitochondriën bleek niet goed te gaan.
  • Toen ze de WASF3-niveaus in haar cellen omlaag brachten, verbeterde haar mitochondriaal functioneren. Ze rapporteerden: “Gezamenlijk toonden deze resultaten aan dat primaire overexpressie van WASF3 in cellen leidt tot verstoring van de ademhaling (energieproductie)”.
  • Vervolgens creëerden ze een hoog WASF3-gehalte bij muizen die bij inspanning hoge lactaatniveaus in het bloed aanmaakten – wat ook bij ME/cvs is gevonden. De muizen leken normaal, maar hadden een “opmerkelijke 50% vermindering in maximale loopcapaciteit”.
  • ME/cvs-patiënten uit de grote ME/cvs-studie van Avindra Nath werden erbij gehaald en bleken ook significant verhoogde WASF3-niveaus te hebben, evenals aanwijzingen voor problemen bij de overgang van complex 3 naar 4 in de mitochondriën.
  • Vervolgens gingen ze “stroomopwaarts”: om te zien of het endoplasmatisch reticulum, dat de WASF3-productie reguleert, goed functioneerde. Ze vonden een warboel van problemen met het endoplasmatisch reticulum en concludeerden dat er een hoge mate van endoplasmatische reticulum stress aanwezig is bij ME/cvs.
  • Het resultaat van dit alles was dat er een nieuwe mitochondriale afwijking werd gevonden die de energieproductie vermindert bij ME/cvs. De auteurs stelden dat hun bevinding een moleculaire verklaring bood voor de symptomen van energietekort bij inspanningsintolerantie en malaise na inspanning bij een patiënt met chronische vermoeidheid.
  • De studie was ook opmerkelijk vanwege de diepgang van het team, dat zelfs zover ging om nieuwe wegen te ontdekken waarop WASF3 de mitochondriën aantastte en het creëren van genetisch bewerkte muizen.
  • Bij het onderzoek was ook het team van Avindra Nath betrokken. In een vroeg stadium werd gemeld dat Nath mitochondriale afwijkingen had gevonden bij ME/cvs. Sindsdien heeft Nath gerapporteerd dat zijn 5 jaar durende intensieve ME/cvs studie succesvol was en het veld vooruit zal helpen in de richting van klinische proeven. De tijd zal het leren, maar men zou zich een grote NIH inspanning kunnen voorstellen met betrekking tot de mitochondriën in ME/cvs.
  • ER-stress wordt ook bij andere aandoeningen gevonden en er worden supplementen en medicijnen onderzocht. Het NIH-team kijkt nu naar medicijnen die ER-stress verminderen in de hoop op een klinisch onderzoek naar ME/cvs.

Het volledige Engelstalige artikel van Cort Johnson over het NIH onderzoek lees je hier.

Regelhulp over ME/CVS: nu ook voor professionals

De informatie is bestemd voor iedereen die betrokken is bij iemand met ME/CVS, voor zorgverleners en andere beroepsgroepen en is ook heel bruikbaar voor patiënten.

Een aanrader!

https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/me-cvs

GET en CGT verbeteren de arbeidsresultaten bij ME/cvs niet

Bij patiënten met ME/cvs is er sprake van hoge percentages arbeidsongeschiktheid en werkloosheid. Decennialang hebben medische autoriteiten gesuggereerd dat patiënten met ME/cvs revalidatie zouden moeten ondergaan, in de vorm van psychologische en/of gedragsinterventies, alvorens officieel als arbeidsongeschikt te worden erkend.

Meerdere studies hebben aangetoond dat deze behandelingen, met name cognitieve gedragstherapie (CGT) en graded exercise therapie (GET), de werkgelegenheidsresultaten niet verbeteren. Zij zouden niet langer moeten worden aanbevolen als een vorm van arbeidsrevalidatie voor ME/cvs-patiënten.

Lees hier het gehele artikel van David Tuller en Mark Vink

Nieuwe behandeling met BC 007 bij long COVID en ME/cvs

Ze hadden een geneesmiddel, BC 007 genaamd, dat in staat is om te binden aan autoantilichamen die zich hechten aan de G-proteïnegekoppelde receptoren (GPCR’s) en ze te neutraliseren. Hun paper uit 2016 beweerde dat hun nieuwe aanpak gemakkelijker en mogelijk doeltreffender was dan behandelingen uit het verleden, zoals immunoadsorptie, die werden gebruikt om deze autoantilichamen op te ruimen.

Reportage over BC 007 met Nederlandse ondertiteling op ME/CVS Infokanaal

Vervolgens publiceerde men verschillende papers waarin de nadruk werd gelegd op het potentiële nut van de nieuwe geneesmiddelen bij wat de auteurs de “functionele autoantistoffenziekten” noemden, zoals het complexe regionale pijnsyndroom, het posturaal orthostatisch tachycardiesyndroomME/cvs, en andere. De papers beweerden opnieuw dat andere middelen om deze autoantilichamen te verwijderen zoals plasma-uitwisseling, immunoadsorptie (wat volgens hen effectief kan zijn), intraveneuze IgG behandeling (IVIG), of Rituximab ofwel duurder, minder effectief, of toxischer zijn dan de aptameer BC 007.

Het geneesmiddel BC 007 kwam via een omweg bij long COVID terecht. Het was oorspronkelijk ontwikkeld om autoantilichamen bij auto-immuun hartfalen te neutraliseren, maar diezelfde autoantilichamen werden vervolgens ook aangetroffen bij glaucoom. Toen een patiënt met glaucoom die toevallig ook long COVID had, ontdekte dat zijn long COVID-symptomen verdwenen na één behandeling met het medicijn BC 007, keek het bedrijf dieper – en vond één van de GPCR-autoantilichamen in long COVID.

Lees hier het gehele artikel

CGT en GET zijn niet effectief en leiden niet tot herstel

De afgelopen decennia is in medische richtlijnen aanbevolen om patiënten met myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom (ME/cvs) te behandelen met graded exercise therapy (GET) en cognitieve gedragstherapie (CGT). Bovendien hebben artsen het herstelgedrag van deze patiënten in twijfel getrokken en hen gestimuleerd om deze behandelingen te volgen zodat ze weer aan het werk zouden kunnen gaan.

In dit artikel zijn CGT- en GET-studies voor ME/cvs beoordeeld die rapporteerden over de werkstatus voor en na de behandeling om de vraag te beantwoorden of artsen het herstelgedrag van patiënten met ME/cvs in twijfel moeten blijven trekken.

Conclusies

Uit het onderzoek blijkt dat meer patiënten niet in staat zijn te werken na behandeling met CGT en GET dan vóór de behandeling ermee. Bovendien is er een groot risico dat CGT en GET leiden tot verergering van de klachten en ernstige terugvallen veroorzaken, waarvan patiënten mogelijk niet herstellen. Daarom is het in twijfel trekken van het herstelgedrag van patiënten met ME/cvs niet alleen zinloos, maar druist het ook in tegen het Do No Harm principe van de geneeskunde.

De uitkomst van deze studie ondersteunt de conclusie van de Nederlandse Gezondheidsraad dat CGT en GET geen adequate behandelingen zijn volgens de algemene medische normen. Het ondersteunt ook de conclusie van het Britse NICE-instituut in zijn onlangs gepubliceerde, bijgewerkte richtlijn, dat geen van beide behandelingen effectief is en dat ze evenmin tot herstel leiden. CBT- en GET-studies voor lange COVID zijn niet gepubliceerd, maar het onderzoek geeft ook geen steun voor het in twijfel trekken van het herstelgedrag van patiënten met een ME/cvs-achtige ziekte na COVID-19.

Lees hier het gehele artikel van Mark Vink en Friso Vink-Niese

Aanbevelingen van de ME/CFS Clinician Coalition

Cort Johnson schreef voor Health Rising een samenvatting. In deze lijst vind je informatie over medicatie, dosis en daarnaast opmerkingen over de toepassing ervan.

Let wel, dit is géén medisch advies!

Medicatie moet altijd overlegd worden met een arts, bij voorkeur een arts die gespecialiseerd is in ME/cvs. Ga dit nooit zelf aan het uitproberen!

Wij delen deze informatie om ME-patiënten een overzicht te geven van wat er mogelijk behandeld kan worden. De ervaring leert dat dit op maat moet worden gemaakt voor elke individuele patiënt.

Voor informatie over deze medicatie en bijwerkingen in het Nederlands verwijzen wij naar de zoekfunctie op Apotheek.nl en farmacotherapeutischkompas.nl

Lees hier de samenvatting van Cort Johnson.
Origineel: https://www.healthrising.org/wp-content/uploads/2021/04/Treatment-Recs-MECFS-Clinician-Coalition-V1-1.pdf

Off-label gebruik van aripiprazol bij ME/cvs

Whitney was na jaren van radiostilte, opeens weer terug op Facebook met lange, indrukwekkende blogs. Een ‘awakening’ had plaatsgevonden, zo leek het. Het afgelopen jaar doken meer soortgelijke ervaringen op. De oorzaak: aripiprazol?

Een kleine studie van Stanford werd gepubliceerd in het Journal of Translational Medicine. Hieruit blijkt dat een lage dosis aripiprazol bij een aanzienlijk deel van de patiënten voor verbetering lijkt te zorgen. Bij een aripiprazol dosis tussen de 0.25 en 2 mg per dag verbeterden 70% van de patiënten. Symptomen als onder andere brain fog en inspanningsintolerantie verbeterden.

Werking van aripiprazol

De werkzaamheid van aripiprazol bij ME/cvs komt door het effect van dopamine op neuroinflammatie. Normaal gesproken werken antipsychotica juist door de dopamine hoeveelheid in de hersenen te verlagen. Maar er wordt aangenomen dat bij een zeer lage dosis aripiprazol, de hoeveelheid beschikbare dopamine in de hersenen juist wordt verhoogd. Dit gebeurt alleen als die te laag is. Hierdoor zou de neuroinflammatie verminderen. Verder onderzoek moet uitwijzen of de bevindingen van Stanford bevestigd kunnen worden.

Mogelijke bijwerkingen

Veel psychiaters en huisartsen hebben al ervaring met aripiprazol. Het wordt gebruikt bij psychose en in lagere dosis ook bij depressie, angst, of onrust bij autisme. Dit middel is nog niet voldoende getest bij ME/cvs. Maar er zijn patiënten die niet op verdere onderzoeken willen wachten en aripiprazol willen proberen. Overleg dan goed met je behandelend arts en lees de artikelen onderaan dit bericht. Aripiprazol kan voor meer energie zorgen. Maar het middel heeft in sommige gevallen ook bijwerkingen, zoals gewichtstoename, agitatie en insomnia. In zeldzame gevallen kan het ook leiden tot metabool syndroom of tardive dyskinesia, een bewegingsstoornis. Door deze mogelijke bijwerkingen wordt voorlopig het gebruik bij ME/cvs afgeraden. We raden aan te wachten op verder onderzoek.

Het blijft een persoonlijke afweging, in overleg met een arts. Toch is het goed nieuws dat de wetenschap en behandeling van ME/cvs sprongetjes maakt. Zo kunnen er meer therapieën komen waar patiënten mogelijk van kunnen profiteren. 

Lees hier het Stanford onderzoek in het Journal for Translational Medicine
Hier vind je een artikel van Cort Johnson over aripiprazol
Dit is een Facebook groep waarin je meer informatie vindt